Verhouding testosteron - epi-testosteron roept vragen op; Doping Theunisse staat niet vast

Speelt Gert-Jan Theunisse de quasi-onschuldige wielrenner of dreigt hij het slachtoffer te worden van hiaten in de wetenschappelijke kennis betreffende de dopingcontrole? Deze vraag kwelt niet alleen de sportman Theunisse, ook deskundigen beginnen hun twijfels te krijgen.

Zie ook de sportbijlage.

Het is opvallend dat hij in korte tijd drie keer positief is bevonden op dezelfde stof. Als hij de eerste keer inderdaad iets zou hebben gekregen, dan zou de begeleiding van een professionele ploeg er toch alles aan doen om herhaling te voorkomen. Toen Theunisse de eerste maal positief werd bevonden, maakte hij deel uit van het PDM-team; het is bekend dat men daar heeft geexperimenteerd met lage doses anabole hormonen.

Nu is hij voor de derde maal positief bevonden; zelf beweert hij dat hij absoluut niets heeft gebruikt. Het zou best eens kunnen zijn dat Theunisse ten onrechte het slachtoffer is geworden van onvolkomenheden in de dopingcontrole. De stof die hij zou hebben gebruikt behoort tot de anabole steroiden. Deze zijn afgeleid van het mannelijke geslachtshormoon testosteron. Dit hormoon zorgt niet alleen voor het mannelijk uiterlijk, maar heeft ook een functie bij spieropbouw en herstel. Om die reden is men in veel sporten anabole steroiden gaan gebruiken.

Hoewel we het nog niet helemaal zeker weten, denken we nu dat het bij duursporten als wielrennen niets helpt en dat ook het herstel niet sneller gaat. Zonder het spul had hij waarschijnlijk ten minste even goed gereden. Toch behoren de anabole steroiden tot de verboden stoffen. Een groot probleem echter is de controle. De meest gebruikte produkten lijken veel op het lichaamseigen testosteron en worden na hun werking op precies dezelfde wijze in het lichaam afgebroken.

Een bijkomend probleem is dat het bloed niet mag worden onderzocht, maar dat alleen urine beschikbaar is. De hoeveelheden hormoon in het bloed zijn klein, maar in de urine zijn ze veel kleiner. Er is echter heel gevoelige apparatuur ontwikkeld waarmee het testosteron en de afbraakprodukten kunnen worden gemeten. Helaas kan men aan de afbraakprodukten niet zien of deze van het lichaamseigen testosteron of van kunstmatig toegediende testosteron-achtige stoffen afkomstig zijn.

Verhouding

De Duitse professor Donicke, die op dit gebied onderzoek heeft gedaan, kwam op het idee dat de verhouding tussen het testosteron en het afbraakprodukt epi-testosteron wel eens heel belangrijk zou kunnen zijn. Het bleek dat in de urine ongeveer evenveel testosteron als epi-testosteron voorkomt. Als iemand echter kunstmatig meer testosteron krijgt toegediend, wordt er meer testosteron, maar niet veel meer epi-testosteron in de urine uitgescheiden. Donicke stelde vast dat, als in de urine zes of meer keer zoveel testosteron als epi-testosteron voorkomt, de atleet hoogstwaarschijnlijk kunstmatig anabole steroiden heeft gekregen. De dopingcontrole is gebaseerd op deze verhouding tussen testosteron en epi-testosteron (T/E). Als de verhouding zes of meer tegen een is, wordt een atleet schuldig bevonden aan het gebruik van anabole steroiden. De laatste tijd is echter gebleken dat zich bij mensen ook zonder het gebruik van anabole steroiden een verhouding van meer dan zes tegen een kan voordoen. Een van hen is de Franse junior-wielrenner Cyrille Sabatier die bij vrijwel elke dopingcontrole positief bleek. Nader onderzoek wees uit dat de jongeman van nature deze verhouding had. Het is duidelijk dat als de teller (het testosteron) groter wordt of de noemer (epi-testosteron) kleiner, de T/E-verhouding ongunstiger uitvalt.

Alcohol

Het is bekend dat bij veel sporters tijdens zware inspanning de lichaamseigen testosteronproduktie tijdelijk omlaag gaat. Dit is echter niet bij iedereen het geval. Er zijn ook mensen die van nature juist een heel hoge produktie hebben. De afbraak kan ook tijdelijk verlaagd zijn. Hierdoor kan de verhouding hoger uitvallen.

Bovendien is gebleken dat ook alcohol de verhouding kan verhogen. Als een atleet dus wat wijn of bier heeft gedronken voordat hij op dopingcontrole ging, kan de verhouding ongunstiger worden. Omdat het vaak moeilijk is meteen na de inspanning te plassen, drinken veel atleten naast ander vocht ook een flesje bier om de urineproduktie op gang te brengen. Een mogelijk probleem van Donickes vaststelling van de T/E-verhouding is dat het bij normale mensen is geconstateerd. Het is inmiddels bekend dat het lichaam tijdens zware inspanning bij atleten heel anders kan reageren.

Als ik Gert-Jan Theunisse was en zeker wist dat ik niets had gebruikt, zou ik de onderste steen boven willen hebben. Er lijken voldoende mogelijkheden om op grond van goede wetenschappelijke argumenten de uitslag aan te vechten en nader onderzoek te eisen. Het zou als sportman mijn eer te na zijn ten onrechte te worden veroordeeld door een wetenschappelijke onvolkomenheid.