Wetsvoorstel voor minder AWW bij eigen inkomsten

DEN HAAG, 2 juli Het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid heeft een wetsvoorstel in voorbereiding om jaarlijks ongeveer een half miljard gulden te besparen op de uitkeringen van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW). De essentie van het voorstel is dat weduwen en weduwnaars minder uitkering krijgen naarmate ze meer eigen inkomsten hebben.

Volgens de huidige AWW-regels krijgen nabestaanden tot zij 65 jaar worden of hertrouwen een 'weduwenpensioen', dat onafhankelijk is van het eigen inkomen. De hoogte van de AWW is gekoppeld aan het netto minimumloon, de bedragen verschillen per situatie. Wanneer de nabestaanden minderjarige kinderen hebben, krijgen zij een hoog weduwepensioen (sinds 1 januari 1990 2.229 gulden), voor de andere gevallen geldt een laag pensioen (1.557 gulden). Staatssecretaris Ter Veld en en minister De Vries van Sociale zaken willen in het wetsvoorstel ook de eigen inkomsten van weduwen en weduwnaars bij de AWW-uitkering betrekken.

Daarnaast willen zij een inkomstendervingseis invoeren, die vooralsnog in de praktijk weinig gevolgen zal hebben. Volgens deze eis moet de overleden partner inkomen hebben gehad, wil de nabestaande recht hebben op een AWW-uitkering.

De inkomstendervingseis krijgt een fictief karakter om bestaanden, van wie de partners geen of laag inkomen had, niet te treffen. Ook deze categorie behoudt recht op een AWW-uitkering omdat 'fictief' wordt aangenomen dat er voldoende inkomen is weggevallen. De AWW-uitkering kan weer worden gekort op het eigen inkomen van de nabestaande.

Het wetsvoorstel houdt in dat een deel van de weduwnaars geen of geen volledige AWW-uitkering meer zal krijgen. Op uitkeringen aan weduwen, die voldoende inkomsten hebben, zal worden gekort.

De AWW, ingevoerd in 1959, is een volksverzekering die bedoeld om gezinnen na het wegvallen van gezinsinkomen financieel op de been te houden. Ook weduwnaars kunnen nu in aanmerking komen voor het 'weduwenpensioen' als gevolg van een rechterlijke uitspraak in 1988 dat mannen en vrouwen volgens de Europese richtlijnen gelijk behandeld moeten worden.

De verbreding van de doelgroep heeft de financiering van de AWW onder druk gezet. Aan de huidige voorstellen voor de inkomensafhankelijkheid en de fictieve inkomensdervingeis gingen vijf concept-voorstellen vooraf. In 1989 werden ruim 24.000 nieuwe weduwnaarspensioenen toegekend en maakten tegen het einde van het jaar ruim 21.000 weduwnaars aanspraak op AWW. Dat kostte, alleen al over 1989, circa 440 miljoen gulden extra. Daarnaast kregen weduwnaars (eenmalig) recht op AWW met terugwerkende kracht over voorgaande jaren. Dat kostte eenmalig ruim 300 miljoen gulden. Voor het lopende jaar wordt gerekend op 29.000 weduwnaars met AWW, waarmee ruim 700 miljoen gulden gemoeid zal zijn.