Gevangene moet meer discipline tonen

DEN HAAG, 3 juli Het heeft zijn uitwerking niet gemist. De door politici van links en rechts unaniem geuite wens om strengere straffen en meer cellen resulteerde de afgelopen tien jaar in een verdubbeling van de capaciteit van het gevangeniswezen tot ongeveer 7.000 plaatsen. De wijze waarop die cellen worden voorzien van bewoners is gestoeld op de Beginselenwet gevangeniswezen: een bijna veertig jaar oude wettelijke regeling die in belangrijke mate is achterhaald door de praktijk. Het uitzitten van een celstraf is immers inmiddels verworden tot een exclusief privilege van alleen de allerzwaarste jongens.

Voorlopige hechtenis, de tijd tussen arrestatie en berechting, wordt enkel nog opgelegd aan 'verdachten van de meest ernstige delicten en notoire recidivisten', aldus een vertrouwelijke nota van het departement van justitie over herziening van de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen. Alternatieve straffen als verplichte dienstverlening en administratief- en civielrechtelijke methoden om op onrechtmatig gedrag te reageren, hebben er verder toe bijgedragen dat de ouderwetse korte vrijheidsstraf in veel mindere mate dan in de jaren vijftig wordt opgelegd.

Ook het soort delinquenten dat de gevangenissen bevolkt is de afgelopen veertig jaar zodanig veranderd dat het ministerie van justitie zich genoodzaakt ziet er wettelijke en beleidsmatige consequenties aan te verbinden. Veel gevangenen zijn aan drugs verslaafd, een op de vier is buitenlander en drie procent van het totaal aantal gedetineerden is ernstig gestoord.

In de departementale nota die deze zomer naar de Tweede Kamer gaat, staat centraal dat de gedetineerde tot een 'actieve en cooperatieve opstelling' moet worden gebracht. Gewoon zitten, is er voor de gevangene niet meer bij.

Zelfdiscipline 'Meer dan vroeger dient het personeel de gedetineerde te bewegen tot deze (actieve, red.) opstelling te komen. Dit betekent dat de detentie in toenemende mate meer eist van de gedetineerde, zowel op het vlak van persoonlijke inzet, verantwoordelijkheidsgevoel als zelfdiscipline'. Aan het in de Beginselenwet vastgelegde uitgangspunt dat een straf of maatregel dient ter 'voorbereiding van de terugkeer van gedetineerden in het maatschappelijk leven' wordt een nadere invulling gegeven. Voor de in aantal toenemende langgestrafte gedetineerden is het volgens Justitie zinloos om ze al bij aanvang van hun detentie cursussen te geven die ze in staat moeten stellen straks 'buiten' weer normaal te kunnen functioneren. Aan mensen met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vele jaren zal in het begin geen speciale aandacht meer worden besteed maar anderzijds zal worden getracht te bereiken dat ze 'de detentie ondergaan met zo min mogelijk schadelijke gevolgen'. De kortgestrafte gevangenen en degenen die in de laatste fase van hun detentie verkeren moeten echter nadrukkelijk worden voorbereid op hun terugkeer in de samenleving. Om gedetineerden in staat te stellen contacten te leggen met kennissen en 'potentiele werkgevers' zullen gevangenen meer dan nu hun straf mogen uitzitten in de buurt van de plek waar ze na hun detentie naar toe willen.

Meer aandacht is ook nodig voor het toenemend aantal gedetineerden met persoonlijkheidsstoornissen. Uit enquetes gehouden onder de districtspsychiaters blijkt dat circa drie procent van de gevangenispopulatie lijdt aan een 'stoornis van ernstig psychiatrische aard'. De opvang van deze gedetineerden stelt 'hoge eisen' aan het personeel van de inrichtingen. Een 'geindividualiseerde benadering' en 'indeling in kleine groepen' moet volgens Justitie in de bejegening centraal staan. Vooral drugsverslaafden vragen een 'indringende en confronterende begeleiding'. Een departementale werkgroep buigt zich nog over de vraag welke financiele consequenties de nieuwe uitgangspunten hebben. Ook voor de huisvesting en de opleiding van gevangenbewaarders zal een en ander niet zonder gevolgen blijven.

Staatssecretaris Kosto kondigt aan dat het departementale streven erop gericht blijft om het gebruik van celstraffen zo veel mogelijk terug te dringen. 'De aandacht zal in eerste instantie gericht moeten blijven op de ontwikkeling van vrijheidsstraf vervangende sancties en toepassing van strafsoorten als het verrichten van onbetaalde arbeid'. In september beslist het ministerie of er een experiment wordt gehouden met elektronisch huisarrest: de bewaarder vervangen door een signalen uitzendende voetboei. Binnen het departement dringt een groep ambtenaren nadrukkelijk aan op het houden van zo'n experiment. Kosto voelt er tot nu toe niets voor.