Voet van de duivel

'Een slechte wedstrijd winnen is het mooiste dat er is', schijnt de Italiaanse bondscoach Vicini te hebben gezegd nadat critici hem erop hadden geattendeerd dat het duel tegen de Ieren niet tot een niveau had gereikt dat een vermoedelijk toekomstige wereldkampioen waardig was. Persoonlijk zou ik Vicini een andere slagzin onder ogen willen brengen: 'Een mooie wedstrijd winnen is het heerlijkste dat er is'.

Die is van mij en mag zonder kosten worden overgenomen.

Nu leidt Vicini een hecht doortimmerde ploeg, dus veel reden hem te tackelen is er eigenlijk niet. Wel kan men stellen dat winnen van de Ieren een heksentoer is die door niemand spelenderwijs kan worden verricht. Vanaf het terras, met een goed glas binnen handbereik, is het een koud kunstje de volgelingen van de niet-Ier Charlton van de mat te spelen. Wie zijn eigenlijk de beroemdheden in het groene elftal? Bonner misschien. Net zo'n onaantastbare, vierkante reus als Shilton bij de Engelsen, alleen tien jaar jonger. Maar verder? Op Sheedy en Whelan na konden de Ierse veldspelers allemaal broers zijn. In elk geval benaderen zij hun soccer identiek. Heilig vuur drijft hen voorwaarts en dat gaat met lange, hoge halen gepaard. Een beetje technische tegenstander zou er totaal geen moeite mee moeten hebben.

Maar dat is nu juist het merkwaardige. Alle tegenstanders hebben met die primitief ogende Ierse knokkers de allergrootste problemen. Zeventien wedstrijden achtereen bleven ze ongeslagen, tot Schillaci er een eind aan maakte. Iemand heeft die groene horde al 'brandnetels' genoemd en dat lijkt me een doeltreffend beeld. Je prikt je eraan bij de minste aanraking. Ik denk dat de echte voetbalstrategen meer dan een dozijn telt de wereld er vermoedelijk niet de koppen eens bij elkaar moeten steken om uit te vissen hoe een stelletje ongeregeld, deels in de Engelse tweede divisie spelende Ieren in staat is de grootmachten naar het leven te staan. Stel dat de outsider Ierland tegen de gedoodverfde wereldkampioen Italie een in alle opzichten neutrale arbiter had meegekregen. Wie weet was het op penalty's uitgedraaid en dan was Bonner beter ingeschoten geweest dan Zenga.

Natuurlijk zit er in het Italiaanse elftal stukken meer zichtbaar constructief voetbal dan in de troep Ierse houwdegens. De Ieren hebben geen weet van souplesse. Alle elegance is hun vreemd. Schijnbewegingen zijn bezigheden waarmee hun strijders zich niet ophouden. Die gaan recht op doel af en lijken gewapend met speren in plaats van met tanks. En toch! Sommigen schrijven nu dat het een kwestie van onderschatting is. Ja, in het begin misschien, maar toen de Ieren na vier ontmoetingen nog geen enkele nederlaag hadden geleden en noch door Nederland, noch door Engeland, noch door de Roemenen waren afgetroefd, toen was er toch van geen kant reden minachtend te doen. Nee, het is alsof op hun brandkast geen enkele sleutel past. Uitgekiende tactische snufjes, vernuftige opstellingen, de inzet van individueel zeer bekwame spelers, het maakt allemaal voor de Ieren weinig uit. Die stropen simpelweg de mouwen nog wat extra op en gaan er vrolijk tegenaan. Het is beschamend voor hun beroemde tegenstanders. Het is onbegrijpelijk voor de vernuftelingen op tactisch gebied, maar de feiten spreken voor de Ieren, dat zootje ongeregeld met die gekke giraffe die in geen enkele dug-out past: Jack Charlton en zijn motto: 'Wij zijn hier voor onze lol'.

Moeten we dan terug naar de jaren twintig, toen bijna iedereen het kick-and-rush speelde zoals Charltons mannen vandaag de dag? Dat is het verleden van het voetbal en dat kan toch niet tegelijkertijd de toekomst zijn? Het blijft een raadsel. Zo goed als bepaalde individuele missers op dit wereldkampioenschap eveneens een raadsel zijn. Een strafschop tegen het aluminium schieten is nog te billijken. Dat kan een kwestie van centimeters zijn of het was een fraaie treffer geweest. Maar wat Maradona tegen de Joegoslaven vanaf de elf meter stip overkwam, toonde aan dat de halfgod terug op aarde was. Zijn voorzichtige schuivertje, waarvan de bedoelingen tevoren richting keeper waren getelegrafeerd, deed mij denken aan iets dergelijks dat mij in het toch zo sterke seizoen 46-47 overkwam. De week erna speelde ik een elftal lager. Bij mij was het onkunde, bij Maradona moet het nu eens niet de hand van God maar de voet van de duivel zijn geweest.

    • Herman Kuiphof