Brussel wil Europees college voor nieuwe geneesmiddelen

BRUSSEL, 5 juli Voor de beoordeling en registratie van nieuwe geneesmiddelen moet na de eenwording van Europa in 1993 een centraal college komen. Een dergelijk college moet over de toelating of afwijzing van een nieuw preparaat beslissingen kunnen nemen, die bindend zijn voor alle lidstaten. Dat heeft de Europese Commissaris Martin Bangemann, belast met industrie en handel, bekendgemaakt.

In Brussel wordt het onwenselijk geacht dat het college in een van de grote geneesmiddelen producerende landen als Duitsland, Frankrijk, Engeland of Italie zou komen. Hierdoor maakt Nederland een kans als vestigingsplaats van dat nieuwe college.

De voorbereidingen voor de gemeenschappelijke markt zijn op het gebied van geneesmiddelen inmiddels voltooid. Het gaat daarbij om richtlijnen voor registratie, distributie, wijze van verkrijgbaarheid, etikettering en adverteren.

De Europese Commissie wil slechts twee soorten medicijnen: zogeheten zelfmedicatie die bij drogist en apotheker verkrijgbaar is, en geneesmiddelen die alleen op recept verkrijgbaar zijn. In ons land geldt daartussen nog een grijze zone van middelen die alleen apothekers mogen verkopen maar waarvoor geen recept nodig is. Dat geldt voor dertig procent van alle medicijnen. Zij moeten binnen twee jaar ofwel vrij ofwel uitsluitend op recept verkrijgbaar worden.

Het voorgestelde centrale college zal alleen echt nieuwe verbindingen beoordelen. Bovendien geldt het als beroepsorgaan. Als een fabrikant in een van de lidstaten geen toelating krijgt kan hij beoordeling van het centrale college vragen. Aangezien het om bindende beslissingen gaat, zou de fabrikant bij een negatief oordeel zijn middel dus uit alle lidstaten moeten terug trekken, aldus Bangemann.