De verovering van het vredesdividend

Voor een revolutie zijn altijd twee partijen nodig: degenen die haar maken en de anderen die zich aanpassen. Laatstgenoemden zijn in het nadeel; hun aanpassing bestaat dikwijls hieruit dat ze een kopje kleiner worden. Het merkwaardige van de omwenteling van 1989 is dat degenen die haar hebben veroorzaakt de verliezers zijn, terwijl het de winnaars grote moeite kost zich aan te passen.

De revolutie in de voormalige socialistische wereld is geconsolideerd, dat wil zeggen men heeft nu algemeen de 'onomkeerbaarheid' ervan erkend, en nu gaat het erom bij deze theorie van de onomkeerbaarheid de daad van de politiek te voegen. Dat is vooral een aanpassingsprobleem voor het Westen. Het heeft twee kanten. De ene kant, de actieve, is die van de economische hulpverlening. Daarover wordt nu al een paar jaar gepraat, men is eraan gewend geraakt, de plannen raken in overeenstemming met de opgaven en krijgen een begin van uitvoering. Het andere vraagstuk is dat van de werkelijke aanpassing: hoe slaagt men erin de vroegere doodsvijand te zien in zijn nieuwe gedaante, namelijk die van een behoeftige aanstaande partner in de internationale gemeenschap? Hoe brengt men die omwenteling in het eigen denken tot stand; hoe verbindt men aan die theorie de praktische gevolgen op het gebied van de defensie? Wat wordt er aan Westelijke kant gedaan om de revolutie te consolideren? Het ziet ernaar uit dat op de NAVO-conferentie die morgen in Londen begint, zo'n poging tot eigen consolidatie zal worden ondernomen. Het kan ook niet anders meer. Terwijl men telkens denkt dat duidelijker niet mogelijk is, wordt het iedere dag nog duidelijker dat de vroegere tegenstander zich in een voorlopig onherstelbare chaos bevindt. Oorlogsvoorbereidingen, verrassingsaanvallen de hele nachtmerrie van gisteren en eergisteren is vandaag erkend onmogelijk. De daarbij horende strategische concepten en groeiende defensiebudgetten zijn zinloos geworden. Maar een instituut als de NAVO, geworteld in de geschiedenis, beladen met gevestigde belangen en tradities, heft men niet zomaar op, zelfs als men dat zou willen. Niet meer de militaire maar de veranderde politieke verhoudingen maken op het ogenblik dat men dit laatste niet wil.

De oude NAVO heeft een experimenteel stadium bereikt. Er moet een oplossing worden gevonden voor het weldra verenigd Duitsland waarbij de Duitsers niet de indruk mogen krijgen dat zal worden geprobeerd hen op te schepen met een half, een verkapt of een pseudo 'Versailles', en de Sovjet-Unie zal verzoenen met een onvermijdelijke integratie van dit Duitsland in het Westen. Er zal een poging de eerste serieuze moeten worden gedaan om de verhouding tussen de Sovjet-Unie en het Westen opnieuw te formuleren, in overeenstemming met de omwenteling van 1989. De NAVO verleent het beproefde en geequipeerde conferentiemechanisme om deze grote kwesties te behandelen. Dit impliceert dat van het oude instituut een bewijs van bijzondere vitaliteit wordt verwacht: het zal zijn eigen revolutie moeten regelen.

President Bush heeft een krachtige aanzet gegeven door voor te stellen het Amerikaanse arsenaal van 1400 kerngranaten uit Europa terug te trekken als Moskou dit met de voortgezette ontruiming van Midden-Europa beantwoordt. Daarvoor zullen de Russen trouwens ook al worden beloond met belangrijke economische hulp, mits ze daarbij hun voetje-voor-voetje-politiek handhaven: het subtiel en onvoorspelbaar laveren dat hen zelf moet verzoenen met de Duitse integratie in het Westen. De conferentie in Londen moet dan weer de vroegere tegenstander in de Koude Oorlog de overtuiging geven dat hij inderdaad de vroegere tegenstander is, en dit met de geloofwaardigheid van de onomkeerbaarheid zoals die nu omtrent 1989 is gevestigd. Men heeft dit alles al geruime tijd zien aankomen. In de Amerikaanse politiek is, bij het vooruitzicht op dit officiele begin van de 'post-Koude-Oorlog-periode', al aan het begin van dit jaar een levendig debat ontstaan over de manier waarop het 'vredesdividend' moet worden besteed; want het ligt voor de hand: als de wapenwedloop is geeindigd, blijft er heel wat geld over. Het is tekenend voor de toestand van de Verenigde Staten dat daarvoor meteen zoveel bestemmingen zich aandienden: vermindering van het begrotingstekort, bestrijding van de massale armoede, het vraagstuk van de daklozen, drugs en Aids.

Het is geen wonder dat juist Bush met een suave politiek de continuiteit van de ontspanning bevestigt. Thatcher is minder gretig, wat wordt toegeschreven aan haar twijfel jegens de Amerikaanse bereidheid zich als Europese macht te blijven gedragen. Het maakt een groot verschil of de Verenigde Staten volgens de belofte van Bush ook een Europese macht zullen blijven, of zullen volstaan met een Europese aanwezigheid. In het laatste geval, vindt Thatcher, moeten de Britten nog parater blijven dan ze al zijn. Een matriarchale zorgzaamheid.

Maar hoe men het ook wendt of keert, het vredesdividend komt er, en in dit geval verkoopt men niet de huid voor men de beer heeft geschoten. Daarom hoeft het ook niet zo'n commotie te veroorzaken dat onze minister Ter Beek op grondslag van de nieuwe vredesverwachtingen een ferme reductie van de defensie heeft aangekondigd. Hem zijn daarna enige kritische opmerkingen van zijn collega Van den Broek ten deel gevallen waarna het Nederlands scenario omtrent de dreiging van een groot conflict wat werd bijgesteld. De bewindslieden hadden beter kunnen wachten tot ze terug zijn uit Londen, want nu lijkt het meer op een discussie over het aantal engelen op de punt van een naald.

Het vredesdividend komt er. Na de NAVO-conferentie in Londen kan daar serieuzer over worden gesproken: hoeveel het kan zijn en wat ermee moet worden gedaan. Ik gun minister Ritzen een flinke portie.