Middenstand in DDR klaagt over te grote spaarzaamheid

BERLIJN, 4 juli De fotowinkelier van de Friedrichstrasse begint zich nu toch wel zorgen te maken. 'De mensen zijn wel heel erg voorzichtig met hun geld, hopelijk gaat het straks beter, anders moeten wij ook nog personeel ontslaan', zegt hij, houder van een al enkele tientallen jaren particuliere zaak voor fotoartikelen en pasfoto's in het hart van Oost-Berlijn. De buren zijn het met hem eens: zowel de sigarettenhandelaar als de drankwinkel klaagt over grote stilte. Dat de DDR-burgers in deze dagen hun nieuwe D-marken niet massaal zouden uitgeven, dat was verwacht en ook zeer gehoopt, omdat een plotselinge besteding van de ongeveer 25 miljard D-mark op spaarrekeningen in de DDR tot een dramatische inflatie had kunnen leiden. Maar de spaarzaamheid van de nieuwe D-markbezitters overtreft alle verwachtingen.

Slechts voor 3,4 miljard is er de afgelopen dagen opgenomen, zegt de Bundesbank, de Westduitse centrale bank. En dat geld is kennelijk vervolgens voor een groot deel thuis goed opgeborgen. Wel kijkers, maar veel minder kopers in de grote warenhuizen en supermarkten van Oost-Berlijn. De grote winkels van West-Berlijn die de afgelopen dagen extra personeel hadden ingezet voor de verwachte kopersstroom uit het oosten, hebben dat weer laten inrukken. De hoop is nu gevestigd op de koopavond, morgen, en misschien het volgende weekeinde.

Aan de bereikbaarheid van beide stadsdelen kan het niet liggen. Het uit 1882 daterende station Friedrichstrasse is na 29 jaar niet langer een grensstation. De soldaten met machinegeweren die de passagiers van west- en oostperrons uit elkaar moesten houden, waren in november al verdwenen. Maar sinds zondag zijn de grenscontroles helemaal verdwenen en hoeven de passagiers westwaarts niet meer langs de aanbouw die in de volksmond 'Paviljoen der tranen' heet.

Acht stations van de ondergrondse in Oost-Berlijn, die in 1961 waren dichtgemetseld omdat ze tot van noord naar zuid lopende 'west'-lijnen waren, zijn weer open, de houten huisjes van de politieagenten die al die jaren een wakend oog hebben gehouden op de verplicht-stapvoets rijdende treinen zijn afgebroken. Het ruikt op de perrons nu naar verf en er staan twee verschillende soorten stempelautomaten. Een rit naar West-Berlijn kost, als voorheen, 2,70 D-mark, maar de prijs van een ritje binnen Oost-Berlijn is voorlopig dezelfde gebleven, 20 pfennig.

Zo'n 27 miljard subsidie geeft de DDR-staat tot 1 januari uit aan het niet-verhogen van de tarieven van het openbaar vervoer. Andere tientallen miljarden gaan naar voortgaande subsidie op energie, het niet-verhogen van de huren tot kostendekkend niveau, water en riolering. Het is de bedoeling dat een en ander in 1991 na de verkiezingen dus gaat veranderen. Tot die tijd zal Oost-Berlijn bijvoorbeeld geen echte onroerend-goedmarkt kennen. Hoe tevreden is de DDR-burger met de nieuwe prijzen? 'Koffie is veel goedkoper, en vlees ook', zegt in een supermarkt een vrouw. Als de meeste andere klanten neemt ze af en toe een kleurige verpakking van het schap, bestudeert deze en legt die dan weer terug. Goedkoper zijn ook (nominaal, dus op basis van 1 Ostmark tegenover 1 D-mark) benzine, vis, suiker, zwaar-alcoholische dranken en elektrische apparaten. Maar wat veel verontwaardiging wekt is de prijsverhoging voor een aantal eerste levensbehoeften, omdat de forse staatssubsidie op de produkie ervan is vervallen. 'Een schande is het', meent een bejaarde man, wijzend op de kleine broodjes van 65 pfennig, die vroeger vijf pfennig kostten. Net als zijn meeste medeburgers, lijkt hij op deze prijsverhoging in het geheel niet verdacht te zijn geweest. Hij vermoedt geheel binnen het oude, socialistische waardenpatroon bedrog van de zijde der broodfabrikanten. Het moet ook gezegd, dat de broodprijs in de DDR nu boven die in West-Berlijn ligt.

Een rondgang door Oost-Berlijn leert, dat dit wel vaker het probleem is. De cafes en restaurants in het centrum bijvoorbeeld zetten achter hun oude prijzen gewoon 'DM' en zijn daarmee aanzienlijk duurder dan vergelijkbare zaken in het westelijke deel van de stad. Alleen blijven de vele klanten die vroeger tegen aantrekkelijke koersen hun Ostmarken hadden verkregen, nu weg. Het talrijke personeel staat met kennelijke wanhoop naar de bijna lege zalen te kijken op weg, naar het schijnt, naar het moment dat reorganisatie onvermijdelijk wordt.

De arbeidsonrust is, in Oost-Berlijn, tot nu toe beperkt gebleven tot een aantal waarschuwingsstakingen. Maar de ongerustheid is algemeen, en de ontgoocheling dat het economisch wonder niet met de intrede van de D-mark is begonnen, mag drie dagen na de monetaire hervorming algemeen heten. Neem het Oostberlijnse taxiwezen, waar de schaarste zich van de ene dag op de andere heeft verplaatst van het aanbod naar de vraag. Vroeger kon je er nauwelijks een taxi krijgen, nu staan er lange rijen op de weinige standplaatsen, die Oost-Berlijn rijk is. 'Ik had eerste gedacht dat ik zo vlug mogelijk deze oude Volga moest vervangen door een Westerse auto', vertelt de nu tegen Westberlijns tarief rijdende chauffeur. 'Maar er zijn zo weinig klanten, ik wacht nog maar even.' Zijn Westberlijnse collega met de gebroken-witte Mercedes heeft dat probleem niet: de vraag is in zijn stadsdeel dezelfde gebleven, zijn ritten nu ook Oost-Berlijn in gemiddeld langer.

De enigen die in West-Berlijn echt te klagen hebben zijn de winkels in goedkope radio's en andere elektronica, die de afgelopen drie jaar goede zaken hebben gedaan met Poolse klanten. Niet alleen schijnt de Oostduitse grenswacht hen het leven dezer dagen zeer zuur te maken en dat terwijl de visumplicht voor West-Berlijn formeel nog niet eens van kracht is. Ook is de economische basis sinds zondag onder deze handel weggevallen. De radio's konden in Polen tegen zloty's worden verkocht, die convertibel waren in Ostmarken die zwart weer tegen D-marken konden worden gewisseld. 'Ze komen terug', meent de Westberlijnse winkelier in de Kant-straat. 'Zloty's tegen D-marken en dollars gaat ook tenslotte, ze hebben alleen wat tijd nodig om nieuw werkkapitaal te vergaren.'

Maar voorshands is zijn grote winkel vanmiddag helemaal leeg.