China stuurt ongekend zware handelsmissie na Indonesie

JAKARTA, 5 juli China heeft dit jaar een ongekend zware missie gestuurd naar de 23ste Jaarbeurs van Jakarta: maar liefst 45 Chinese bedrijven, wier belangen worden behartigd door meer dan 200 handelsfunctionarissen.

Op de jaarbeurs vechten het traditionele en het moderne Indonesie om het hardst om de blik van de bezoeker. Naast de kleurrijke stands voor de promotie van Indonesies 'buitengewesten', met handwerkende Toradja's, dansende Dayaks en, zowaar, een enkele Papoea, zijn de blikvangers vooral de neon-beloften van Japanse giganten als Fuji, Toyota en Mitsubishi.

Ook de paradepaardjes van het Indonesische bedrijfsleven zijn komen opdraven: voorop de grootste fabrikanten van de zeer populaire kruidnagelsigaretten, zoals Kudus en Gudang Garam, en ook snel groeiende jonge ondernemingen in de kleding-, schoenen- en meubelindustrie. Temidden van al deze wervingsactiviteiten prijkt een opvallend bouwwerk, gedecoreerd in traditionele stijl: het paviljoen van de Volksrepubliek China. De Chinese uitstalling bestaat voor tachtig procent uit machines, apparaten en gereedschappen produkten die het goed doen op de Indonesische markt. De leider van de zware Chinese missie van de in Peking zetelende China Council for the Promotion of International Trade (CCPIT), Liu Fugui, is niet de eerste de beste: hij is tevens secretaris-generaal van de CCPIT. Het bericht dat hier eerder deze week alle voorpagina's haalde, de aankondiging dat volgende maand de diplomatieke betrekkingen tussen Indonesie en China zullen worden hersteld, wordt door Liu met een even tevreden als laconieke glimlach ontvangen. 'Politiek en handel gaan hand in hand', orakelt hij, 'en de handel tussen beide landen heeft zich de laatste jaren gunstig ontwikkeld.' Terwijl er nog lang geen sprake was van herstel van de in 1967 verbroken diplomatieke betrekkingen ondertekenden de Indonesische Kamer van Koophandel en de CCPIT op 5 juli 1985 in Singapore een zogeheten Memorandum of Understanding, dat hervatting van de rechtstreekse handel tussen beide landen, zonder tussenkomst van derde landen als Singapore en Hongkong, mogelijk moest maken. Die handel beliep vorig jaar een miljard dollar. Dat is nog geen spectaculair cijfer, maar het is wel viermaal zoveel als in 1984, het jaar voor de afsluiting van het informele akkoord van Singapore. In 1984 bedroeg de waarde van China's export naar Indonesie nog het drievoudige van de Indonesische uitvoer naar China; vorig jaar echter realiseerde Indonesie een bescheiden exportoverschot. Over de exacte omvang van dat overschot lopen de meningen in Jakarta en Peking uiteen. Tot dusverre beschouwen beide partijen alleen die goederen als export die rechtstreeks aan de andere kant worden geleverd, terwijl zij alles als import uit het partnerland beschouwen dat in dat land is geproduceerd, ook als de goederen in kwestie via derde landen (zoals Hongkong en Singapore) zijn verscheept. Hoe het zij, China hoopt nu door de versteviging van de politieke banden met Indonesie meer evenwicht te brengen in de wederzijdse handel.

China verkoopt aan Indonesie vooral machines, chemische produkten en mineralen, terwijl het in Indonesie kunstmest, cement en hout koopt. Het naderende formele herstel van de diplomatieke betrekkingen tussen Jakarta en Peking heeft in Indonesie de tongen los gemaakt over de voor- en nadelen van deze toenadering. Bob Hasan, de voorzitter van de machtige Indonesische Bond van houthandelaren, die jaarlijks voor zo'n 500 miljoen dollar tropisch hardhout naar de Volksrepubliek exporteert, ziet alleen maar voordelen: 'Het betekent dat de Indonesische exporteurs in de toekomst een gelijke behandeling zullen krijgen wat betreft de invoerrechten'. Ook Dasuki Angkosubroto, president-commissaris van de Gunung Sewu Groep, die al jaren via Singapore en Hongkong sojabonen, mais en jute in China koopt, is positief gestemd. Zodra Peking en Jakarta ambassadeurs hebben uitgewisseld, verwacht hij niet langer te zijn aangewezen op de berichten van tussenpersonen en voortaan zelf ter plaatse de kwaliteit en hoeveelheid van de geleverde goederen te kunnen controleren.

Sukamdani Sahid Gitosardjono, ex-voorzitter van de Indonesische Kamer van Koophandel, die in 1985 zelf het informele handelsakkoord met China tekende en nu bestuurslid is van de Sahid Jaya Groep, plaatst de bilaterale handel met China in een breder kader: 'In de toekomst zal deze Aziatisch-Pacifische regio een snelle economische groei moeten realiseren om een tegenwicht te kunnen vormen tegen de opkomst van economische blokken, vooral in Europa. Indonesie en China, de twee volkrijkste landen van Azie met een enorme potentiele markt, zullen deze regionale trend volgen'. Faisal Batubara, stafmedewerker van het Economisch Onderzoeksinstituut van de Universitas Indonesia, wijst er ten slotte op dat veel Indonesiers de toenadering tot China met argwaan bekijken. 'Zij zijn bang dat deze kolos eenzijdig voordeel zal behalen uit nieuwe economische banden.'

Maar Batubara relativeert deze dreiging: 'In vergelijking met China ligt de kracht van de Indonesische economie in zijn agrarische en mijnbouwprodukten. China zal zeker tot het einde van deze eeuw een netto-importeur blijven van delfstoffen (met uitzondering van tin), zaden en palmolie en die produkten kan Indonesie, dank zij zijn goedkope arbeidskrachten, tegen concurrerende prijzen leveren. Daar staat tegenover dat Indonesie weliswaar een hoger hoofdelijk inkomen heeft, maar technologisch ver achterligt op China. Het aandeel van de industriele produktie in het Chinese bruto nationaal produkt bedraagt 35 procent, terwijl dat bij ons maar net boven de 10 procent ligt. Het is niet ondenkbaar dat buitenlandse ondernemingen hun investeringen in de toekomst verleggen van Indonesie naar China, als de politieke situatie daar stabiel blijft en Indonesie als te duur wordt beschouwd. Om die reden moet Indonesie de voor- en nadelen van de handel met China zorgvuldig tegen elkaar afwegen'. Op de Jaarbeurs van Jakarta ziet de Chinese chef de mission Liu Fugui de toekomst zonnig in: 'Er bestaan grootse perspectieven voor samenwerking tussen de beide landen, vooral op het gebied van de olie-exploratie, kolenwinning en landbouw'.

Hij verwacht in deze weken voor enkele tientallen miljoenen dollars aan orders binnen te halen en glimlacht opnieuw tevreden.