JURRIAAN SCHROFER 1926-1990 Letters: gereedschap en gedachte

Op 64-jarige leeftijd is de vooraanstaande grafisch vormgever Jurriaan Schrofer na een langdurige ziekte overleden. Behalve vormgever was hij actief als docent, schrijver en bestuurder van kunstenaarsverenigingen, waaronder het Amsterdamse Fonds voor de Kunst. Tussen 1979 en 1984 was hij directeur van de Akademie voor Beeldende Kunsten in Arnhem.

Tijdens zijn loopbaan van meer dan veertig jaar heeft Schofer de meest uiteenlopende dingen ontworpen: wijnetiketten, postzegels, reclames, boekomslagen, kalenders, de Schrijversprentenboeken van het Letterkundig Museum, fotoboeken zoals Ed van der Elskens Een liefde in Saint Germain des Pres dat in 1955 veel opzien baarde. Hij heeft diverse prijzen gewonnen, waaronder tweemaal de H. N. Werkmanprijs (1956 en 1961) en de Rizzoliprijs (1965 en 1970); in 1975 werd hij Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Oorspronkelijk wilde Schrofer filmregisseur worden verhuisde daarom eind jaren veertig van Leiden naar Amsterdam. Toen dat niet zo erg lukte werd hij in 1949 assistent van de (onlangs overleden) vormgever Dick Elffers. Vanaf 1955 heeft hij als zelfstandig ontwerper gewerkt en van 1974 tot 1979 als partner van het bureau Total Design.

Omdat hij naar eigen zeggen niet kon tekenen legde Schrofer zich al vroeg toe op wat hij 'het mathematisch ontwerpen' noemde. Hij vond ook dat ontwerpers technische ontwikkelingen niet uit de weg moesten gaan. Op een bijeenkomst in 1966 ter gegelenheid van de achttiende tentoonstelling van de Best Verzorgde Boeken overigens zijn er diverse ontwerpen van hem bekroond voer hij uit tegen boekontwerpers die niet aan de toekomst en de mogelijkheden van de machine denken. Hij hield een vurig pleidooi voor het oprichten van een instituut voor research, praktische experimenten en onderzoek naar leesgewoonten.

Zijn belangstelling reikte verder dan het ontwerpen alleen. In een interview met Max van Rooy in 1969 ('Toon mij je house-style en ik zeg wie je bent') zei hij de confrontatie van de ontwerper met management en 'het hele efficiency-probleem' boeiend te vinden. Maar hij keerde zich tegelijkertijd tegen een dwangmatige toepassing: 'Dat vind ik een nare kant van de zaak: g.v.d. roepen als iemand zich niet aan de house-style houdt. Als de telefoniste zich gedraagt als een bitse heks is dat een onderdeel van je house-style.' Schrofer, die zijn vak ooit omschreef als 'het maken van voertuigen voor gedachten', gebruikte letters ook als abstract, beeldend materiaal. 'Geconstrueerde letters kunnen ook als bouwstenen dienen bij het maken van andere constructies', schrijft hij in Letters op maat, dat samen met Zienderogen bij zijn laatste tentoonstelling in Breda verscheen. 'Letters op maat niet om te lezen, maar als gereedschap.'

Behalve voor letters had hij een passie voor papier. Midden jaren tachtig, toen zijn ziekte hem dwong op te houden met werken en met ontwerpen in opdracht, begon hij met papier vrij werk te maken. Van de dichter J. C. van Schagen heeft hij toen twaalf korte gedichten vorm gegeven in 'beeldhouwwerk in papier' die in Arnhem zijn tentoongesteld en onder de titel Ik ga maar en ben zijn uitgegeven. In de inleiding schrijft K. Schippers: 'Jurriaan Schrofer heeft het aangedurfd de ijle woorden van Van Schagen aan te raken, Met een mesje heeft hij de woorden open gemaakt maar niet beschadigd.' In 1987 kreeg Schrofer de Buhrmann-Ubbens Papierprijs (10.000 gulden). Daarmee kon op zijn overzichtstentoonstelling in de Beyerd in Breda zijn Onvolmaakt geheugen worden gerealiseerd, 'een labyrint in papier, licht, beelden en tekst' met daarin gesneden letters en vormen die op letters leken. Met papier verbeeldde hij een brein met herinneringen en bijna leesbare gedachten. Naar aanleiding van zijn papieren werk kreeg hij monumentale opdrachten, bijvoorbeeld voor De Muzenboog op het binnenplein van Jo Coenens nieuwe bibliotheek en stadsgalerij in Heerlen.

In een interview met Bibeb in 1988 bleek dat het doceren, het regisseren hem nog altijd eigen was. Hij zou wel een workshop willen leiden in Japan, vertelde hij, waar hij samen met mensen die bezig waren met vorm, geluid en licht 'een imaginaire wereld van papier' zou bouwen. Tegen Bibeb zei hij: 'Ik kan nog een hoop dingen doen maar die hoeven niet gemist te worden bij wat ik al gedaan heb. Dat geeft me een gevoel van eigenwaarde.'

Maar over wat hij allemaal niet meer heeft kunnen doen, schreef hij eens: 'Ideeen die niet uitgevoerd zijn, wachten op verlossing.'