Bonn gaat mes zetten in Duitse strijdkrachten

BONN, 4 juli De toekomstige omvang van de strijdkrachten van het verenigde Duitsland moet ergens tussen 350.000 en 400.000 man komen te liggen. Maar over de vraag waar de grens precies moet worden getrokken is gisteren in het topoverleg binnen de Westduitse regeringscoalitie nog geen overeenstemming bereikt.

Kanselier Kohl had op de NAVO-top, morgen en overmorgen in Londen, en later deze maand in Moskou, 15 en 16 juli, het initiatief willen nemen door een toekomstig Duits militair plafond voor te stellen. De Westduitse regering zou, liefst nog in de tekst van een aanstaand herfstakkoord te Wenen over geplande Sovhet-Amerikaans troepenbeperkingen tot elk 195.000 soldaten in Europa (CFE-1), alvast zo'n plafond als Duitse norm voor een spoedig vervolgakkoord (CFE-2) opgenomen willen zien.

Voor Kohl heeft de kwestie zeker drie kanten. Hij wil invloed op een NAVO-voorstel uitoefenen dat de Sovjet-Unie kan bewegen zowel met de Duitse eenwording als een voortgezet NAVO-lidmaatschap in te stemmen. Ten tweede wil hij de CDU/CSU en de op dit stuk kritische FDP binnen zijn coalitie op een lijn krijgen. En ten derde zou een door de NAVO, de Sovjet-Unie en de Westduitse coalitie bezegeld akkoord over de Duitse troepensterkte flink afbreuk doen aan een van de belangrijke campagnethema's van de SPD voor de Duitse verkiezingen van december.

Op de laatste twee-plus-vier-conferentie over de 'externe aspecten van de Duitse eenheid, eind vorige maand in Oost-Berlijn, noemde Sovjet-minister Sjevardnadze een bovengrens van 200.000 tot 250.000 man als door Moskou gewenste bovengrens van de toekomstige Duitse strijdkrachten. De DDR-regering heeft bij monde van haar minister van buitenlandse zaken Meckel (Ost-SPD) voor een maximum van 300.000 gepleit, zoals de oppositionele SPD dat in de Bondsrepubliek doet.

In het coalitie-overleg in Bonn pleitte minister van buitenlandse zaken Genscher (FDP) er gisteren voor om de toekomstige Duitse troepensterkte op 350.000 man te bepalen en haar daarmee kleiner te maken dan de straks in Centraal-Europa resterende Russische en Amerikaanse troepen samen (tweemaal 195.000). Minister van defensie Gerhard Stoltenberg (CDU) hield echter vast aan 400.000, bij een diensttijdverkorting tot twaalf (nu vijftien) maanden. De huidige sterkte van de Bundeswehr is, exclusief circa 100.000 man civiel en paramilitair personeel, 480.000 soldaten. De Oostduitse Nationale Volksarmee (NVA) telt officieel nog 160.000 man, maar wegens de leegloop van de laatste negen maanden feitelijk minder dan 100.000. Wat Stoltenberg betreft houdt de NVA dadelijk op te bestaan als de DDR toetreedt tot de Bondsrepubliek.

Stoltenberg denkt er niet over om, zoals zijn Oostduitse collega dominee Eppelmann wenst, de NVA na de Duitse eenwording nog enkele jaren te laten voortbestaan. Na de totstandkoming van de Duitse eenheid zouden volgens de Westduitse minister omstreeks 50.000 gewezen NVA-soldaten deel kunnen uitmaken van het Duitse leger en bij voorbeeld als niet in de NAVO geintegreerde eenheden op het huidige DDR-gebied kunnen worden gestationeerd. Van de bewapening der NVA zouden, al naar gelang Moskou wenst, tanks en ander zwaar materieel kunnen worden vernietigd of aan de Sovjet-Unie teruggegeven.