Van Schonbergs partituren spat het gif en het bloed

Het Holland Festival toonde zaterdagavond in Carre een gelukkige hand door het programma op het laatste moment te wijzigen. Daardoor werd het muzikaal portret van Arnold Schonberg afgerond met het symfonisch gedicht Pelleas und Melisande, chronologisch onlogisch maar artistiek bevredigend, want juist in dit laat-Romantische werk, nog geheel in de ban van Wagner en Richard Strauss, toonde Edo de Waart zich in zijn element. Die gluckliche Hand, het oorspronkelijke sluitstuk en de kleuriger uitbouw van Erwartung, onlangs in dezelfde ruimte gedirigeerd door Reinbert de Leeuw, maakte niet die indruk: De Waart beperkte zich tot het coordineren van de ensembles. Pelleas und Melisande daarentegen werkte na de pauze als een bevrijding, gedirigeerd in een gevarieerde gestiek met grote golvende gebaren, stuwend en genuanceerd.

Toch had men zich dit symfonisch gedicht idyllischer kunnen voorstellen, meer in verhalende trant, lichter vooral. Maar De Waart koos voor een Pelleas und Melisande als opera zonder zangstem en gaf de vrije hand aan de achttien koperblazers. Dat kan in Carre hard aankomen. Aan inzet en overtuigingskracht kwam men in Pelleas und Melisande niets tekort; het Radio Filharmonisch Orkest musiceerde niet alleen grandioos maar ook gedisciplineerd. Die gluckliche Hand resulteerde helaas geenszins in een overtuigend, laat staan overrompelend Drama mit Musik zoals de ondertitel ons belooft. Volgens Egon Wellesz, een leerling van Schonberg, moeten wij het drama opvatten als 'een psychologische pantomime met symbolische strekking', maar hoe men Die gluckliche Hand ook wil omschrijven in feite een autobiografisch ritueel waarin Schonberg tracht af te rekenen met zijn talrijke vijanden , met name de klankkleurexperimenten zijn zo ingrijpend en indringend dat het ritueel eenvoudigweg niet werkt in de vorm van een vrijblijvende concertante presentatie.

Schonbergs kleurengamma, ontstaan onder invloed van Oskar Kokoschka, alhoewel deze nooit het primaat heeft opgeeist, ondergaat een geleidelijke metamorfose met vooral kleuren als gifgroen en paarsrood, heel precies aangegeven boven de desbetreffende noten. Hetzelfde palet kenmerkt Schonbergs schilderijen, de componist overwoog zelfs beroepsschilder te worden! Aanvankelijk schilderde hij portretten en na een desastreuze ervaring in een gebroken huwelijk voortaan strikt taboe in Schonbergs kring voornamelijk horrorachtige visioenen. Het kleurenspel is geen ornament, maar belangrijk onderdeel van het drama zelf; geen toevoeging maar uitgangspunt.

Voor het hallucinerende klankkleur-crescendo zullen wij moeten wachten tot Pierre Audi's visualisering in het Muziektheater, gepland voor het komend seizoen in een combinatie met het theaterwerk Neither van Morton Feldman.

Een teveel aan spanning bood voorts het koorwerk Friede auf Erden, een 'symfonische' muziek uit 1907, dat in Schonbergs ontwikkeling slechts een randpositie inneemt, omdat het ontsnapt aan experimenten zoals in het baanbrekende Tweede strijkkwartet uit dezelfde tijd. In het vierde couplet bereikt Schonberg een verpletterende climax die in de uitvoering van zaterdagavond enigszins zijn uitwerking miste, omdat Robin Gritton het koor als een koortsachtig visioen wenste te interpreteren; vredig klonk het allerminst, met name de sopranen forceerden zich menigmaal.

Die overspanning leek echter geheel op zijn plaats in de korte cantate A Survivor from Warschau, waarin geschreeuwde bevelen allerminst gestileerd zijn bedoeld. Hier blijft niets te raden over. Henk Smit had zich overtuigend weten in te leven, zodat deze gebalde getuigenis als een vuistslag aankwam.

Een ding is zeker, wie nog de mening koesterde dat Schonberg experimenteerde om wille van het experiment weet na dit Holland-Festivalconcert wel beter: het gif en het bloed spat als het ware van zijn partituren. Toen de nazi's steeds duidelijker stappen zetten, vroeg Schonberg een vergunning aan om een trommelrevolver te mogen dragen, maar zijn kunst was het meest effectieve wapen.

Concert door het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart en het Groot Omroepkoor o.l.v. Robin Gritton met: Huub Claessens (bas) en Henk Smit (spreekstem). Werken van Arnold Schonberg: Friede auf Erden, Die gluckliche Hand, A Surviver from Warschau en Pelleas und Melisande. Gehoord: 30/6 Kon. Theater Carre, Amsterdam.