Crisis in Oostduitse partij

BONN, 3 juli De DSU, de Oostduitse zusterpartij van de Beierse CSU, verkeert in een ernstige crisis. Deze christelijk-conservatieve partij, die 25 zetels in de 400-koppige Volkskammer bezet, heeft geen ministers meer in het DDR-kabinet nu ook Hans-Wilhelm Ebeling, minister voor ontwikkelingshulp en mede-oprichter van de partij, haar heeft verlaten.

Ebeling volgt met dit besluit de stap die minister van binnenlandse zaken Peter-Michael Diestel (tevens vice-premier) een dag eerder nam. Ebeling heeft een overeenkomstige motivering: de DSU drijft onder haar nieuwe voorzitter, Walther (ook fractieleider in de Volkskammer), zozeer 'naar rechts' dat het 'voor democraten onaanvaardbaar is om langer lid te blijven'.

Dit heeft hij het nieuwe DSU-bestuur, dat zaterdag op een partijdag in Leipzig is gekozen, geschreven. Ook het feit dat enkele DSU-leden van de Volkskammer twee weken geleden tegen een resolutie stemden waarin de onaantastbaarheid van de Poolse westgrens werd gegarandeerd heeft voor ergernis gezorgd.

Met Ebeling en Diestel zijn ook de zaterdag niet herkozen partijbestuursleden Nowack (voorzitter) en Schick (algemeen secretaris) alsook staatssecretaris Schwarze uit de DSU getreden. Verwacht wordt dat zij binnenkort overstappen naar de Ost-CDU van premier De Maiziere, die al heeft laten weten zijn ministers Diestel en Ebeling niet te zullen laten vallen. In de afgelopen weken werd de Ost-CDU al versterkt door de toetreding van twee complete partijen. namelijk door de Boerenpartij, eerder bekend als de met de communistische SED samenwerkende 'blokpartij' NDPD, en Demokratischer Aufbruch (DA), een van de partijen die vorig najaar tijdens de omwenteling in de DDR werd opgericht. Deze partijen haalden bij de DDR-parlementsverkiezingen op 18 maart elk slechts circa twee procent. De NDPD heeft (net als de Ost-CDU) aan haar tijd als blokpartij een groot vermogen en naar zij zegt nog steeds meer dan 100.000 leden overgehouden. De Ost-CDU, die samen met Demokratischer Aufbruch en de DSU als 'Alliantie voor Duitsland' de verkiezingswinnaar werd op 18 maart, zegt 'met bezorgdheid' de ontwikkelingen in de DSU te volgen. De uitgetreden DSU'ers verwijten de nieuwe partijleiding, met name voorzitter Walther, betrokkenheid bij de vorming van DSU-afdelingen in de Bondsrepubliek en contacten met (gewezen) leden van de rechtsradikale Republikaner. Walther heeft dit ontkend. De Beierse CSU, die de DSU heeft helpen oprichten en haar nog steeds organisatorisch en financieel helpt en wier leider Waigel (minister van financien in het Westduitse kabinet) juist zaterdag als DSU-erevoorzitter werd gekozen, blijft voorshands achter haar Oostduitse zusterpartij staan. Zij het, zoals CSU-secretaris-generaal Huber het formuleerde, dat zij 'steeds buiten twijfel laat dat zij officieel noch officieus contacten of relaties onderhoudt met Republikaner'.

Ook mag de DSU niet meewerken aan de oprichting van partij-afdelingen in de Bondsrepubliek.

De leiding van de exclusief Beierse CSU, die gisteren de DSU-perikelen in een besloten vergadering besprak, heeft voorshands geen andere keus dan te hopen dat de DSU overleeft en straks de kiesdrempel passeert. Alleen dan voorkomt de CSU dat haar Beierse machtsbasis straks in het grotere verenigde Duitsland smaller wordt. Want als de CSU zelfstandig in de DDR zou kandideren bij de gemeenschappelijke Duitse verkiezingen in december, zoals enkele bestuursleden hebben bepleit, dreigt de veel grotere CDU van haar kant ook in Beieren te komen concurreren. Partijvoorzitter Theo Waigel, wiens politieke strategie hier mede in het geding is, heeft daarom een veto uitgesproken over CSU-optreden buiten Beieren of actie van de DSU buiten de DDR.