RUGGEBREKERS

Vorig jaar rond deze tijd was de langdurige werkloosheid in ons land sociaal probleem nummer een. Nu hoor je daar niemand meer over. Is de langdurige werkloosheid dan zoveel minder nijpend geworden? Welnee. Het probleem is gewoon weer uit de mode geraakt.

Afgelopen najaar maakten vakbeweging en werkgevers afspraken over de aanpak van de langdurige werkloosheid. Er was een middel bedacht om werklozen weer in contact te brengen met de wereld van de betaalde arbeid: werkervaringsplaatsen. Bedrijfsleven en overheid zouden tienduizenden van deze 'stageplaatsen' vrijmaken voor werklozen. Er kwam niets van terecht. Voor het recente overleg tussen kabinet, vakbeweging en werkgevers zei minister De Vries nog dat hij de sociale partners daarover flink de oren zou wassen. Het gebeurde niet. Want opeens dook in het overleg een heel nieuw onderwerp op: de groei van het aantal arbeidsongeschikten.

Soms bekruipt me de gedachte dat zo'n nieuw thema alleen maar in het politieke debat wordt geworpen om te voorkomen dat andere problemen serieus moeten worden aangepakt. Een naieve gedachte. Want misschien is het nog veel erger. Misschien leeft in al die Haagse vergaderkamertjes echt de illusie dat het zin heeft om even snel afspraken te maken over de aanpak van complexe sociale problemen.

De groei van het aantal arbeidsongeschikten is zo'n complex probleem. Nederland telt nu al meer dan 900.000 WAO'ers. De mijlpaal van een miljoen arbeidsongeschikten komt snel in zicht. Die groei is het resultaat van twee tegengestelde stromen. Elk kwartaal worden 20.000 tot 25.000 mensen arbeidsongeschikt verklaard. Daartegenover staat een 'uitstroom' uit de WAO van ongeveer 17.500 mensen: WAO'ers die 65 jaar worden, doodgaan, of een (aangepaste) baan krijgen en terugkeren in het arbeidsproces. Netto resultaat: elk jaar 20.000 uitkeringsgerechtigden erbij. Elk jaar worden bijna honderdduizend Nederlanders zo ziek dat ze lange tijd niet meer kunnen werken - althans niet op hun oude werkplek. Problemen met het 'bewegingsapparaat' (vooral rugklachten) maken nog altijd de meeste slachtoffers. Een kwart van de arbeidsongeschiktheid is daarop terug te voeren. De tweede grote ziekmaker is stress. Op het moment zijn 'psychische klachten' al verantwoordelijk voor iets minder dan een kwart van alle WAO-gevallen, en dat aandeel stijgt. Binnenkort zal stress WAO-oorzaak nummer een zijn. Onderzoeken naar 'arbeidsbeleving' laten zien dat steeds meer werknemers gebukt gaan onder de 'tijdsdruk' op hun werk, en dat een toenemend aantal mensen hun baan omschrijft als 'geestelijk zwaar'. Nu is stress een moeilijk onderwerp om aan te vatten. Teveel verantwoordelijkheid kan stress veroorzaken, maar te weinig is ook weer niet goed. Sommige mensen willen veel dynamiek in hun werk, anderen schrikken van de geringste verandering. Ideaal zou het zijn wanneer mensen zelf konden 'regelen' op welk niveau van lichamelijke en geestelijke pressie ze willen werken - maar dat is voor de meeste werknemers nog volstrekt onhaalbaar.

Sommige vormen van lichamelijke belasting lijken makkelijker aan te pakken. Kijk bij voorbeeld eens naar de resultaten van recent onderzoek in distributiecentra en magazijnen. Van Alphen en Nijhuis, twee medisch psychologen van de Rijksuniversiteit Limburg, ondervroegen 280 'loods-medewerkers' over de kwaliteit van hun werk. De resultaten zijn schokkend. In de loodsen komt nog veel lichamelijk zware arbeid voor. Tweederde van de ondervraagden meldt dat ze regelmatig gewichten van twintig kilo of meer verslepen. Een aantal tilt vaak veel zwaardere lasten. Zeven van de tien ondervraagden hebben daarbij op de werkplek veel last van kou, wisselende temperaturen, tocht en stof. Zwaar werk in ongunstige omstandigheden - de gevolgen blijven niet uit.

De helft van de loodsmedewerkers blijkt last te hebben van lage rugpijn. Veertig procent heeft pijn in botten en spieren. Een op de drie meldde zich het afgelopen jaar ziek wegens een klacht aan het bewegingsapparaat. Een op de drie was het afgelopen jaar onder behandeling van een specialist, een fysiotherapeut of een alternatieve genezer. Een op de tien lag afgelopen jaar in het ziekenhuis. Nederland telt ongeveer 140.000 loodsmedewerkers. Dus reken maar uit wat een potentieel aan arbeidsongeschikten in Nederland Distributieland aanwezig is.

De Logistiekkrant doet verslag van een tweede onderzoek, dat niet minder schokkende resultaten opleverde. Twee studenten onderzochten, in opdracht van de Vervoersbond FNV, de ergonomische kwaliteit van vorkheftrucks. Ze melden dat het gebruik van gewone standaard vorkheftrucks in alle door hen onderzochte distributiecentra onaanvaardbaar veel schokken en trillingen oplevert voor de berijders. Veel magazijnvloeren vertonen oneffenheden (drempels, rails). De kwaliteit van de stoelen op de vorkheftrucks blijkt over de hele linie deplorabel. Ook wanneer de trucks zijn voorzien van luchtgeveerde stoelen, zijn die zelden goed ingesteld op het gewicht van de chauffeur.

Tot zover is het een simpel verhaal. Maar dan komen we op het rijgedrag van de heftruck-chauffeurs. Rustig rijden op een goede heftruck levert weinig trillingen en schokken op. Maar veel chauffeurs rijden verre van rustig. De onderzoekers hebben 'de stellige indruk' opgedaan, 'dat veel chauffeurs scheuren en bewust risico's nemen om de verveling te verdrijven'.

Veel loodswerk is gewoon stomvervelend. Hoe in hemelsnaam veranderen we dat? De meeste van de hier geschetste problemen kunnen simpelweg worden ondervangen door investeringen. Het onderzoek van de Rijksuniversiteit Limburg laat zien dat het ziekteverzuim in de best geoutilleerde loodsen twee-derde lager ligt dan in slecht uitgeruste hallen. Maar sommige problemen - zoals verveling tijdens het uitvoeren van 'dom' werk - zijn niet zo makkelijk aan te pakken. Dat vergt fundamentele veranderingen in de organisatie van het werk.

Natuurlijk kan centraal overleg in Den Haag een bijdrage leveren aan het beperken van de groei van het aantal arbeidsongeschikten: door de werkgevers te dwingen slechte arbeidsomstandigheden aan te pakken. Er is veel meer nodig. Maar dan gaat het om veranderingen in de relaties tussen werkgevers en werknemers, die niet even per decreet te regelen zijn. Dat moet langzaam groeien. En een langzame verandering, daar valt voor een politicus geen eer aan te behalen.