Mandela treft Britten met opmerking over de IRA

LONDEN, 3 juli De zwarte Zuidafrikaanse leider Nelson Mandela zal vandaag en morgen in Londen bij ontmoetingen met minister Douglas Hurd (buitenlandse zaken) en premier Margaret Thatcher de indruk weten wegnemen dat hij een propagandist voor de IRA is. Mandela creeerde weerstand bij het hele politieke spectrum in Engeland door op een persconferentie in Dublin te zeggen dat de Britse regering zonder voorwaarden vooraf met de IRA aan de onderhandelingstafel moet gaan zitten, zoals de Zuidafrikaanse regering dat nu met het ANC doet.

Labourleider Neil Kinnock, die zich altijd ondubbelzinnig achter het ANC heeft opgesteld, zei meteen dat Mandela 'uitzonderlijk slecht was ingelicht' indien hij bedoelde te zeggen dat er overeenkomst bestaat tussen de IRA en de vrijheidsstrijd in Zuid-Afrika. 'De IRA bestaat uit een groep moordenaars en gangsters, die het niet verdient om maar een haarbreed toegegeven te krijgen, van wie ook'.

Mandela trok zijn opmerking later in, maar Gerry Adams, leider van de politieke arm van de IRA, Sinn Fein, had daaruit toen al politieke munt weten te slaan door de oproep van Mandela te verwelkomen.

ANC-voorman Mandela doet Londen aan om aan het eind van zijn bezoeken aan regeringsleiders in de VS en in Europa ook bij premier Thatcher het nut te onderstrepen van handhaving van economische sancties jegens Zuid Afrika. Mandela zelf liet zich optimistisch uit over de kans dat hij premier Thatcher ervan kan overtuigen dat een vermindering van sancties niet in het belang is van het politieke proces dat nu in Zuid Afrika in gang gezet is. De Britse premier meent dat de Zuidafrikaanse president De Klerk beloond moet worden voor zijn stappen in de richting van opheffing van apartheid door een duidelijk signaal uit het Westen.

De Britse regering is vast van plan Mandela's uitlating over de IRA niet het hoofdonderwerp van de besprekingen in Londen te laten worden. Verwacht wordt dat premier Thatcher een geschikte gelegenheid in de marge van het bezoek zal aangrijpen om Mandela duidelijk te maken dat de republikeinse vrijheidsstrijders, anders dan het ANC, toegang tot het democratisch proces van verkiezingen hebben maar desondanks alleen het pad van geweld kiezen.

Mandela zelf probeerde zijn opmerking te vergoeilijken door erop te wijzen dat zijn oproep tot onderhandelen niet meer was dan een herhaling 'van de maar al te bekende stelling van het ANC dat er een einde moet komen aan het doden van mensen over en weer, waar en wanneer ook'.