Spijkerbroek illustreert harde gulden

ROTTERDAM, 4 juli Een wereldwijde vergelijking van de prijzen van spijkerbroeken toont aan dat de wisselkoersen van de Westeuropese valuta dichter naar elkaar toe zijn gekropen. De prijzen van spijkerbroeken in West-Europa lopen, omgerekend in guldens, dit jaar minder uiteen dan vorig jaar. Dit bevestigt de grotere stabiliteit van de wisselkoersen in het Europese Monetaire Stelsel (EMS). Ook het Britse pond beweegt zich in de richting van zijn 'Europese' koers.

Dit blijkt uit het jaarlijkse onderzoek van NRC Handelsblad naar de koopkrachtpariteit, een vergelijking van wisselkoersen aan de hand van de prijs van een uniform produkt. Uitgangspunt is de klassieke Levi 501 spijkerbroek, het model van James Dean.

In Oost-Europa lopen de prijzen van spijkerbroeken ver uit de pas met de officiele wisselkoers. Wel blijkt dat in landen waar de economische liberalisering het verst is gevorderd, zoals Polen en Hongarije, de afwijkingen tussen de prijs en de koopkracht van de lokale valuta het minste zijn. De afwijkingen zijn het grootst in de Sovjet-Unie, waar een spijkerbroek na omrekening volgens de officiele koers fl. 632 kost. Ook de koers van de Surinaamse gulden loopt volstrekt uit de pas.

Wereldreizigers kunnen, evenals vorig jaar, het goedkoopst een spijkerbroek aanschaffen in India of in de Verenigde Staten. Wie een Levi 501 koopt in Nederland (fl. 149,95) kan voor hetzelfde geld twee broeken in de VS kopen (fl. 66 per stuk) en houdt dan nog fl. 18 over.

Supplement Economie: De wisselkoers van de spijkerbroek