Ter Beek gaat behoedzame Van den Broek net iets te snel

DEN HAAG, 3 juli Op Defensie wordt de commotie om de laatste notitie van minister Ter Beek aan de Tweede Kamer slecht begrepen. De beleidsmedewerkers waren ervan overtuigd dat het een hamerstuk zou worden. De Kamerleden hadden gevraagd om nog voor het zomerreces een paar uitgangspunten van de minister te krijgen over de defensienota die later dit jaar zal verschijnen. Daarin wordt een visie gegeven op de toekomstige krijgsmacht van Nederland in het licht van de ontspanning.

Vrijdag legde minister Ter Beek in het kabinetsberaad nog wel een brief over het sociale beleid naar aanleiding van de inkrimpingen bij Defensie op tafel. Daarin konden de andere ministers zich vinden. Minister Van den Broek wist dat dezelfde dag een tweede brief naar de Kamer ging. Moest daar niet over worden gesproken? Ter Beek herinnerde hem aan het feit dat hij, Van den Broek, contouren van de uitgangspunten voor de defensienota, waarin de veiligheidssituatie van dit moment wordt beoordeeld, al vier weken geleden had gehad. Een bespreking over dat ambtelijke stuk was op het allerlaatst niet doorgegaan omdat minister Van den Broek een week na Ter Beek Moskou bezocht. Buitenlandse Zaken zegt dat de definitieve brief aan de Kamer veel scherper uitviel dan de contouren voor de notitie die Defensie opstuurde.

Op Defensie nam men vervolgens aan dat Buitenlandse Zaken geen bezwaren had. De Defensiekraint, het huisorgaan, kon het nieuws dus als eerste brengen. De parlementsleden zouden over enkele dagen met vakantie gaan. Op Defensie kwam de vraag niet op om de twee brieven, een over het sociale beleid naar aanleiding van de inkrimpingen en een over de visie op de nieuwe taken van de krijgsmacht, op elkaar af te stemmen. In de notitie over het sociale beleid worden de vakbonden geconfronteerd met een reductie van de krijgsmacht met vijftien procent in vijf jaar terwijl in de tweede brief al wordt gesproken over dertig procent in tien jaar tijd. De vakbonden toonden zich verontwaardigd over steeds weer andere mededelingen. Ter Beek leefde volgens hen in een omgekeerde wereld. Eerst de middelen, dan pas het doel.

Van den Broek greep in. Vice-premier Kok, die het kabinetsberaad leidde, stoorde zich na afloop aan de manier waarop de bezuiniginsplannen door Ter Beek naar buiten waren gebracht. Begin deze week buigen de premier, de vice-premier, de ministers van defensie en van buitenlandse zaken zich in de 'stuurgroep' nog eens over de tekst van de veiligheidsanalyse. Het ging Van den Broek allemaal te snel. Sommige zinnen deden hem te categorisch aan zoals 'de permanente dreiging van een groot conflict is verleden tijd. Een verrassingsaanval is uitgesloten'.

Ambtenaren brachten een paar nuances aan.

Van den Broeks reactie wordt ingegeven door het feit dat de toekomstige veiligheidsstatus van het verenigde Duitsland nog volop in discussie is en in Wenen nog geen akkoord is bereikt over het terugbrengen van de conventionele strijdmacht in Europa. Zijn aangeboren behoedzaamheid wordt daardoor nog vergroot. Daar komt nog bij dat hij enkele weken eerder een fors conflict heeft gehad met een andere PvdA-collega minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) over het Nederlandse mensenrechtenbeleid. In de Kamer verving premier Lubbers hem toen omdat hij in het buitenland was. Lubbers wekte daar de indruk dat ook hij van mening was dat het mensenrechtenbeleid, in het geval van Indonesie, zou moeten worden aangescherpt. Daarnaast ontging het Van den Broek niet dat Lubbers de mening verkondigt dat Europese ministers van buitenlandse zaken meer initiatief hadden moeten tonen om vaart te houden in de ontspanning in Europa. Lubbers vindt dat bij de aanvang van de wapenbesprekingen in Wenen meer dynamiek op zijn plaats was geweest. Een nieuwe nota van minister Pronk die in de derde week van september verschijnt over het Nederlandse ontwikkelingsbeleid, bezorgt sommigen op Buitenlandse Zaken ook hoofdbrekens. Uit het concept blijkt dat de hulpverlening veel meer wordt versnipperd en dat op een moment dat de meeste experts meer zien in een multinationale aanpak voor het besteden van ontwikkelingsgeld (begroting zes miljard per jaar). Ten slotte willen de ministers van de Partij van de Arbeid in de coalitie dat nog niet gesproken wordt over het opheffen van sancties tegen Zuid-Afrika terwijl minister Van den Broek zich in de EG heeft ingespannen om een weg uit te zetten in de toekomst sancties te reduceren en zo de regering De Klerk te stimuleren door te gaan met hervormingen.

Van den Broek kent de behoefte bij de PvdA om zich na electorale verliezen sterker te profileren. Daarbij is het terrein van buitenlandse zaken een lucratief oogstveld. Al bij de formatie had Van den Broek als fractielid van het CDA gewaarschuwd dat geen voorschot op ontspanning moest worden genomen bij het vaststellen van de defensiebegroting. Tot nu toe is de verhouding tussen hem en zijn collega van Defensie goed. Maar het viel hem op dat Ter Beek tijdens zijn recente reizen naar Polen en de Sovjet-Unie vriend en voormalig vijand enthousiast liet horen dat Europese ministers van defensie een speciale eigen verantwoordelijkheid hebben om de vertrouwenwekkende maatregelen, waartoe de Slotakkoorden van Helsinki oproepen, uit te dragen. Daar is natuurlijk niets op tegen. Maar het mandaat van de buitenlandse politiek berust bij de minister van buitenlandse zaken. Van de geschoten vogels in Oost-Europa heeft Van den Broek er liever een in de hand dan tien in de lucht.