Kruitdampen rond 'onderkoningsdrama'

LANDGRAAF, 3 juli Mannen in praalpakjes drukten minister Dales zondag een enorm geweer in handen. De bewindsvrouwe legde aan, mikte en een daverende knal volgde. Raak! De loden kogel had een van de zwarte bolletjes op de schietboom hoog boven haar getroffen. De twee gouverneurs, de twee bisschoppen en enkele tientallen praalkoningen klapten enthousiast. 'Ik schiet altijd raak', glunderde de minister. 'Een toevalstreffer', mompelden de mannen in de praalpakjes. Zij moesten even later de schietwedstrijden staken omdat de harde wind de schietbomen deed zwiepen. En in dat hondeweer smaakte het bier ook al niet. Praalkoningen, toevalstreffers, folklore en een verwaaid schuttersfeest: de zinspelingen op het onderkoningsdrama dat zich de afgelopen maanden in Limburg heeft afgespeeld, lagen zondag op het Oud-Limburgs Schuttersfeest voor het oprapen. Ing. E. Mastenbroek had twee dagen eerder tijdens zijn installatie al de kruitdampen mogen opsnuiven die nog in het Maastrichtse provinciehuis hangen. Vriend en vijand onder de statenleden lieten hun gelukwensen aan de nieuwe gouverneur voorafgaan door bitse opmerkingen. De meesten gunden Mastenbroek zijn ambt wel: op zich had hij zijn driejarige 'fin de carriere' wel verdiend na 25 jaar politieke dienstbaarheid aan zijn provincie. Maar een maand geleden was de nestor van Gedeputeerde Staten wel de laatste gegadigde waaraan werd gedacht. Oorspronkelijk zou Mastenbroek begin dit jaar zitting nemen in de vertrouwenscommissie die de minister van binnenlandse zaken moest adviseren over de meest geschikte opvolger van de vertrekkende gouverneur, dr. J. Kremers. Maar de fractie liet hem liever genieten van zijn functie als plaatsvervangend commissaris dan hem op te zadelen met de verwachte confrontaties in de vertrouwenscommissie. Daarin werden drie CDA'ers benoemd die beter in staat geacht werden de strijd om drs. R. van der Linden, Kamerlid en ex-staatssecretaris te Nuth, tot een goed einde te brengen.

Het had even geduurd voordat Van der Linden die bevoorrechte positie als officiele kandidaat mocht innemen. 'We hadden eerst een andere kandidaat op het oog, iemand op ministerieel niveau, die tot nu toe niet in het nieuws is geweest', zegt de voorzitter van het Limburgse CDA, drs. A. Magielsen. Geen Ruding, geen Braks, maar iemand die minister is of minister is geweest. Wie Magielsen bedoelt, blijft voorlopig het laatste geheim uit het verhaal, waaruit verder alles is verklapt wat er uit de school te klappen viel. De onbekende kandidaat zei echter nee en toen pas kwam de tweede optie, Van der Linden, ter sprake. Magielsen had twintig vooraanstaande Limburgers en niet-Limburgers gepolst. 'Vijftien vonden hem zonder meer geschikt, drie vonden hem in potentie geschikt en twee waren tegen hem.' Toch moeten Magielsen en Van der Linden op de hoogte zijn geweest van de bezwaren die de PvdA had tegen de kandidatuur. De voorzitter van de PvdA-fractie in de provinciale staten, drs. J. Tindemans, nodigde Van der Linden in een vroeg stadium uit om eens te komen praten over de bedenkingen binnen zijn fractie: 'Wij twijfelden eraan of hij zich met al zijn partijpolitieke bemoeienissen wel voldoende boven de partijen kon stellen. Dat zagen we volgens hem verkeerd, hij vroeg ons hem een kans geven. Vervolgens heeft hij de mogelijkheid geopperd om hem, op dezelfde manier als bij Meijer en Pattijn is gebeurd, als enige kandidaat te steunen. Dat wilden wij duidelijk niet in deze situatie.'

Volgens Tindemans heeft het CDA zich aan zichzelf te wijten dat de benoeming van Van der Linden niet doorging. 'Men bleef zo halsstarrig vasthouden aan zijn kandidatuur, dat het steeds meer een partijpolitieke aangelegenheid werd. Dat vergrootte alleen maar het verzet.'

De tegenstanders van Van der Linden alle leden van de vertrouwenscommissie op de drie CDA'ers na kregen steun uit onverwachte hoek. Een groep CDA-leden, waaronder de Heerlense burgemeester Van Zeil en de oud-gedeputeerden W. Buck en P. Verhagen, stuurden begin februari een lijstje met kandidaten naar Dales. Achteraf hebben ze beweerd dat hun stap was ingegeven door de zorg om tot een afgewogen keuze te komen en niet om Van der Linden of de CDA-top dwars te zitten. Maar Magielsen denkt daar anders over: 'Op een na hadden wij die kandidaten ook al besproken en dat wist een van de ondertekenaars precies.' Die nieuwe kandidaat, de Nijmeegse hoogleraar S. Kortmann, kreeg duidelijk de voorkeur van de niet-CDA-leden in de vertrouwenscommissie. En omdat hij de persoonlijke steun van Dales had gekregen, leek alles snel rond te komen. Maar tot twee keer toe zat Kortmann tevergeefs op vrijdagavond bij de telefoon te wachten. Tot nu toe is zijn officiele versie dat hij de eer aan zichzelf heeft gehouden, maar in werkelijkheid heeft de ministerraad de voordracht tegengehouden. Dales kreeg haar zin niet omdat de CDA-ministers aan Van der Linden vasthielden. En vervolgens was het de beurt aan Dales om te weigeren Van der Linden voor te dragen.

Dat alles tot groot verdriet van de Limburgse CDA-top, die tot het laatst toe geprobeerd hebben hun Kamerfractie en ministers aan hun woord te houden. Magielsen: 'We hebben steeds intensief contact gehad met Lubbers. Hij is blijven beweren dat hij Van der Linden steunde. Maar ook zei hij: Ik kan niet op de stoel van mijn minister gaan zitten; dat is mij een brug te ver.' Lubbers had tenslotte geen keus meer, ook al gaf hij Van der Linden en zijn secondanten nog een keer valse hoop. Hij zou zich in de ministerraad nog een keer sterk maken voor de man uit Nuth, terwijl hij Mastenbroek al op 1 juni had gepolst. Tevergeefs wachtte Van der Linden op 8 juni op een telefoontje. In plaats van bij hem ging op 10 juni de telefoon in huize Mastenbroek over.