Philips kan niet blijven werken met zwakke valuta

ROTTERDAM, 3 juli Iets meer dan een jaar geleden, in april 1989, besefte Philips dat een partij die 66 procent van de aandelen verwerft het bij het concern voor het zeggen krijgt. Geruchten wilden toen dat het Japanse Sony-concern Philips' consumentenelektronica wilde kopen voor 10 miljard gulden.

De koers van Philips was toen net op een hoogtepunt van 50 gulden terecht gekomen, waardoor het hele concern op de beurs 13 miljard waard was. President-commissaris Wisse Dekker deed een beroep op de aandeelhouders. Het zou volgens hem doodzonde zijn als iemand de kans zou krijgen het bedrijf in stukken te hakken 'juist nu Philips in de stijgende lijn zit en binnenkort geoogst kan worden van het vele werk van de afgelopen jaren'. Daarom had Philips ook maar enkele bevriende grote beleggers gemobiliseerd en werd met instemming van minder dan 10 procent van de aandeelhouders besloten dat Philips de komende tien jaar door middel van preferente aandelen kon voorkomen dat iemand anders dan de door de raad van beheer aangewezen opvolgers van het management het in Eindhoven voor het zeggen zou krijgen.

In de stichting die als de nood aan de man komt Philips zal verdedigen, zitten mensen die vertrouwen in moeten boezemen. Naast Dekker waren dat zijn opvolger C. J. van der Klugt, T. C. Braakman, voormalig topman van Nationale Nederlanden, D. de Bruyne, voormalig topman van Koninklijke Olie, en J. R. Glasz, advocaat en Eerste-Kamerlid.

Dertien maanden later, in mei van dit jaar, bleek het vertrouwen in Philips op de financiele markten verdwenen. Niet voor het eerst overigens. Eind 1986 had de raad van bestuur ook al geconcludeerd dat na tegenvallende cijfers het vertrouwen in Philips 'aangetast leek'. Vertrouwen is belangrijk in de economie. Op macro-niveau was het vertrouwen van de burgers van Oost-Duitsland in het door de Bundesbank uitgegeven papiergeld doorslaggevend voor de val van hun op ideologische retoriek geschoeide regime.

Op micro-niveau is het vertrouwen in beursgenoteerde ondernemingen een belangrijk en tastbaar gegeven. Vertrouwen vertaalt zich in een hoge koers van het aandeel. Een hoge aandelenkoers geeft een onderneming een sterke eigen munt. Die maakt het mogelijk rendabel te investeren gefinancierd door uitgifte van nieuwe aandelen of in aandelen uitgekeerd dividend. Gefinancierd met eigen aandelen kan ook een andere onderneming worden overgenomen om zo versneld een sterke positie te veroveren op een markt waar men snel wil zijn.

Een hoge aandelenkoers betekent ook dat het management via aandelenruil samenwerkingsverbanden met andere ondernemingen van vergelijkbare omvang aan kan gaan, maar op basis van de hoge eigen inbreng daarin zeggenschap kan houden.

Philips kan dat allemaal niet. De onderneming is tussen begin 1988 en eind 1989 op de beurs in waarde gestegen van 6,2 tot 13,8 miljard gulden, maar is dit jaar weer 4 miljard gulden beurswaarde kwijtgeraakt. Een verlies waar de in 1986 als topman aangetreden Van der Klugt de schuld van heeft gekregen.

Misschien omdat Philips terwijl de waarde van het concern met 4 miljard daalde met Olivetti over samenwerking filosofeerde. Olivetti heeft een beurswaarde van zo'n 6 miljard gulden. Mocht Philips overwogen hebben die samenwerking via aandelenruil gestalte te geven dan zou die waardedaling van 4 miljard de onderhandelingspositie aanmerkelijk hebben verzwakt. Generale-raider De Benedetti zou dan immers eenderde van de zeggenschap in de combinatie hebben kunnen bedingen.

Voor zover Dekker het aftreden van Van der Klugt heeft verklaard deed hij dat echter niet door te verwijzen naar het mislukken van Philips' grote stap voorwaarts in de computersector, maar door te wijzen op het geschokte vertrouwen van beleggers in Philips.

Dat vertrouwen is gisteren op de aandeelhoudersvergadering niet hersteld. De koers zakte aanvankelijk nog eens een rijksdaalder, een waardedaling voor het concern van bijna 700 miljoen gulden.

Nu is een herstructurering tegen kosten van 2,7 miljard en met verlies van 10.000 banen (3,3 procent van het totaal) ook niet zo erg omvangrijk, al sprak Timmer gisteren van een 'fenomenaal' bedrag. Tienduizend banen kondigde Timmer begin juni vorig jaar al aan voor eind 1991 te zullen snijden in alleen de consumentenelektronica. De laatste tien jaar verliest Philips gemiddeld per jaar steeds 10.000 banen. De meer dan 2 miljard is ook relatief. Vooral omdat Timmer niet uitlegde welke opbrengsten tegen deze kostenpost zouden staan. Ongeveer 1 miljard ervan is naar schatting nodig omdat bestaande voorraden voor 1 miljard minder verkocht zullen worden dan Philips dacht. Een groot bedrag op een commerciele voorraad van 7 miljard die het hele concern eind vorig jaar had, maar een kostenpost waar geen opbrengsten tegenover staan.

Ter vergelijking: IBM stuurde in het laatste kwartaal van vorig jaar ook 10.000 mensen weg (4,6 procent van de IBM-werknemers in de Verenigde Staten) en schreef 2,3 miljard dollar (zo'n 5 miljard gulden) extra af. IBM had echter ook nog 4 miljard dollar opzij gezet om door middel van inkoop van eigen aandelen de koers te steunen. AT en T, dat evenveel mensen in dienst heeft als Philips, heeft, toen het eind 1988 ook 10.000 managers vervroegd met pensioen stuurde, in een klap 13,5 miljard dollar afgeschreven aan verouderde apparatuur. Elektronica veroudert immers snel.

Het fenomenale bedrag waar Timmer nu over spreekt is de helft van de 4 miljard die Philips in huis heeft aan overwaarde van de beleggingen boven de verplichtingen ten aanzien van de pensioenrechten van haar werknemers. Zo beschouwd is het bedrag dat gesneden wordt hooguit een stukje van het spek.

Geen wonder dat het vertrouwen te meten aan de beurskoers niet herstelt. De Oostduitse partijleiding kon na de eerste rellen via het aanstellen van een nieuwe topman en aankondiging van ingrijpende economische maatregelen de koers van de Ost-mark evenmin omhoog stuwen.

Philips zal zoals het er nu uit ziet door moeten worstelen met een zwakke eigen valuta. Het management wordt niet geschraagd door vertrouwen, maar door haar eigen Berlijnse Muur van de vorig jaar ingevoerde beschermingsconstructies.

Glasnost doet dan ook geen opgang in Eindhoven. Het bestuur vertelde de aandeelhouders niet eens of over dit jaar dividend zal worden uitgekeerd. Toch een relevant gegeven voor wie het vertrouwen van beleggers wil winnen. Evenmin vertelde Dekker hoewel dat was beloofd waarom de tegenvallers waarover Van der Klugt struikelde zo laat aan het daglicht waren getreden. Dat kon hij niet wegens de processen die Amerikaanse aandeelhouders tegen Philips hebben aangespannen, zei hij. Een merkwaardige redenering voor iemand die het vertrouwen van de financiele wereld wil herwinnen: Omdat aandeelhouders procederen omdat ze menen te weinig en onjuist te zijn voorgelicht, zegt het Philips-bestuur maar helemaal niets.

Sinds gisteren weten aandeelhouders Philips maar een ding meer dan daarvoor. Dat de waarde van Philips die op de beurs dit jaar met 4 miljard is gedaald, door de nu door het management genomen maatregelen dit jaar in de eigen boeken met nog eens 2 miljard zal dalen. Daarmee brengt Philips dan alleen de eigen boekhouding wat dichter bij de werkelijkheid. Volgens het jaarverslag is een aandeel Philips vorig jaar in waarde gedaald van 64,40 tot 61,09 gulden. Volgens de beurs is de waarde de helft daarvan en had Philips dus eigenlijk 8 miljard in plaats van 2 miljard af moeten boeken.

De Oostduitse regering hield ook heel lang vol dat een Ost-mark evenveel waard was als een D-mark, al zei de markt dat het anders was. De Oostduitse regering heeft onverwachts gelijk gekregen doordat de concurrentie nadat de Berlijnse Muur was geslecht een bod deed dat de Ost-mark echt een D-mark waard maakte. Zo werd de DDR via een onweerstaanbaar bod door de Bondsrepubliek overgenomen. Wie die parallel doortrekt beseft dat een al dan niet vriendelijk bod in de buurt van de in het jaarverslag vermelde waarde van het aandeel voor Philips in de huidige omstandigheden moeilijk te weerstaan zal zijn. Het vertrouwen in Philips' eigen valuta, de koers van het aandeel, is eenvoudig te zwak om alle concernonderdelen bij elkaar te houden.