'Rituele slacht is eigenlijk wel mooi'

PERNIS, 4 juli In het steegje naast het slachthuis van slager Speelman in Pernis ligt een stapel schapevellen. Even verderop staan vaten met ingewanden van pas geslachte koeien en schapen, naast een kraampje waar kroketten te koop zijn. Een zware geur van mest en bloed hangt om de slachterij. Turkse mannen en jongens kijken naar de nog levende runderen binnen een afrastering. Het islamitische slachtfeest Kurban Bayram genaamd heeft iets van een braderie.

De afgelopen drie dagen zijn in Nederland naar schatting 16.000 dieren ritueel geslacht in 103 abattoirs. Tien organisaties voor dierenbescherming waren bang dat de dieren onnodig pijn zouden lijden omdat het slachtfeest plotseling met een dag werd vervroegd. De slachthuizen zouden daardoor onvoldoende voorbereid zijn. De begindatum van het drie dagen durende slachtfeest wordt vastgesteld op basis van de maanstand. De oorspronkelijke datum, 3 juli, stond al maanden vast. Donderdag lieten Marokkaanse islamieten het ministerie van WVC weten dat het begin van het feest volgens hun berekening op 2 juli viel. H. Verburg van de Veterinaire Hoofdinspectie van Volksgezondheid zegt dat WVC de vervroeging niet heeft verboden, omdat er dan zonder toezicht zou worden geslacht. De overheid moet toestemming geven voor het rituele slachten zonder verdoving, dat in de Nederlandse wet verboden is.

Het slachtfeest is een religieus hoogtepunt voor islamieten. De gelovigen 'offeren' een rund, kameel, schaap of geit. In groepjes van drie, vijf of zeven de heilige getallen moeten worden gerespecteerd kopen zij een dier. Na het slachten geven ze tweederde van het vlees aan de armen. 'Maar die heb je hier niet veel meer', lacht een Turkse man op het slachtfeest in Pernis. Zijn 16-jarige zoon wijst naar 'hun' zwart-witte koe met blauw brandmerk, die rondloopt tussen de andere runderen. Hij verheugt zich op het vlees dat de komende dagen op het menu staat. Als de koe aan de beurt is, verdringen vader en zoon zich met de andere kopers om het dier. Ze leggen hun handen op de koeierug en zingen zacht gebeden. Dan gaat het dier naar de slachtbank: een ijzeren kantelbox waarin de koe klem zit. De box wordt omgedraaid waardoor de koeiehals in de goede stand komt te liggen.

Het ritueel duurt kort. Zo'n twintig seconden na de halssnede is de koe bedwelmd. Bloed spuit uit de hals, wat ook het doel is van het rituele slachten. Volgens de islamitische spijsvoorschriften mogen moslims geen bloed consumeren. Twee islamitische slagers verrichten de slachting, waarna het rund wordt bewerkt door een tiental anderen. De offerdieren eindigen in een plastic zak, die de gelovigen opgetogen in ontvangst nemen.

In het slachthuis houden inspecteurs van de ministeries van landbouw en WVC en van de Dierenbescherming toezicht. 'Alles verloopt prima', zegt inspecteur J. Minderhoud van de Veterinaire Inspectiedienst. 'Eigenlijk is het ook wel heel mooi, zo'n ritueel.'

Eigenaar Speelman van de slagerij, die sinds 1982 zijn slachthuis beschikbaar stelt voor het islamitische offerfeest, sluit zich daarbij aan. 'Het is niet mijn geloof. Maar je ziet dat die mensen blij zijn.' D. A. Duyzer van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming meent dat de dieren door een halssnede 'hooguit een paar seconden langer lijden dan bij het niet-rituele slachten.'

Niet-rituele slagers schieten de dieren eerst een stalen pen door de kop, waardoor ze terstond bedwelmd zijn. Volgens D. van Oers van de Dierenbescherming kan Pernis als voorbeeld dienen voor andere slachterijen. Elders in Nederland hebben wel 'worstelingen' met dieren plaatsgehad, wat in de hand is gewerkt door het vervroegen van de datum. 'Een goede halssnede staat of valt met rust en voldoende voorbereiding.'

De Dierenbescherming heeft niets tegen het rituele slachten. 'Maar vrijheid van godsdienst mag nooit ten koste gaan van dieren', zegt Van Oers. Daarom pleit hij voor een verplicht vakdiploma voor slagers, volgnummers bij het slachten en het tijdig vaststellen van een datum voor het offerfeest.