'Een Copernicaanse revolutie is er nooit geweest'

'Tegenwoordig nemen we bijna als vanzelfsprekend aan dat de wetenschap en de daarmee verbonden technologie zich ontwikkelen via een reeks revolutionaire stappen reuzestappen voorwaarts die ons een volkomen nieuw perspectief geven op de natuurlijke wereld. Maar is revolutie altijd zo'n vertrouwde en aanvaardbare manier geweest om de vooruitgang van de wetenschap te beschrijven?' Zo luidt de aanhef van het veelgeprezen, erudiete boek Revolution in Science uit 1985 van de Amerikaanse wetenschapshistoricus I. Bernard Cohen. Dit even gedocumenteerde als leesbare werk behandelt de fascinerende geschiedenis van het begrip revolutie zoals toegepast op ontwikkelingen in de wetenschap. Van oorsprong een technische term in de fysica die een cyclisch proces aanduidde (revolvere betekent 'terugwentelen' of ook wel 'opnieuw doormaken'), veranderde het in de achttiende eeuw in een uitdrukking voor plotselinge, radikale veranderingen in politieke en sociaal-economische sfeer, om in die betekenis vervolgens opnieuw te worden gebruikt in de wetenschap.

ISBN 0674767772

Cohen (1914) studeerde wiskunde en theoretische fysica aan Harvard University, maar verlegde als promovendus zijn werkterrein naar de studie van de geschiedenis van de wetenschap. Hij was een directe leerling van de nestor van het vakgebied, George Sarton (1884-1956). Als oprichter van de vakgroep wetenschapsgeschiedenis aan Harvard stichtte hij een eigen invloedrijke school. Hij ontwikkelde zich tot een buitengewoon veelzijdig geleerde en wordt onder meer beschouwd als een van 's werelds grootste Newtonkenners.

Ofschoon al jaren met emeritaat, werkt Cohen nog even druk als altijd. Dit najaar of begin volgend jaar verschijnt van zijn hand een boek over de interactie tussen de natuur- en de sociale wetenschappen. Intussen werkt hij alweer aan zijn volgende project, een dikke studie over de geschiedenis van de computer die naar hij hoopt 'over een jaar of vijf' zal uitkomen.

Vorige week verbleef Cohen samen met zijn vrouw vijf dagen in Nederland. Hij hield enkele lezingen, waaronder een over wetenschappelijke revoluties.

Cohen: 'Mijn belangstelling voor dit laatste onderwerp dateert al van voor de oorlog. De allesoverheersende opinie in die tijd was, dat er niet zoiets bestond als revolutie in de wetenschap. Mijn leermeester George Sarton beweerde bijvoorbeeld dat je weliswaar grote stappen kunt onderscheiden, maar dat die als je beter kijkt altijd blijken te bestaan uit een optelsom van kleine stappen.' Maar het viel mij op dat zowel onderzoekers als historici het woord 'revolutie' wel degelijk vaak bezigden, wanneer ze het hadden over de 'Chemische Revolutie' van Lavoisier of over 'de wetenschappelijke revolutie' van de zeventiende eeuw. Er werd tegenstrijdig gedacht. De grote Galilei-geleerde Alexandre Koyre bijvoorbeeld benoemde Newtons fysica revolutionair, maar beschouwde haar tegelijkertijd als een synthese.

Ik kon dat niet begrijpen. Een synthese betekent dat je dingen ongewijzigd bij elkaar brengt, terwijl een revolutie juist inhoudt dat je het oude verwerpt.' In 1962 verscheen het invloedrijke boek The structure of scientific revolutions van Thomas Kuhn. Hij bescheef de ontwikkeling van de wetenschap als een voortdurende afwisseling van periodes met 'normale wetenschap' periodes waarin iedereen binnen het raamwerk van de algemeen aanvaarde theoretische kaders of paradigma 'puzzels oplost' met schoksgewijze revoluties waarin die 'paradigma's' verschuiven. Kuhn benadrukte dat het in de geschiedenis niet de ideeen zelf zijn die elkaar bestrijden, alswel de mensen die de ideeen uitdragen. Dat bracht het begrip 'revolutie' in de wetenschap dichter bij de sociologische en menselijke wisselwerkingen die je tegenkomt bij politieke revoluties.'

Een van de interessantste dingen die Kuhn beschreef was, dat je tijdens een wetenschappelijke revolutie altijd een communicatiebarriere ziet tussen aanhangers van de oude en de nieuwe orde. Opvallend is, dat het daarbij niet zozeer om een taalbarriere gaat alswel om een conceptuele kloof. Men gebruikt dezelfde woorden, maar in een verschillende betekenis. De revolutie zit hem in het toekennen van een nieuwe connotatie aan allang bestaande begrippen, vaak afkomstig uit andere disciplines. Een voorbeeld: Newton gebruikte de termen 'kracht', 'impuls' en 'traagheid', maar in een geheel andere betekenis dan Descartes, Galilei en Kepler.' Hadden de onderzoekers in de zeventiende eeuw ook zelf in de gaten dat ze deel uitmaakten van een belangrijke revolutie?' Ja, heel duidelijk. Ze hadden er alleen geen woord voor en spraken niet over revolutie, maar van 'nieuwe wetenschap'. Een van Galilei's correspondenten schreef in een brief over die nieuwe wetenschap dat ze 'alles op zijn kop zette' en vervolgde met een hele reeks andere markante parafrasen. Het was duidelijk dat hij naar een woord zocht dat er nog niet was, althans niet in de bedoelde betekenis.' Wanneer en hoe is de moderne betekenis van het woord revolutie ontstaan?' Oorspronkelijk was revolutie een term uit de fysica en de astronomie. Hij betekende letterlijk omwenteling een cyclische beweging die steeds terugkeert op het beginpunt. Copernicus' hoofdwerk heette bijvoorbeeld De revolutionibus orbium coelestium de omwenteling van de hemelse sferen.'

De verschuiving naar de huidige betekenis van een plotselinge radikale omslag kwam via de politiek. In de zeventiende eeuw ontstond er een nieuwe politieke wereld, waarin 'revolutie' een terugkeer inhield naar een oude, ideale toestand. Pas ten tijde van de Franse revolutie verliet men die notie en beschouwde men revoluties voor het eerst als een radikale breuk met het verleden. Opmerkelijk snel daarna werd het begrip dan in deze nieuwe betekenis toegepast bij de beschrijving van wetenschappelijke omwentelingen. Door dat laatste was ik aanvankelijk erg verrast, want toen ik mijn studie begon wist ik niet beter of de term was een uitvinding van twintigste-eeuwse wetenschapshistorici.' Hoe gaat een wetenschappelijke revolutie in zijn werk en welke criteria hanteert u om te bepalen waar er sprake is geweest van zulke omwentelingen?' Een essentiele voorwaarde is dat de revolutie daadwerkelijk ontketend wordt. Het is uiteraard niet genoeg als iemand een revolutionair idee heeft en dat vervolgens niet opschrijft of op andere manier aan anderen meedeelt. Een notoir voorbeeld hiervan was Newtons radikale nieuwe behandeling van de hemelse mechanica, die hij weliswaar in voorlopige vorm opschreef maar jarenlang ongepubliceerd liet. In zo'n geval kan er natuurlijk onmogelijk sprake zijn van een revolutie.' Daarnaast moet de revolutie door tijdgenoten als zodanig worden herkend en moet hij een zekere aanhang krijgen.

Een van de opmerkelijkste dingen die ik heb gevonden, is dat de 'Copernicaanse revolutie' waarover historici zo veel hebben geschreven, nooit heeft plaatsgehad. Copernicus' boek uit 1543 had de eerste zeventig jaar na publicatie hoegenaamd geen invloed. Pas rond 1610 kwam er, met het verschijnen van Keplers Astronomia Nova, een ware revolutie in de astronomie op gang, maar die kon je inmiddels allang niet meer 'Copernicaans' noemen.' Uit dit voorbeeld blijkt duidelijk hoe voorzichtig je moet zijn met de algemeen aanvaarde opinies van historici. Hun oordelen zijn belangrijk, maar moeten wel worden getoetst aan getuigenissen van tijdgenoten en aan de praktijk van de periode zelf. De wijdverbreide mythe van de Copernicaanse revolutie is niet zo maar ontstaan: hij werd bedacht door de vertegenwoordigers van de wetenschappelijke revolutie in de zeventiende eeuw zelf, die behoefte hadden aan een centrale held. Men had het over de Copernicaanse revolutie, maar sprak nooit over de theorieen van Copernicus zelf.'

Waarin verschillen wetenschappelijke revoluties van politieke?

'In de eerste plaats doordat ze geen vooropgezet doel hebben. Een politieke revolutie wordt ontketend met een heel specifiek radikaal oogmerk, dat moet worden verwezenlijkt; een wetenschappelijke revolutie heeft zo'n doel niet. Marx en Engels spraken van 'permanente revolutie', een niet erg duidelijk uitgewerkte notie van blijvende, continue verandering die na de communistische omwenteling plaats zou hebben. Dat benadert naar mijn mening nog het beste het type revolutie dat je in de wetenschap aantreft.' Een ander verschil is, dat een mislukte wetenschappelijke revolutie altijd voor honderd procent mislukt, terwijl een politieke bijna altijd wel gedeeltelijk slaagt. Een voorbeeld van een mislukte wetenschappelijke revolutie was het Mesmerisme. Mesmer verklaarde het ontstaan van allerlei kwalen uit een vorm van 'dierlijk magnetisme'. Zijn ideeen en zijn therapie wonnen wel aanhang onder het lekenpubliek, maar werden door het medisch wetenschappelijke establishment uiteindelijk in hun geheel verworpen, inclusief enkele bestanddelen die wel uiterst waardevol waren, zoals het belangrijke inzicht dat de geest een aanzienlijke invloed heeft op het lichaam.' Politieke revoluties aan de andere kant brengen, ook als ze mislukken, over het algemeen wel degelijk veranderingen teweeg denk maar aan de revoluties van 1848, die leidden stuk voor stuk tot belangrijke hervormingen.' Een ander opmerkelijk verschil tussen politieke en wetenschappelijke revoluties is overigens de houding van het establishment. In de wetenschap is een revolutie ontketenen ongeveer het hoogste wat je kunt bereiken; de hoogste onderscheidingen zijn gereserveerd voor de radikaalste vernieuwers, een situatie die je verder nergens tegenkomt. Politieke revolutionairen bijvoorbeeld verdwijnen als even kan regelrecht in de gevangenis.'

Revoluties komen in elk vakgebied maar om de zo veel tijd voor. Vormen ze de enige bron van werkelijke vernieuwing of heeft het puzzels oplossen in perioden van 'normale wetenschap' ook wel degelijk zin?

'Het zou het toppunt van dwaasheid zijn om te beweren dat een vorm van geleidelijke, cumulatieve kennisvermeerdering niet ook van het allergrootse belang is. Ik rep daar in mijn boek niet over, omdat het niet mijn onderwerp was. Naar mijn mening zijn er, en daar heb ik elders over geschreven, behalve revoluties nog twee andere belangrijke manieren waarop de wetenschap voortschrijdt. De ene noem ik, bij gebrek aan een beter woord, evolutie: geleidelijke exploratie binnen een bestaand conceptueel raamwerk, het 'puzzels oplossen' van Kuhn. Kuhn kreeg een golf van kritiek te verduren op die term 'puzzels oplossen', maar het was helemaal niet denigrerend bedoeld: het is nodig om de implicaties van een nieuwe revolutie uit te werken en te verkennen, voordat je weer aan een eventuele nieuwe omwenteling kunt denken. 'Het derde proces dat ik onderken is het min of meer spontane ontstaan van een nieuwe theorie of discipline. Een voorbeeld is, rond 1800, de opkomst van de waarschijnlijkheidstheorie, schijnbaar 'uit het niets'. Bij zulk spontaan ontstaan ontbreken een basis om op voort te borduren voorwaarde voor evolutie en een ancien regime om tegenaan te schoppen voorwaarde voor revolutie. Dit proces is allesbehalve zeldzaam en ik denk dat veel nieuwe takken van wetenschap op deze wijze ontstaan.'

Het begrip 'wetenschappelijke revolutie' is tegenwoordig zo ingeburgerd, dat er nauwelijks een nieuw wetenschappelijk resultaat kan worden gemeld of het heet meteen 'revolutionair'. Vindt u dat er sprake is van een soort inflatie van het begrip?

'Het adverteerdersjargon heeft in de wetenschap inderdaad stevig om zich heen gegrepen. Ik betreur dat sterk. Als je bij ons in de Verenigde Staten een onderzoekssubsidie wilt aanvragen voor een promovendus of een postdoc, moet je hem of haar in de krachtigste superlatieven ophemelen en op zijn minst afschilderen als een revolutionair genie, of je maakt geen schijn van kans. Dat is natuurlijk absurd.' Aan de andere kant moet je je bedenken, dat bijna alle wetenschap uit de laatste vier eeuwen nu gebeurt. Dat er in onze tijd veel revolutionaire doorbraken plaatsvinden, is dus op zichzelf wel aannemelijk.'