Braks erkent ophouden van cijfers mest

DEN HAAG, 3 juli Minister Braks van Landbouw erkent dat in de jaren zeventig ambtenaren van zijn ministerie de totstandkoming van cijfers over mestoverschotten hebben vertraagd. De minister antwoordt op vragen uit de Tweede Kamer voor deze handelwijze begrip te hebben 'met de wijsheid van de terugblik'. Twee weken geleden lekte een rapport van de Algemene Rekenkamer uit waaruit blijkt dat in de jaren zeventig pogingen om meststatistieken in het leven te roepen strandden door tegenwerking van het ministerie van landbouw. Op vragen van het Kamerlid Blauw (VVD) schrijft Braks dat de 'door de vertegenwoordiging van het ministerie van landbouw en visserij opgeworpen problemen' daartoe hebben bijgedragen. 'Voor zover ik kan nagaan zijn door die vertegenwoordiging valabele argumenten gebruikt', aldus Braks. De minister herinnert eraan dat in 1984 het toenmalige PvdA-kamerlid Tazelaar ook Kamervragen heeft gesteld over precies hetzelfde onderwerp. Destijds schreef minister van economische Van Aardenne, mede namens zijn collega Braks, dat 'in 1973 op grond van een dringend advies van het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid de publicatie van een mestoverschotberekening achterwege is gebleven. De belangrijkste reden was de onzekerheid omtrent de bemestingsniveau waarboven sprake is van een overschot'. Volgens Van Aardenne wilde het Centraal Bureau voor de Statistiek toen niet tot de publicatie van mestcijfers overgaan, omdat 'het niet alleen ging om feitelijke gegevens, maar tevens om het normatieve begrip 'overschot'.'

De minister schreef in 1984 aan Tazelaar dat het CBS om die reden de mening van externe deskundigen wilde weten.