VS, Japan blijven ruzien over handel; Nieuwsanalyse

TOKIO, 4 juli Het was zo positief bedoeld toen de VS een jaar geleden het 'Initiatief voor structurele belemmeringen' voorstelden. In een aantal gespreksronden zouden Japanse en Amerikaanse handelsvertegenwoordigers elkaars economische structuur onder de loep nemen om de belemmeringen op te sporen die een meer evenwichtige handel tussen de beide economische supermachten in de weg zouden staan. Geen gekissebis over kleinigheden zoals sinaasappelen, biefstuk en de technische specificaties voor een autotelefoon. Dat bedierf de stemming alleen maar, Japan en de VS zijn tenslotte elkaars belangrijkste bondgenoten.

Een andere factor die bijdroeg aan het Amerikaanse plan om Japan 'structureel' aan te pakken was het groeiende besef dat Japan 'anders' was. Het doorslaggevende bewijs dat de Japanse economie volgens andere wetten verliep dan die van Adam Smith was het uitblijven van enige verbetering in het Amerikaanse handelstekort, hoewel de dollar na het Plaza-akkoord in 1985 in waarde was gehalveerd. De verwachting was dat Japanse produkten in de VS duurder en Amerikaanse produkten in Japan twee keer zo goedkoop zouden worden en alle Japanse consumenten ermee zouden lopen.

Heel iets anders is gebeurd. Het koersvoordeel van de goedkope dollar is voor het grootste deel opgestreken door de importeurs, die niet wisten of de koersdaling structureel zou zijn en daarom hun prijzen maar niet verlaagden. Voor Japanse exportbedrijven was de gestegen waarde van de yen een stimulans om rigoureus te innoveren en te rationaliseren. Dat maakte Japanse bedrijven alleen maar sterker. En sommige bedrijfstakken, zoals voor video-recorders, hoefden zich helemaal geen zorgen te maken over hun prijzen in de VS, omdat Japanners alleenheersers zijn op deze markt. De enige gedupeerden waren hier de Amerikanse consumenten die meer voor deze produkten moesten betalen.

Bijeffect van de dure yen/ goedkope dollar is dat heel Amerika een koopje is geworden voor Japanse investeerders. Het tempo waarmee Amerikaans onroerend goed en Amerikaanse bedrijven worden opgekocht heeft in de VS de ongemakkelijke gevoelens ten aanzien van Japan alleen maar aangewakkerd.

In het handelsoverleg kwamen daarom zaken aan bod waar echte vrije markt-economen zich nooit aan zouden wagen. De VS eisten dat Japan zijn distributie-systeem vereenvoudigde, strenger optrad tegen kartels, zijn consumenten aanspoorde minder te sparen en meer uit te geven, de exorbitante landprijzen in grote steden zou inperken en meer uitgaf aan openbare werken. Japan ried de VS aan om hun begrotingstekort te dichten, hun bedrijfsleven te stimuleren op langere termijn te denken, consumenten aan te zetten om meer te sparen en om het onderwijs te verbeteren. Stuk voor stuk onderwerpen die waren te kwalificeren als 'inmenging in interne zaken' en 'buiten de context van het handelsoverleg'. Al beklemtonen de Amerikanen dat Japanse consumenten er beter van worden als Japan tegemoet komt aan de Amerikaanse eisen, aan Japanse zijde wordt dat vooral gezien als een concessie, een offer. Hoe structureel de wederzijdse misvattingen zijn bleek toen Carla Hills, de presidentiele handelsvertegenwoordigster in april besloot de beruchte 'Super 301'-handelsclausule niet meer van toepassing te laten zijn op Japan. Japan had al vanaf het begin van het handelsoverleg geklaagd dat het niet fair was deze zware stok achter de deur te houden bij overleg dat constructief was bedoeld. Bij het opstellen van een interim-rapportage begin april was Japan zo toeschietelijk, dat bij wijze van aanmoediging Japan werd geschrapt van de lijst 'oneerlijke handelspartners' waartegen de VS volgens de 'Super 301'- clausule harde sancties mag treffen. Voor Japan het teken dat er verder geen concessies meer hoefden te worden gedaan. Met veel hangen wurgen is dan ook vorige week in de laatste overlegronde, die zelfs met twee dagen moest worden verlengd, het eindrapport gepubliceerd.

Van de oorspronkelijke bedoeling om met het overleg over de 'structurele belemmeringen' een eind te maken aan gekissebis over details, is weinig over. Sterker nog, het eindrapport heeft al aanleiding gegeven tot nieuwe fricties over de vraag hoe moet worden gecontroleerd of Japan de afspraken nakomt. Zeven Amerikaanse Congresleden hebben gisteren een wetvoorstel ingediend dat sancties tegen Japan rechtvaardigt als Japan zich niet aan zijn toezeggingen houdt.

    • Elbrich Fennema