EC-voorzitter keert zich tegen overheersende rol voor de D-mark; Delors: zo snel mogelijk een munt in EG

BRUSSEL, 4 juli Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de Europese Gemeenschap, meent dat in de EG zo snel mogelijk een enkele munteenheid moet komen: de ECU. Delors keert zich daarmee vierkant tegen Europese politici die menen dat de nationale munten kunnen blijven bestaan (Britten) of degenen die menen dat de sterkste munt de rol van Europese munt moet gaan spelen (Westduitsers). Als de nationale munten zouden blijven bestaan dan zouden de kosten voor de geldtransacties niet verdwijnen, zou de markt niet overtuigd worden van de onherroepelijk vaste onderlinge koers van de munten, zouden wisselkoersrisico's blijven bestaan en de rentetarieven hoger zijn dan noodzakelijk, aldus Delors.

Volgens Delors is de ECU is een onmisbaar instrument bij het creeren van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Delors schrijft dat in de vandaag verschenen aflevering van Eurofile, het tijdschrift van American Express Europe.

Noch een van de bestaande centrale banken zal straks de nieuwe Europese centrale bank ('Eurofed') kunnen worden, noch een van de nationale munteenheden straks de enige Europese munteenheid, aldus Delors.

Hij geeft alvast de Oosteuropese landen in overweging de ECU als 'referentiepunt' te gebruiken voor hun wisselkoerspolitiek. Want, zo zegt Delors, 'Als de D-mark teveel domineert in politiek, technisch en psychologisch opzicht, dan zal de voortgang met de EMU worden bemoeilijkt.' Volgens Delors is het gebruik van de ECU tot dusver veel te weinig gestimuleerd in de EG: 'Hoewel de monetaire autoriteiten de meeste grote belemmeringen voor het particuliere gebruik van de ECU hebben weggenomen is er in veel lidstaten nog geen houding van officiele aanmoediging, eerder het tegengestelde', zo meent de voorzitter van de Europese Commissie.

Delors meent dat een enkele munt zo snel mogelijk moet worden ingevoerd: 'Wanneer de monetaire soevereiniteit is overgedragen aan de 'Eurofed' (de op te richten Europese centrale bank, red.) dan zal er niets bij gewonnen worden door het uitstellen van de invoering van een enkele munteenheid.' Behalve op de rol van de ECU gaat Delors in zijn artikel nog op vijf andere aspecten van de EMU in, waarvan op 1 juli de eerste fase is ingegaan. Gegeven het karakter van de Europese Gemeenschap lijkt een federale structuur van de bestaande centrale banken volgens hem essentieel. 'Het model van de Bundesbank (Westduitse centrale bank, red.) en van het Amerikaanse Federal Reserve System (Fed, Amerikaanse centrale bank, red.) zijn goede voorbeelden van efficiente monetaire instellingen waarop we onze ideeen kunnen baseren.'

(Vorig jaar noemde Delors overigens de Nederlandsche Bank als mogelijk model voor de Eurofed, red). De inhoud van de tweede fase van de EMU. Die fase moet gebruikt worden om die lidstaten die nog niet direct zijn begonnen met de EMU en bijvoorbeeld nog niet deelnemen aan het EMS (Europees Monetair Systeem), zoals Groot-Brittannie, de kans te geven om gelijk te komen met de andere landen. 'Het is uiterst belangrijk de Gemeenschap gezamenlijk te laten opmarcheren, zelfs als dat het gebruik van overgangsmaatregelen betekent. Er moet geen Europa van de twee snelheden zijn.'

Delors keert zich daarmee tegen de visie van de Duitse centrale-bankpresident Pohl, die meent dat aanvankelijk uitsluitend Duitsland, Frankrijk en de Beneluxlanden aan de EMU kunnen deelnemen.

Er moet volgens Delors op worden toegezien dat minder ontwikkelde gebieden in de EG voldoende profijt hebben van de EMU. 'Als wordt gedacht dat de EMU er alleen maar toe dient dat rijke landen rijker en arme armer worden, dan is duidelijk dat de EMU niet aanvaardbaar zal zijn.' De inhoud van de economische unie. 'Het zou verkeerd zijn in het Verdrag vast te leggen dat economische politiek alleen maar bestaat uit twee instrumenten, geld aan de ene kant en begrotings- en belastingpolitiek aan de andere kant.'

Hoewel de Eurofedonafhankelijk moet zijn van Gemeenschaps- en nationale autoriteiten, rijst de vraag hoe de Europese centrale bank verantwoording moet afleggen tegenover 'de publieke opinie en de andere instellingen'.

Daarin ligt volgens Delors de verbinding tussen de twee intergouvernementele conferenties die eind dit jaar beginnen, de ene over de EMU en de ander over de politieke unie van de EG. Verwacht kan worden dat de ideeen zoals die in Delors' artikel zijn neergelegd de 'zes opties' waarmee de lidstaten van de EG rekening moeten houden bij hun streven naar de EMU de komende maanden een belangrijke rol zullen spelen bij de discussies over de voorbereiding van de twee intergouvernementele conferenties. Die zullen vergaande besluiten moeten nemen over het in het leven roepen van nieuwe instellingen van de EG, zoals de 'Eurofed', en de overdracht van nationale soevereiniteit op het gebied van budgettaire en monetaire politiek.

    • Frits Schaling