Gorbatsjov lijkt niets meer te zoeken te hebben inpartijtop

MOSKOU, 4 juli 'Leve het laatste congres van de CPSU', meldde een spandoek op de verregende demonstratie voor het Gorkipark en ook de andere teksten lieten er geen misverstand over bestaan dat de vijfduizend communisten in het Kremlin op geen enkele steun van de bevolking hoeven te rekenen. 'De CPSU is een broedplaats voor hen die steekpenningen aannemen en de schatkist plunderen' luidde een ander spandoek en 'Heer, red ons van de CPSU'. Meer dan een paar duizend belangstellenden trok de demonstratie niet en dat lag niet alleen aan het weer. De mensen zijn moe van het gepraat en er is niemand die gelooft dat de communistische partij in staat is zichzelf te hervormen. Debatten over democratisch centralisme, het wel of niet toestaan van fractievorming, een deideologisering van de maatschappij, voor velen lijkt het het tellen van engelen op de punt van een naald.

De eerste dagen van het congres hebben weliswaar een novum te zien gekregen: politburoleden die verantwoording afleggen over hun beleid, maar de meeste redes waren vlak en werden met weinig enthousiasme ontvangen. Zoveel was duidelijk: alleen zij die een krachtig standpunt innamen konden op applaus rekenen, of dat standpunt nu links was of rechts. Zelfs de communisten zijn niet meer tevreden met het afgesleten partijjargon. En zo wedijverden Aleksandr Jakovlev, Edoeard Sjevardnadze en Jegor Ligatsjov om de gunst van de zaal en had Gorbatsjov het nakijken.

Nadat Jakovlev maandag al aankondigde dat dit zijn laatste congres zou zijn, keerde ook minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze gisteren de partijleiding de rug toe. Hij liet er feitelijk geen misverstand over bestaan dat hij heel wat belangrijker zaken aan zijn hoofd heeft dan het achterhaalde ideologische gebakkelei in de verstarde partij. 'Het is niet perse noodzakelijk voor een minister om ook in het politburo te zitten, in de presidentiele raad, in de defensieraad en in een aantal belangrijke buitenlandse fora', zei Sjevardnadze, die ook het nut van het verantwoording afleggen voor dit gezelschap openlijk in twijfel trok.

Als Jakovlev en Sjevardnadze uit de partijtop verdwijnen om zich nog uitsluitend aan het landsbelang te wijden beiden zijn lid van de presidentiele raad - wordt het in het politburo, of hoe de nieuwe partijleiding ook mag gaan heten wel heel stil om Gorbatsjov heen. Wat hij aan medestanders overhoudt is van het grijze ambtenarentype als partijideoloog Vadim Medvedev, kaderman Aleksandr Razoemovski en zijn onafscheidelijke trouwe dienaar Anatoli Loekjanov, maar afgaand op de negatieve reacties in de zaal zullen ook Medvedev en Razoemovski niet worden herkozen. Politburoleden Vorotnikov, Sljoenkov, Zaikov en Birjoekova hebben de confrontatie met het congres zelfs niet aangedurfd en voortijdig hun ontslag aangeboden, maar dat is geen verlies. De weg ligt dus open voor een totaal nieuwe partijtop, maar de kans dat die progressiever is dan de huidige partijleiding lijkt niet groot.

Met het vertrek van zijn twee steunpilaren Sjevardnadze en Jakovlev rijst de vraag wat Gorbatsjov zelf nog in de partij te zoeken heeft. De conclusie lijkt gerechtigd dat hij zelf de hoop op een vernieuwing van de partij ook langzamerhand heeft opgegeven, maar haar nog steeds niet aan haar lot durft over te laten. Was Jakovlev altijd de eminence grise op de achtergrond, die in feite een belangrijk aandeel had in het bepalen van de grenzen van de glasnost, Sjevardnadze is vooral voor het publieke image van Gorbatsjov van onschatbare betekenis. Hij is een zeer bevlogen vertolker van de nieuwe buitenlandse politiek die Gorbatsjov zo ongelofelijk veel krediet heeft gebracht en inderdaad in korte tijd geleid heeft tot de internationale ontspanning die, zoals Jakovlev zei, ook op de binnenlandse ontspanning grote invloed heeft gehad. Sjevardnadze beet gisteren fel van zich af, met name waar het het Oosteuropabeleid betrof. Wij hebben het allemaal voorzien en zelfs als we het er niet mee eens zouden zijn geweest zouden we het nog hebben laten gebeuren omdat we daar niks te zoeken hebben, was zijn heldere boodschap. Sjevardnadze, die voortdurend op hoog niveau confereert, lijkt geen zin meer te hebben om zich af te geven met provinciaalse partijsecretarissen van het type-Polozkov. Blijft over de onverslijtbare Jegor Koezmitsj Ligatsjov, die nog even monter als altijd en met groot succes fulmineert tegen prive-eigendom en tegen de uitverkoop van de socialistische waarden en pleit voor grootschalige subsidies van de kolchozen als universeel redmiddel voor de noodruftige landbouw. Een uitstervende oeros uit een tijdperk dat binnenkort, zo hopen velen, in het verleden zal liggen. Na het congres begint de grote uittocht uit de partij, die zichzelf langzamerhand marginaliseert. Maar er blijft een onzekere factor: de partijinvloed in leger en KGB. Gorbatsjov is er nog steeds niet klaar mee, maar zoveel is zeker, achterblijven op het zinkende schip zal zijn toch al geknakte imago geen goed doen.