Sjevardnadze uit politburo

MOSKOU, 3 juli Sovjet-minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze heeft vanochtend op de tweede dag van het congres van de communistische partij van de Sovjet-Unie aangekondigd niet in het politburo te willen terugkeren.

Voor het eerst in de geschiedenis leggen de leden van het politburo tijdens dit 28ste congres individueel verantwoording af. Vroeger deed alleen de secretaris-generaal dat collectief namens de gehele partijleiding. Sjevardnadze, die vooral zijn beleid ten aanzien van de bondgenoten in Oost-Europa met kracht verdedigde, zei het 'niet gepast' te vinden dat een minister zitting heeft in het politburo, de presidentiele raad, de defensieraad 'en diverse andere organen'. Na de zeer behoedzame openingstoespraak van Michail Gorbatsjov hield gisteren zijn conservatieve tegenstrever Jegor Ligatsjov een vurig pleidooi voor 'trouw aan het marxisme-leninisme' en de klassenstrijd. Ligatsjov waarschuwde voor de 'krachten die de CPSU energiek bestrijden'.

Zijn rede werd vanmorgen door het congres met veel groter enthousiasme ontvangen dan die van Gorbatsjov zelf. Dat overkwam gisteren ook Aleksandr Jakovlev, die in een gepassioneerde rede juist onvoorwaardelijk afstand nam van het verleden van de partij en zich daarmee diametraal tegenover Ligatsjov plaatste. Jakovlevs rede werd door een deel van de afgevaardigden met bijna ovationeel applaus begroet. Het nieuwe beleid heeft tot doel de 'ruggegraat van het autoritaire organisme te doorbreken', aldus Jakovlev, die de meest liberale medestander van Gorbatsjov in het politburo is, en de laatste tijd aan toenemende kritiek van de conservatieve vleugel van de partij bloot staat. Hij zei zelfs te vermoeden dat dit zijn 'laatste CPSU-congres' zou worden. Partij-ideoloog Vadim Medvedev, verantwoordelijk voor het nieuwe programma en de nieuwe statuten, werd gisteren daarentegen welhaast weggeklapt door de gedelegeerden. Medvedev sloot na afloop van dit 'ongelukkige optreden' niet uit dat hij uit het Centraal Comite en het politburo zal worden weggestemd. Op het congres draait het er vooral om welke vleugel de meeste concessies kan afdwingen van de huidige partijtop. Bijna iedereen accepteert daarom nu het voorgezette leiderschap van Gorbatsjov. Ook Ligatsjov, die Gorbatsjov onlangs nog verweet Oost-Europa te hebben opgegeven, vroeg vanmorgen niet om zijn aftreden.

Pag.5: Vervolg In zijn openingsrede gistermiddag laveerde Gorbatsjov nauwgezet tussen de beide vleugels in de partij door. Hij definieerde het hervormingsbeleid in defensieve termen. De keuze voor de perestrojka was onvermijdelijk omdat het land anders in een dramatische 'explosieve' situatie verzeild zou zijn geraakt. Hij verwees daarbij onder andere naar de meer dan honderd steden die aan de rand van de ecologische afgrond staan en de etnische conflicten in de zuidelijke deelrepublieken. De ontwikkelingen in Europa waren volgens hem geen verraad jegens het socialisme maar een afscheid van het 'stalinistische model'.

Tegelijkertijd keerde hij zich tegen hen die de perestrojka volgens hem nu misbruiken voor 'egoistische doeleinden en er niet voor terugdeinzen om het land te destabiliseren'.

Bovendien riep hij de stakingscomites van de mijnwerkers op hun aangekondigde staking van 11 juli op te schorten. Gorbatsjov erkende dat de partij geen afgeronde theorie meer heeft. De CPSU is een partij van de 'socialistische keuze en het communistische perspectief, bevrijd van ideologische oogkleppen, een partij open voor contacten en samenwerking met communisten, sociaal-democraten en socialisten uit verschillende landen en van verschillende orientatie'.

Met deze formulering wilde hij zowel de sociaal-democraten in de partij als de communisten die hun vergaande doelen niet willen opgeven mild stemmen. Op dezelfde wijze behandelde hij de de drie organisatorische twistpunten: de voorhoederol van de CPSU, de partijcellen in de staatsorganen en het beginsel van het democratisch centralisme. Gorbatsjov legde zich neer bij het standpunt van de meerderheid van de gedelegeerden om het politburo en de functie van secretaris-generaal te handhaven. De partijtop had ze willen vervangen door respectievelijk een presidium van het Centraal Comite en een partijvoorzitter. De partijleider wordt nu waarschijnlijk voor het eerst rechtstreeks door het congres verkozen en niet getrapt door het Centraal Comite. Over de partij als voorhoede zei hij: 'Een voorhoede-rol kun je de maatschappij niet opleggen, die kun je alleen bevechten door je politieke en morele gedrag.'

De partijcellen in de rechtelijke macht, het openbaar ministerie en het leger zullen dan ook niet worden afgeschaft. Het recht op vereniging behoort tot de onvervreemdbare politieke vrijheden. Maar dat heeft ook betrekking op de andere partijen. We maken geen aansprak op exclusiviteit'.