BBC-serie over het milieu begint met loftuitingen voor Nederland

Nederland geldt in het buitenland nog altijd als een milieubewust land. Dat bleek gisteravond op BBC2 waar naast Californie en Zweden achtereenvolgens Utrecht, Amsterdam en Schiedam werden opgevoerd als lokaties waar de Britten en mevrouw Thatcher in het bijzonder eens een bezoekje zouden moeten brengen. Where on earth are we going was het eerste deel van een serie milieu-programma's van Jonathan Porritt, voormalig directeur van Friends of the Earth.

Of de loftuitingen ook altijd terecht waren is natuurlijk een andere vraag. In deel een stond het energievraagstuk centraal. Na ruim een half uur prachtige beelden, begeleid door pathetische muziek, werd Porritts analyse onder vuur genomen door drie 'deskundigen', te weten British Rail-topman Sir Robert Reid, kernenergie-voorstander prof. Ian Fells van de universiteit van Newcastle en onafhankelijk energie-onderzoeker Walt Patterson. Vier elkaar minzaam bejegenende heren die niettemin een spitse, harde discussie voerden over wat Porritt noemde 'het grootste probleem van de mensheid na de dreiging van een nucleaire oorlog'.

Kortom, Nederland kan van de Britten ook nog wat leren. De geindustrialiseerde wereld, stelde Porritt (en wie geeft hem ongelijk), is verslaafd aan fossiele brandstoffen. Maar die zijn eindig. Bovendien leiden zij tot de uitstoot van CO2, een gas dat, als de tekenen niet bedriegen, het broeikaseffect op aarde versterkt, waardoor de gemiddelde temperatuur de volgende eeuw met wellicht drie graden zal stijgen. Zo'n kleine verandering heeft immense gevolgen voor de plantengroei (klimaatsverandering) en het zeeniveau (het water 'zet uit').

Vervolgens stortte Porritt zich, opnieuw met prachtige beelden, op de technologische en beleidsmatige oplossingen. Kernenergie viel meteen af, omdat deze optie vijf keer duurder zou zijn dan electriciteit uit kolen. Maar ook het gebruik van steenkool kan volgens Porritt in Engeland veel efficienter. Gekleed in een witte overall en staande op een gigantische hoop zwarte kolen met op de achtergrond vijf enorme verbrandingsovens, pleitte Porritt voor kolenvergassing en warmtekrachtcentrales. Daarnaast kwamen natuurlijk ook de voordelen van wind- en zonne-energie uitgebreid aan bod. Per onderwerp wisselde Porritt van kledij, van overall in coltrui, in pullover en in colbert. Het werd een afwisselend programma. Na de energie kwam het transport aan bod. Porritts conclusie was, kort samengevat: 'het idee van de groene auto is een mythe'.

De uitstoot van CO2 en vervuilende stoffen per auto kan fors worden gereduceerd, maar als het aantal auto's in Engeland tussen nu en 2020 met 142 procent stijgt, zoals de regering verwacht, zullen de totale emissies nauwelijks dalen. Om over de verkeerscongestie maar te zwijgen. Op dat moment kwamen de lage landen in beeld. 'Nederland is bereid tot een alternatief, 'verklaarde Porritt optimistisch. Forse overheidssubsidies voor het openbaar vervoer, 'spitsbussen' en vrije trambanen moeten het alternatief voor de auto mogelijk maken. Beelden van dubbeldekkers die waren vastgelopen in de Londense traffic jam zorgden voor het noodzakelijke contrast. Na de vrije trambanen van Amsterdam kwam de 'geintegreerde milieu- en energie-aanpak' van Schiedam en wethouder Chris Zijderveld aan de beurt. Zonne-energie, isolatie van sociale huurwoningen, fietspaden, een goed openbaar vervoer, wind-energie: het hoort er allemaal bij. Zijdervelds boodschap: 'het is mogelijk als je de politieke wil hebt'.

Tot slot bezocht Porritt Zweden, waar een energiebelasting van 25 tot 30 procent het energie-verbruik moet terugdringen. Milieuminister Rolf Annerberg verklaarde dat zo'n belasting in de plaats van de loon- en inkomstenbelasting zou moeten komen. Porritt omarmde het idee gretig, ook omdat je op die manier de factor arbeid veel goedkoper maakt, waardoor de werkgelegenheid fors zou kunnen stijgen. De gevolgen voor de inkomensverdeling liet hij echter wijselijk wellicht, maar toch buiten beschouwing. De discussie die hierna volgde was zeker interessant maar laat zich moeilijker samenvatten. Fells verwees, als voorstander van kernenergie, naar Frankrijk dat dankzij de kerncentrales nu veel minder bijdraagt aan het broeikaseffect dan bijvoorbeeld Engeland. Waarop Patterson opmerkte dat kernenergie economisch niet efficient is. Het probleem met kerncentrales is volgens hem niet zozeer het technologische gevaar als wel de kapitaalintensiteit. Reid leverde kritiek op Porritt omdat die had gezwegen over de wereldbevolkingsgroei. De wereldbevolking zal verdubbelen tot tien miljard, vooral in de arme landen, en die mensen zullen meer energie gaan gebruiken. Waarna alle discussianten het erover eens werden dat de Derde wereld toegang moet krijgen tot alle moderne energiebesparende technieken. Een enorme klus. Maar vorige week besloten de rijke landen dat de bescherming van de ozonlaag vereist dat arme landen worden geholpen bij de produktie van alternatieven voor ozon-schadelijke stoffen. Kortom, er is hoop. De volgende afleveringen gaan over landbouw, gezondheid, scholing, de rol van de industrie in een 'groene maatschappij' en de ontwikkelingen in de Derde wereld.