Ritzen: onderzoekers in opleiding blijven te lang op dezelfdeplek

ROTTERDAM, 3 juli De assistenten-in-opleiding aan de universiteiten zijn volgens minister Ritzen (onderwijs) te honkvast. Hij wil met de universiteiten nagaan hoe de mobiliteit van de toekomstige onderzoekers kan worden vergroot.

Ritzen schrijft dit aan de Tweede Kamer bij een rapport over de ontwikkeling van het aio-stelsel, de post-doctorale opleidingen tot onderzoeker in het hoger onderwijs.

Zo'n zeventig procent van de aio's volgde in 1989 een onderzoekers- of ontwerpersopleiding aan de universiteit waar zij afstudeerden. Naar een aio-plaats kunnen ook afgestudeerden van andere universiteiten en hogescholen solliciteren.

Uit het onderzoek door het Leidse bureau Research voor Beleid blijkt tevens dat de groei van het aantal aio's dat een vierjarige opleiding tot onderzoeker volgt volgens plan verloopt.

Volgens de meest recente cijfers van de universiteiten, die de stand van zaken per 1 juli 1989 aangeven, werken er nu 3.168 aio's aan de universiteiten. Daarnaast werkten er eind vorig jaar nog eens 1.181 zogeheten 'oio's' (onderzoekers-in-opleiding in dienst van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, die vrijwel allemaal aan een universiteit worden opgeleid). Anders dan de aio's hoeven oio's tijdens hun opleiding geen onderwijs te geven.

Het aantal aio's dat een kortere, tweejarige opleiding volgt, blijft echter ver achter bij de behoefte van het bedrijfsleven. Dat zou volgens ramingen per jaar 470 afgestudeerden nodig hebben. Op 1 juli 1989 waren er slechts 178 met het eerste jaar van de opleiding bezig. Dat was overigens al zo'n vijftig procent meer dan het voorgaande jaar. De minister verwacht dat hij door nog te nemen maatregelen het aantal van deze aio's op het gewenste niveau kan brengen, zo schrijft hij.

Momenteel volgen zo'n dertig afgestudeerden uit het hoger beroepsonderwijs een aio-opleiding. Dat is aanzienlijk minder dan werd verwacht. Uit de rapportage blijkt voorts dat het aantal vrouwelijke aio's relatief afneemt. In 1987 was bijna dertig procent van de aio's vrouw, vorig jaar nog maar zo'n 25 procent, bij de tweejarige aio-opleidingen zelfs maar 15 procent). Deze daling is opvallend omdat in dezelfde periode relatief meer vrouwen afstudeerden: 35,3 procent in 1987 tegen 39,1 procent in 1989. Ritzen hoopt deze ontwikkeling met name in de exacte vakgebieden te keren door een 'gericht stimuleringsbeleid'. De aio wordt ten slotte ook jonger: een kwart van hen is nog geen 24 jaar als aan de opleiding wordt begonnen, veertig procent is tussen de 24 en 27 jaar oud. Bij de opleidingen tot ontwerper aio-opleidingen aan de technische universiteiten is de gemiddelde leeftijd nog aanzienlijk lager: 47 procent van de aio's is daar jonger dan 24 jaar en bijna veertig procent is tussen de 24 en 27 jaar oud.