De wet van de luiheid maakt van Pumpido Pompidou

Aan een ding heeft het WK voetbal me weer in volle hevigheid herinnerd: aan mijn manie te willen weten hoe de dingen die het oor hoort geschreven worden en hoe de woorden die het oog ziet worden uitgesproken gesteld tegenover de raadselachtige onverschilligheid hiervoor van anderen.

Al tijdens mijn eerste reizen door Spanje was mijn ononderdrukbare vraag op het horen van een vreemd woord: 'Hoe schrijf je dat?' Typisch de vraag van een boekenmens, en nog zinloos ook, want vaak waren mijn gesprekspartners analfabeten. Later, toen ik wel eens lezingen gaf, en soms een naam moest citeren uit een mij onbekende taal, nam ik de zorg een specialist op dat gebied even te bellen en de juiste uitspraak te vragen. Een kwestie van fatsoen, vond ik.

Sportverslaggevers hebben van dit alles geen last. En niet alleen zij. Ik herinner me een bekende, om zijn veelzijdigheid en aardigheid alom geliefde intellectueel, die de naam van de Spaanse wielrenner Bahamontes uitsprak alsof de h een ch (van lachen) was: Bachamontes. 'Ba-amontes', zei ik. 'Die h wordt niet uitgesproken.'

'Jawel, in het Spaans is de h een ch: Bachamontes.' 'Nee, de j is een ch, de h hoor je niet, het is net als in Saaverdra, de tweede naam van Cervantes, gewoon twee a's.'

'Ach, misschien weet je er nog niet zo veel van.' Ik vond de intellectueel een stukje minder aardig, en bedacht dat eigenwijsheid alleen leuk is als je gelijk hebt. Wanneer je ongelijk hebt, is eigenwijsheid onuitstaanbaar, of lachwekkend, of (en vooral) dom. Zoals een of ander pop-zangeresje dat onlangs op de televisie verklaarde dat ze nu ook opera zong en (jawel!) de Chabanera van Bizet moest instuderen.

Wetmatig

De klok en de klepel je zou het een der wetmatigheden in het maken van uitspraakfouten kunnen noemen. Zo luidt de klok dat de Spaanse z (evenals de c voor e en i) als de Engelse th wordt uitgesproken, maar als je niet weet waar de klepel hangt ga je overal slissen: Cayasso klinkt dan alsof er Cayazo stond, Barrantes wordt Barrantez en Flores Florez, wat helemaal idioot is omdat het hier de meervouds-s van flor (bloem) betreft.

Of iemand heeft vagelijk vernomen dat in het Portugees van Brazilie de d soms als dzj wordt uitgesproken. Dat is waar, maar alleen voor stomme e en i. Het enige voordeel van de vroege uitschakeling van Brazilie is dat we Evert ten Napel de naam van Dunga (Doenga) nu niet meer hoeven horen verbasteren tot Dzjoenga, wat voor wie Portugees kent erg belachelijk klinkt.

En dan zijn er natuurlijk de onvermijdelijke verhaspelingen van Spaans en Portugees. Dacht ik dat men, met al die vakanties, nu toch wel de gutturale uitspraak van de Spaanse j kende, komt er een slimmerik die Conejo en Fajardo op z'n Portugees uitspreekt: Conezjo en Fazjardo (wat uit oogpunt van slonzigheid nog niet eens zo erg is als een artikel in de Haagse Post van 23 juni jl. over een in Portugal spelende kwestie, waar 10 pagina's lang het Spaanse dona staat in plaats van het Portugese dona). Let wel: ik verlang uiteraard niet dat deze verslaggevers ook 'boekenmensen' zijn, dat ze die talen kennen of op de hoogte zijn van echt moeilijke zaken als de beruchte neusklanken (ao, oe, ae) van het Portugees of uitspraakfinesses van het Koreaans of Arabisch. Nee, ik heb het over makkelijke dingen, die met behulp van een ezelsbruggetje of een enkele aantekening redelijk correct zijn uit te spreken.

Wat mij hierin vooral intrigeert zijn de wetmatigheden. Ik noemde al de klok en de klepel. Een andere wetmatigheid is die van het over-exotisme: woorden vreemder willen laten klinken dan ze zijn. Lang geleden al had met het over Don Camillo, niet zo als het er staat en slechts behoeft te worden uitgesproken, maar, wat blijkbaar buitenlandser klonk, als Don Camiljo.

Nog steeds denken mensen dat tequila (tekiela) Mexicaanser klinkt als je tekielja (tequilla) zegt. Hetzelfde lot treft de Argentijnse coach Bilardo in de mond van Ten Napel, Reitsma en anderen, waar hij als Bieljardo of Biejardo uit komt. En vanaf 1970, toen Rivelino in het Braziliaanse droomteam speelde, tot nu toe, heeft kennelijk niemand erop gewezen dat er niet Rivelino (Rievelienjo) staat, wat trouwens Spaans zou zijn (in het Portugees Rivelinho), maar dat het allemaal veel eenvoudiger, en vooral correcter, is dan men het wil maken: Rievelieno.

Klemtonen

Volharden in de dwaling is trouwens een opmerkelijk aspect. Kennelijk hoort niemand ooit, soms tientallen jaren lang, hoe het wel moet, wat in een zo internationaal gezelschap welhaast onvoorstelbaar lijkt. Klemtonen, bij voorbeeld. Misschien is het niet zozeer over-exotisme als wel verfransing, of een combinatie van beide, om vooral de namen op -ez en -es te maltraiteren. Hoeveel mensen, van de velen die Garcia Marquez lezen, leggen de klemtoon waar die staat: Marquez, in plaats van Marquez? (En dan zwijg ik nog van Garcia in plaats van Garcia.) Weinigen, als ik zo links en rechts luister, maar dat is niet erg, want die mensen spreken geen miljoenenpubliek toe.

Degenen die dat wel doen hebben gemaakt dat Roland Garros-winnaar Andres Gomez bij ons nu Andres Gomez heet. En zo dus alle heren Gomes (Portugees) en Gomez (Spaans) op het WK. En de heren Perez, Flores (tweede verminking), Rodriguez, Dominguez, Gonzalez, Tabarez, Gutierrez, Jimenez, Suarez, die allemaal niet de klemtoon op de laatste lettergreep hebben. Ook niet, echter, zoals eveneens vaak te beluisteren valt, op de eerste (Rodriguez, Gonzalez, Tabarez, Jimenez, Suarez), maar gewoon daar waar het accent staat: in het midden. Waarom maakt men het zich zo moeilijk? Men maakt het zich zelfs nog moeilijker. Sommige van deze namen kunnen op meer wijzen mishandeld worden. Bijvoorbeeld door de u tussen de g (als in het Franse garcon) en de e of i uit te spreken als een w (in uw, eeuw), terwijl het veel makkelijker (maar ja, minder exotisch?) is, hem helemaal niet uit te spreken, wat de bedoeling is. Een naam als Rodriguez kan aldus op vijf manieren verkeerd worden uitgesproken: Rodrigez, Rodriegwez, Rodriegez, Rodiregwez en Rodriegwez.

Amalia Rodrigues (Rodrieges, dus) de bekende Portugese fado-zangeres, moet hiervan helemaal dol zijn geworden, afgezien van het feit dat de Fransen (die, laten we eerlijk zijn, in deze dingen nog veel erger zijn dan wij) haar naam altijd met een z spellen en haar voorstellingen opluisteren met sombrero's, mantilla's, castagnetten, enfin, alles wat Spaans is en niet Portugees. Maar wat kun je ook verwachten in dat land als een der grootste kenners van het werk van Fernando Pessoa diens naam uitbraakt als stond er Fernandeau Pessoah... Exotischer dan een s op het eind is een z en exotischer dan een g lijkt een q te zijn, waarschijnlijk omdat het Nederlands die alleen in vreemde woorden gebruikt. Zo werd Colombia's vliegende kiep Higuita niet alleen Higwieta (in plaats van Igieta), maar ook Hikieta en Hikwieta. Het is trouwens opmerkelijk hoe vaak, ook in de beste kranten, de namen van Paraguay en Uruguay gespeld worden als Paraquay en Uruquay. Dit laatste land heeft op het WK bovendien te lijden van verengelsing: vrijwel iedereen zegt Joeroegwee in plaats van Oeroegwaai. De beste verengelsers en verfransers zijn natuurlijk Engelsen en Fransen zelf, die op dit gebied zonder enig voorbehoud als 100 procent analfabeet moeten worden beschouwd. De Belgen zijn even erg als de Nederlanders. Naar de Duitsers luister ik zo weinig mogelijk, maar ik heb er toch een betrapt op Maradona...

Gekakel

Niettemin, de prijs voor de meest stupide, meest noodlottige verfransing (die geen Fransman zal maken), de onbetwiste super-flater van het toernooi, gaat naar de ongelukkige die de Argentijnse keeper Pumpido (Poempiedo) herdoopte met de naam van de vroegere Franse president Pompidou. Ik zeg 'noodlottig', want als een stel kippen zonder kop, zonder na te denken, zonder ook maar te kijken naar wat er staat, kakelt de hele verslaggeversren over Pompidou. Dat dit miljoenen kijkers niet ontgaan is, hoor ik in cafe en op straat, in de supermarkt en onder scholieren, en ik weet: in heel Nederland heet de Argentijnse keeper Pompidou. Zou goddome niemand weten dat er ooit een Georges Pompidou heeft bestaan? Ik heb me beperkt tot Spaans en Portugees, twee talen waarvan ik iets afweet, maar van Italiaans weet ik genoeg om te horen dat het ook daar knudde is (Schillaci met een sj die sk moet zijn en Scifo met een sk die sj moet zijn.

. .), en met Tsjechisch en Joegoslavisch zal het wel niet anders zijn. Nu kan ik met voorstellen dat iemand zegt: waar maak je je druk om? Laat die mensen toch, wat kan het schelen... Ik denk dat, waar mijn interesse werd gewekt door de wetmatigheden, mijn irritatie wordt gewekt door de grootste wetmatigheid in dit alles: luiheid. Gemakzucht. Lamlendigheid. Niet dat ik denk dat de verslaggevers niets uitvoeren: ik neem aan dat ze hun verslag voorbereiden, ik vind het knap dat ze al die onbekende spelers van grote afstand zo gauw bij de naam kennen maar waarom dat niet ook even de uitspraak erbij? Als ik Kees Jansma op televisie zie, concludeer ik dat er enige tijd overschiet voor verblijf aan zee of zwembad en dat er dus ook tijd zou moeten zijn om eventjes aan een van de vele uitheemse collega's te vragen hoe hun landsmensen heten. Kleinigheid. Zo gebeurd. Maar nee. Geen zin, geen interesse, of ze denken dat het zo wel goed genoeg is, of ze vinden het onbelangrijk, of ze halen hun neus op voor andermans taal en eigen publiek. Ik begrijp er niets van.

Ik wou dat ik geen Nederlander was die vindt dat je vreemde namen moet proberen netjes uit te spreken.

De auteur is vertaler Spaans en Portugees en publiceert bij de uitgeverij De Arbeiderspers. Daar publiceerde hij onder andere Braziliaanse Brieven.