Derde foto Vincent van Gogh ontdekt in archief Dordrecht

DORDRECHT, 5 juli In het Gemeente-archief van Dordrecht is waarschijnlijk een foto van Vincent van Gogh ontdekt. Mocht het hier inderdaad om Van Gogh gaan dan is het de derde en meest recente foto die van hem is teruggevonden. De opname zou dateren uit 1877, toen de 24-jarige Van Gogh werkte bij de boekhandel Blusse en Van Braam in Dordrecht. De andere foto's zijn gemaakt toen hij vijf, respektievelijk achttien jaar oud was. Uit 1886 dateert nog een opname waarbij Van Gogh op de rug is gezien. Samen met Emile Bernard zit hij aan een tafeltje, aan de oever van de Seine in Asnieres.

Ad Molendijk, educatief medewerker van het Gemeente-archief Dordrecht, ontdekte de opname bij de samenstelling van de tentoonstelling Vincent van Gogh in Dordrecht; hij was maar een bijloopie, die tot 20 augustus in het museum mr. Simon van Gijn te zien is. Omdat de foto niet groter was dan een visite-kaartje maakte hij een uitvergroting, die later als dubbeldruk, gecombineerd met een zelfportret uit 1888, de gelaatstrekken van Van Gogh onthulde. 'Ik ben er 75 procent zeker van dat het een portret van Van Gogh is', aldus Molendijk.

De foto is afkomstig uit de nalatenschap van de Dordtse advocaat Van Gijn. Diens verzameling, Dordracum Illustratum, omvat vijfduizend tekeningen, prenten en foto's, die alle betrekking hebben op Dordrecht. Van Gogh, met zwarte jas en hoge hoed, staat erop afgebeeld met twee andere mannen. De bebaarde man in het midden is vermoedelijk P. C. Gorlitz, met wie hij in Dordrecht een kosthuiskamer deelde. Op de achtergrond is de watermolen aan de Spuiweg te zien, waarover Vincent een brief schreef aan zijn broer Theo. In 1881 werd de molen gesloopt.

Van Gogh, die in januari 1877 bij de boekhandel in dienst kwam, was net terug uit Engeland, waar hij eerst als onderwijzer aan een kostschool in Ramsgate werkte en later bij een kunsthandel in Isleworth bij Londen. Af en toe hield hij daar een preek, hij wilde toen al graag evangelist worden. Wegens gebrek aan vooruitzichten keerde hij eind 1876 naar Nederland terug; hij solliciteerde bij P. Braat, eigenaar van de Dordtse boekhandel. De zoon van Braat haalde in 1914 in een interview met het Algemeen Handelsblad herinneringen op aan Van Gogh. Op basis van een van zijn beschrijvingen is Van Gogh op de foto geidentificeerd: 'Ik herinner me ook zoo nog dat hij liefst een hooge hoed droeg: maar zoo een waarvan je bang was dat de rand eraf scheurde als je hem aanpakte. Die deftigheid had hij uit Engeland meegebracht', aldus Braat junior.

Volgens Molendijk is de foto gemaakt op een zondag, in de lente van 1877. Van Gogh ging op rustdagen drie maal naar de kerk. Op zijn kamer hield hij zich zo intensief met religieuze aangelegenheden bezig, dat zijn kamergenoot Gorlitz hem af en toe vaderlijk waarschuwde, zoals blijkt uit een brief aan Frederik van Eeden: 'Als hij 'savonds om 9 uur van zijn kantoor kwam, dan stak hij een houten smeugeltje op, nam een grooten bijbel en ging vlijtig zitten lezen en teksten uitschrijven en memoreeren; ook maakte hij allerlei godsdienstige opstellen. Als ik dan tegen hem zei: 'jongen, Van Gogh, je spant je te veel in, ga liever wat uitrusten', dan antwoordde hij met een eigenaardigen glimlach die half weemoedig, half humoristisch was en die zijne scherpe, leelijke trekken zoo aantrekkelijk, zoo mooi maakte: 'Och, G., de Bijbel is mijn troost, mijn staf in het leven. Het is het heerlijkste boek, dat ik ken en op te volgen wat Jezus den menschen heeft voorgehouden, zal mijn doel wezen'.'Vier maanden na zijn komst in Dordrecht vertrok Van Gogh naar Amsterdam om zich voor te bereiden op zijn domineesstudie. Een jaar later gaf hij deze studie op om in het Belgische Laken een kortere opleiding te volgen. Voordat hij in 1880 besloot kunstenaar te worden, verrichtte hij nog evangelisatiewerk onder de mijnwerkers van de Borinage.