Priester-celibaat, twintig jaar praten

Volgende week dinsdag is het twintig jaar geleden: de befaamde kardinaal Alfrink sprak voor het eerst in een persoonlijk gesprek met paus Paulus VI over de mogelijkheid om in Nederland de celibaatswet, als verplichte voorwaarde voor het priesterambt, af te schaffen. Met Alfrink ben ik altijd van mening geweest dat naast het vrijwillig gekozen celibatair priesterschap ruimte moest zijn voor het priesterschap van gehuwden. Toen ik een Spaanse journalist uitlegde dat zelfs de eerste paus een schoonmoeder had gehad, liep hij meteen naar de telefoon om Barcelona te bellen.

Na zeer serieus overleg tijdens en na het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout stelde de bisschoppenconferentie publiekelijk het celibaatsvraagstuk ter discussie. Er waren meer journalisten dan delegatieleden. De New York Times kwam zelfs 's morgens binnenlopen, samen met een cameraploeg van de Franse televisie en een drie man sterke afvaardiging van Time-Life. Men wachtte vol spanning tot de bom ging barsten.

Ik ben ervan overtuigd dat niet zozeer dit specifieke vraagstuk de hele wereldpers in beroering bracht, maar juist het zich openlijk opstellen tegen een overbekend standpunt van het Vaticaan, dat de celibaatswet gehandhaafd moest blijven al was toen al bekend dat die wet, vooral in Latijns Amerika en Afrika, vaak werd overtreden. Sommigen denken er ook nu nog heel pragmatisch over: als je wilt trouwen, dan moet je maar geen priester worden en ben je van het vrouwelijk geslacht, dan moet je dat ook maar uit je hoofd zetten. Zo dacht toen ook de bisschop van Rotterdam, mgr. M. Jansen.

Als je slechte ogen hebt kan je ook geen piloot worden. Of zoals het delegatielid G. Slooven uit Breda zei: 'Als ik als bankwerker hoor van de noden in de kerk, ik die er alles van weet en er heel veel over kan vertellen, dan vraag ik me af of ze daar in Rome niet hartstikke blind zijn. Ik weet het niet meer. Is er nog echte communicatie? Van mij hebt u alle zegen. Ik sta ervoor. Ik vraag alleen maar om een pastoor. En of ie getrouwd is of niet, ik wil hem wel kunnen verstaan. Dat is wat ik wou zeggen.'

Uittocht

Uit recent onderzoek blijkt dat het aantal alleenstaanden groeit en dat menigeen na praktische ervaring met het huwelijk of ook al daarvoor hartgrondig vasthoudt aan een celibataire levenswijze. De zogenoemde 'teken-waarde' heeft mij nooit zo aangesproken. Wel spreken mij aan de principiele vrijheid van bisschoppen om zo'n belangrijke zaak eigenstandig op te lossen en de motivatie van het dreigend priestertekort, dat na twintig jaar celibaatsdiscussie onverminderd is gebleven.

De uittocht is nu wat voorbij, maar in 1969 traden in ons land 203 priesters uit het ambt, in de eerste helft van 1970 al 183. Alfrink wilde die uitstroom indammen door gehuwden tot het priesterambt toe te laten. Na 1970 daalde het aantal priesters in West-Europa met meer dan 34.000 (van 264.962 naar 230.481). Als bij een vergelijkbare bureaucratie op wereldniveau een dergelijk aantal goed opgeleide staffunctionarissen zou verdwijnen, zouden door het crisismanagement harde besluiten worden genomen en heel wat divisie-hoofden verdwijnen.

Priesters hebben, net als predikanten, een moeilijk beroep. 'Door de week zie ik niet wat hij doet en 's zondags versta ik hem niet, 'werd eens in een Frans onderzoek opgemerkt. Ik denk dat het laten vallen van het strikte criterium van de ongehuwde staat niet zonder meer soelaas zal bieden, maar de aantrekkingskracht zou dan wel groter zijn.

Het aantal personen dat voor het hele leven tekent voor een totale binding aan de kerk wordt nietemin kleiner. Een keuze voor meer part-time priesters, die een onafhankelijk beroep hebben in de maatschappij, lijkt daarom beter.

Geduld

Net als in 1971 is er ook nu weer aan het eind van het jaar een synode over de priester. Speciaal over opleiding en vorming. De tegenwoordige paus is een fel tegenstander van de opheffing van de celibaatswet. Wel laat hij 'bekeerde' predikanten uit de anglicaanse en lutherse kerken toe, met vrouw en kinderen. Dat is oecumenisch interessant, want in de Verenigde Staten komen nu katholieke parochies in anglicaanse stijl, maar weinig principieel.

Alfrink, overleden in 1987, pleitte voor geduld. Hij verwachtte niet nog getuige te zullen zijn van een oplossing van het probleem. Die oplossing komt nu steeds dichterbij. Zelfs de aartsconservatieve kardinaal Herman Groer van Wenen zei onlangs in het Italiaanse maandblad 'Jesus' te verwachten dat er rond het jaar 2000 gehuwde priesters zullen zijn en dat de vrouw tot het ambt zal worden toegelaten. Hij vond het alleen vervelend dat er allerlei openbare protesten waren om deze ontwikkeling te bevorderen. Toen ik kortgeleden aan een Weense collega vroeg hoe je dat 'Groer' moest uitspreken, antwoordde hij: 'Zoals een duif koert op de schouder van zijn meester'.