Berenruzie

Als Winter People in zwart-wit gedraaid zou zijn, had men bijna kunnen denken dat de film meer dan vijftig jaar oud is. De film hoort in een genre dat je zou kunnen beschrijven als semi-western of als wildernis-melodrama, en dat in ieder geval nauwelijks meer bestaat. Het archaische karakter van Winter People, in de heuvels van North Carolina geregisseerd door de Canadese veteraan Ted Kotcheff, is de enige charme van een verder nogal kleurloze en mechanische onderneming.

In de depressiejaren strandt een weduwnaar (Kurt Russell) met zijn elfjarige dochter, op zoek naar werk en een nieuw bestaan, in een afgelegen bergstreek. Daar stuiten zij op ongehuwde moeder Kelly McGillis, door haar familie veroordeeld tot een eenzaam bestaan op een afgelegen boerderij. De weduwnaar, een klokkenmaker, en het meisje mogen in de schuur slapen en worden na enige schermutselingen getolereerd door de dorpelingen, die zijn gepaaid met de belofte dat in het dorp een klokketoren zal verrijzen. De stadsbewoner Russell doodt een beer en dan breekt er oorlog uit met de slechte familie aan de overkant van de rivier. In de veldslag sneuvelt de vervaarlijkste bullebak en de snoodaards schreeuwen om bloedwraak. Wat zij niet weten is dat het slachtoffer de vader was van de kleine bastaard aan de overkant... Een regisseur zou wel van heel goeden huize moeten komen om dit verhaal aan een modern publiek te kunnen verkopen. Met enige verbeeldingskracht en een veel hoger budget had er misschien een variant op Heaven's Gate in gezeten. Kotcheff komt aan epiek echter niet eens toe. Hij werkt zich met de moed der wanhoop door het scenario heen en kwijt zich plichtmatig van een ondankbare taak.