Verfrissend of effectief

ZAL MINISTER Maij-Weggen (verkeer en waterstaat) straks struikelen over het Kamerlid Roossen-van Pelt, tot nu toe vooral bekend als pleitbezorgster namens het CDA voor de Zuid-Willemsvaart? Het was dit Kamerlid dat een motie heeft aangekondigd, en het is de minister die gezegd heeft deze niet te zullen uitvoeren. Bovendien is het de laatste vergaderweek van de Tweede Kamer voor het zomerreces, een week die nooit van hilarische gebeurtenissen is ontbloot. De snelheidsbegrenzer voor vrachtwagens is het zoveelste onderwerp dat de meest besproken minister uit het kabinet Lubbers-Kok in conflict met de Kamer en haar eigen partij heeft gebracht. Het wordt zo langzamerhand een vertrouwd beeld: als de minister roept zwart, roepen haar partijgenoten in de Kamer het liefst wit. Aan de ene kant een vorm van gezond dualisme, maar als het structurele vormen begint aan te nemen zoals nu, wordt een dergelijke verhouding toch zorgwekkend.

De eerste negen maanden van haar ministerschap heeft Maij-Weggen vooral met veel aplomb plannen en voornemens gepresenteerd die echter weer even snel door een meerderheid van de Kamer werden afgeschoten. Wat daarbij opvalt is dat van haar kant geen enkele poging wordt ondernomen de verhouding met de Kamer te verbeteren. Zo liet zij afgelopen maandag op voorhand weten een motie over de snelheidsbeperker die nota bene nog niet eens was ingediend niet te zullen uitvoeren. Het versterkt weer eens de indruk dat de minister weinig affiniteit heeft met het gebruikelijke 'gemeen overleg' tussen Kamer en parlement. Niet verwonderlijk, want al eerder gaf zij te kennen erg gecharmeerd te zijn van de Engelse stijl van discussieren. Alleen is er een groot verschil: in het Verenigd Koninkrijk zijn de ministers veelal verzekerd van een meerderheid, terwijl deze in Nederland met zijn coalitiekabinetten toch altijd iets minder vanzelfsprekend is. HET GEVOLG tot nu toe is dat irritatie over haar wijze van optreden en inhoudelijke meningsverschillen steeds meer door elkaar lopen, en de zo noodzakelijke discussie over het Nederlandse verkeers- en vervoersbeleid verlammen. Haar werkwijze in de Tweede Kamer mag dan wel bij tijd en wijle verfrissend zijn, effectief is het tot op heden allerminst geweest.