Kamer verwijt Ter Beek slecht overleg kabinet

DEN HAAG, 4 juli Minister Ter Beek (defensie) heeft op gebrekkige wijze overlegd met zijn collega van buitenlandse zaken over zijn notitie over de uitgangspunten en de richtlijnen voor de Defensienota. Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft hem dit gisteravond verweten. Een motie van D66-woordvoerder Ter Veer, waarin de minister 'onzorgvuldig handelen' tegenover het Defensiepersoneel wordt verweten, lijkt echter bij de stemmingen later deze week geen meerderheid te krijgen.

De motie wordt afgewezen door PvdA en CDA. De PvdA'er Vos gaf toe dat zijn partijgenoot Ter Beek 'niet de schoonheidsprijs' voor de kwestie zou krijgen. Maar zijn plannen voor een inkrimping van de krijgsmacht met 30 procent zijn goed in de ogen van de PvdA en van zulke grote meningsverschillen tussen de beide ministers was nu ook weer geen sprake, aldus Vos. De CDA'er Frinking noemde Ter Beeks poging de notitie naar de Kamer te sturen zonder overleg met Van den Broek 'geen voorbeeld van goed samenspel uit de eredivisie'. Beide ministers hebben de kwestie inmiddels bijgelegd, onder het toeziend oog van premier Lubbers en vice-premier Kok. Ter Beek gaf gisteren toe de notitie aan de Kamer vorige week donderdag te hebben opgehouden, nadat 'in de loop van die dag bleek dat Van den Broek bezwaren had tegen enkele passages, omdat die aanleiding tot misverstanden zouden kunnen geven'.

De minister vertelde er niet bij dat Van den Broek hier slechts was achter gekomen nadat een van zijn ambtenaren bij een bekende ambtenaar op Defensie de voor verzending aan de Kamer klaar liggende nota had opgehaald. De ministers besloten toen, na een telefoontje van Van den Broek aan Ter Beek, de notitie maandagmorgen nog eens door te nemen. Als de Defensiekraint niet vrijdag een samenvatting van de notitie had gepubliceerd zou de rimpeling in het Haagse wereldje onopgemerkt zijn gebleven.

CDA-woordvoerder Frinking verweet, gesteund door de VVD'er Heemskerk, de minister van defensie vooral een verkeerde volgorde aan te houden. Eerst diende hij te bepalen wat voor krijgsmacht hij wilde en daarna kon hij pas uitmaken hoeveel manschappen daar bij hoorden. Ter Beek bracht daar tegen in dat hij al in een vroeg stadium beleidsvoornemens op dit punt bekend moet maken, zodat er maatregelen kunnen worden genomen om de inkrimping zo soepel en pijnloos mogelijk te doen verlopen.

Minister Van den Broek zei vrijwel niets. 'De gang van zaken in de afgelopen weken wordt door ons beiden betreurd', zei hij. Hij kon lankmoedig zijn, hij had de politieke schermutseling immers in zijn voordeel beslecht. De scherpste passages over het ontbreken van een dreiging door de Sovjet-Unie waren verdwenen en bovendien wordt de imkrimping van de krijgsmacht tot 15 procent beperkt als de gunstige internationale ontwikkeling stagneert.