800 JAAR KLEED- EN WOONCULTUUR OP KASTEEL MIDDACHTEN; Overgrootmoeders zwarte japon

Zij draagt praktische kleren, waar haren en zweet van de paarden, vuil en stof van de stallen, erf en tuin geen smet op werpen. Gravin van Ortenburg-Bentinck, vrouwe van Middachten, heeft een ingetogen smaak, geheel volgens de traditie van haar voorvaderen. Zij is gesteld op luxe waar het kwaliteit betreft, maar niet op schittering en vertoon. Aan kunststoffen heeft zij een uitgesproken hekel. De namaakbekleding van de Louis XV-stoelen in een van de ontvangstvertrekken heeft zij laten vervangen door kostbare natuurzijde. Als haar financien het toestonden, liet zij de muren van het ouderlijk slot bespannen met zijde en drapeerde zij ook zijden gordijnen voor de metershoge vensters.

Het is nu bijna vijf jaar geleden dat de gravin besloot Middachten in zijn oude luister te herstellen. Het kasteel, gelegen op de grens tussen het lage IJsselland en de Veluwe in de buurt van Arnhem, had vanaf de jaren dertig, toen zij als kind met haar ouders in een van de bijgebouwen trok, tot aan de restauratie in 1964 leeggestaan. Vanaf die tijd werd het zeventiende-eeuwse gebouw ter bestrijding van de onkosten verhuurd. Maar toen er in 1985 geen nieuwe huurders kwamen, dreigde het huis te verstoffen en het domein van muizen en spinnen te worden. Het verzoek van een jachtvereniging om na het jagen een aperitief op Middachten te drinken, bracht uitkomst. De Grote Zaal, waar alleen nog twee schilderijen hingen, werd provisorisch ingericht. Men haalde antieke commodes van zolder, zocht serviesgoed bij elkaar en rolde lopers uit. De overige kamers, die volkomen kaal waren, hield men angstvallig gesloten.

Heel even gonsde het kasteel van leven en dit beviel zo goed dat besloten werd het hele huis opnieuw in te richten met de gerestaureerde huisraad van vorige generaties. Met behulp van oude foto's, een enkele gravure en aquarel probeert men nu de oorspronkelijke staat van de vestibule, de eetkamer, de groene en de blauwe kamer te reconstrueren. Het opknappen gaat langzaam en spelenderwijs. De gravin houdt een foto vast, een medewerker staat op een ladder en gokt met aanwijzingen van beneden waar een schilderij moet hangen.

De kroon op dit werk is de huidige tentoonstelling over de ontwikkeling van de kleed- en wooncultuur gedurende de 800 jaar dat Middachten familiebezit is. De expositie is een unieke gelegenheid om Middachten van binnen te bezichtigen. Om de privacy en rust van de gravin, die nog steeds in de bijgebouwen woont, te garanderen, is het kasteel de rest van het jaar gesloten.

Niet alle acht eeuwen passeren even goed gedocumenteerd de revue: uit de twaalfde tot en met de zestiende eeuw zijn maar heel weinig voorwerpen en nog minder kledingstukken bewaard. Het enkele teruggevonden harnas, de opgepoetste malienkolder en de laatmiddeleeuwse schietgaten geven wel een heel magere indruk van het leven in deze periode.

De expositie begint in het benedenhuis, het vroegere verblijf van de bedienden, dat zo vindt de gravin destijds (een paar eeuwen terug) in een vieze, goedkope kleur okergeel is geschilderd. Aan de muren hangen oude, gekleurde landkaarten en gravures van de classicistische tuin bij het kasteel. In uitstalkasten staan talloze porseleinen serviezen te pronken: kostbaar vergulde voor hoogtijdagen, met bloemetjes beschilderde voor door de week. In vitrines liggen brieven, bestel- en inventarislijsten van de oude heren van Middachten, en opdrachten voor de verbouwing van de middeleeuwse burcht tot een op Versailles geinspireerd lustslot aan het eind van de zeventiende eeuw.

Tussen 1694 en 1697 kreeg Middachten haar tegenwoordige vorm. De architecten Jacob Roman (ook betrokken bij de bouw van Het Loo) en Steven Vennecool ontwierpen een kubusvormig gebouw met uitspringende risalieten naar de smaak van hun tijd. De oorspronkelijke U-vorm werd gesloten en het vroegere plein gebruikt voor de bouw van een monumentale staatsietrap met twee vleugels die naar een galerij leidden.

In de toonkamers en -kabinetten is enigszins getracht de inrichting van de kamers te koppelen aan de kledingstijl uit dezelfde periode. Zo is in een van de uitbouwsels een compleet Empire-kabinet ingericht, met meubels uit de Napoleontische tijd en kostuums gedragen door de toenmalige heer en vrouw des huizes. De luchtige japon uit de garderobe van Wendela Leonora gravin van Raesfelt-Boreel (1792-1868) is, geheel volgens de toen heersende mode, uitgevoerd in witte zijde. De hoge taille vlak onder de boezem, het bescheiden ovaalvormige decollete en de in soepele plooien vallende sluike rok zijn geinspireerd op de 'natuurlijke' gewaden waarmee de vrouwen in het oude Rome zich tooiden.

In andere vertrekken zijn historiserende maskeradepakken uit de negentiende eeuw te zien. Zij herinneren aan een tijd dat er op Middachten nog regelmatig feesten van allure werden georganiseerd, toen de Oranjes vlakbij op Het Loo hof hielden. Er is achttiende-eeuwse ochtendkleding tentoongesteld, waaronder een prachtig bewerkte sitsen kamerjas, maar ook meer sombere kleding, zoals een hooggesloten en stijf ingeregen zwarte japon van de Duitse overgrootmoeder van gravin van Ortenburg.

Veel herinneringen aan de geexposeerde voorwerpen en kledingstukken heeft de huidige gravin niet, zelfs niet aan de jurkjes die zij als kind in de jaren dertig droeg: daar bezat zij er eenvoudig te veel van. Zij is gewend aan de grandeur van het oude huis, aan de in overvloed bloeiende bloemen in de tuin en het weidse uitzicht over de IJssel, en koestert daarom geen speciale gevoelens voor haar bezit. Althans dat beweert zij. Want uit haar inspanningen om de familiegoederen weer in hun oude glorie te herstellen, spreekt een diepe verknochtheid.