Gedogen van drugs is niet overal mogelijk

Het Nederlandse gedoogbeleid op het gebied van druggebruik is niet algemeen toepasbaar. Zoveel wilde Eddy Engelsman van de hoofdafdeling Alcohol- drug- en tabaksbeleid van WVC wel toegeven tijdens een diner in het Washingtonse Woodrow Wilson instituut. Maar voor hij dat deed, had hij met veel vuur en zonder ambtelijke reserves de Nederlandse aanpak voor een gehoor van Amerikanen aangeprezen.

Hier werd een gezelschap Amerikanen de typisch Nederlandse wereld binnengevoerd van verslaafden die de folders goed lezen, straathoekwerkers raadplegen en altijd schone spuiten halen. De gevolgen: druggebruikers maken slechts een gering percentage uit van het aantal aidspatienten, het aantal heroinegebruikers groeit niet en Nederland heeft nog geen crackprobleem. De hoeveelheden in beslag genomen cocaine groeien wel maar dat zou kunnen komen omdat Nederland een doorvoerland is. Het Nederlandse voorbeeld toonde aan dat er een weg was tussen legalisatie enerzijds en 'militarisatie' van het drugprobleem anderzijds, aldus Engelsman.

Daarbij stapte Engelsman gemakshalve heen over het protest van de burgers in de gedoogzones voor druggebruikers en de zekere hypocrisie die de overheid bij de indeling van de stad en bij het beslissen over al of niet vervolgen in acht moet nemen. Waarom mag in de ene wijk wel wat in de andere niet mag? Waarom is een hasj-coffeeshop in Amsterdam wel toegestaan en in Loenen niet? En hoe kan de overheid een beleid ontwikkelen tot het negeren van een wet op de verdovende middelen? De term prioriteiten is verhullend. Toch is een Nederlandse gedoogzone, ook in Amsterdam, een speeltuin vergeleken bij de door veldslagen geplaagde binnensteden in Amerika. In Washington worden dagelijks mensen doodgeschoten in de drugsoorlog. Heeft dit verschil te maken met overheidsbeleid? Weinig. Geen legioen straathoekwerkers zou de misdaad en het druggebruik in Amerika tot Nederlandse proporties kunnen terugbrengen.

Vuurwapens en drugs horen meer bij de Amerikaanse cultuur dan bij de Nederlandse. David Musto, hoogleraar medische geschiedenis en psychiatrie aan de universiteit van Yale, gaf na Engelsman een verhandeling over de grote culturele verschillen tussen Amerika, Nederland en Engeland. Het is onverstandig om het drugsbeleid in het ene land zonder meer op een ander land over te planten. Musto zei dit niet uit beleefdheid, zoals Engelsman, maar hij kon het staven met feiten en cijfers over de enorme verschillen tussen de Amerikaanse en Nederlandse cultuur. Musto zag dat de grafieken voor moord en voor druggebruik parallel liepen. Nu kan het tegelijkertijd stijgen en dalen van lijnen louter toevallig zijn, maar de moderne revolverhelden in de Amerikaanse binnensteden zijn ook drugverkopers. Het gemiddelde aantal moorden varieert in Amerika tussen de twee en tien per 100.000 inwoners per jaar. In Nederland blijft het stabiel en ruim onder 1 op de 100.000 inwoners.

Cycli

Druggebruik heeft een lange geschiedenis in de Verenigde Staten. Gedurende de afgelopen anderhalve eeuw is 'het druggebruik per hoofd van de bevolking in Amerika gemiddeld negen keer zo hoog geweest als in Nederland', zei Musto. Het voltrekt zich in cycli. Het begint met een fase waarin de mening heerst dat de drugs ongevaarlijk zijn. Dan gaan steeds meer mensen het middel gebruiken, merkt men dat het verslavend is en ontstaat een algemeen verslavingsprobleem. Vervolgens groeit de weerzin en komt er behoefte aan allengs zwaardere bestraffing. Als de strafsancties op hun hoogst zijn, is het druggebruik al langzaam aan het afnemen. Dat gebeurt nu in Amerika. Begin deze eeuw beschreef een commentator het uitzicht op Lafayette-park en bevond Amerika zo plat als een pannekoek. Hij zag alleen maar drugverslaafden. De walging van het druggebruik werd in piekperioden zo groot dat het in de geschiedschrijving werd verzwegen. Met als gevolg dat degenen die met drugs gingen experimenteren, altijd dachten dat ze de eersten waren.

In 1910 zei men dat het belachelijk is om aan te nemen dat cocaine gevaarlijk is. Ook in de jaren zeventig beschouwde men cocainegebruik als gevaarloos. 'Na de ervaring komt de verwerping ervan', aldus Musto. In de jaren zeventig overwoog president Carter decriminalisering van marihuana. Nu wordt in de deelstaat Arizona iemand met een geringe hoeveelheid marihuana op zak opgepakt en tot gevangenisstraf veroordeeld, tenzij hij hulp zoekt. In tien jaar is de omslag totaal. Voor de meesten die in de jaren veertig en vijftig zijn opgegroeid waren drugs totaal nieuw. Een Amerikaan die eerder was grootgebracht, kwam het minder onbekend voor.

Volgens Musto is het aantal moorden in Amerika altijd gestegen en gedaald met het drugsgebruik. De parallellen kunnen ook toevallig zijn. Het aantal moorden steeg in twee golven van twee tot negen per 100.000 inwoners. Dat kan ook samenhangen met het de beschikbaarheid van vuurwapens. Drugs spelen een belangrijke rol in de Amerikaanse samenleving. Het begint met de drugstore waar wanden met megadoses pijnstillers en kalmerende middelen zijn uitgestald. Goed bekeken televisieprogramma's worden altijd onderbroken door reclames voor pijnstillers. De Amerikaan slikt graag. De Amerikaan zet graag de natuur met technische hulpmiddelen naar zijn hand, ook zijn stemming of gevoel.

Het is misschien de negatieve kant van de democratische fictie dat iedereen alles moet kunnen bereiken. Experimenteren met drugs is een new frontier voor de middenklasse. Druggebruik en -verslaving heeft zelden te maken met armoede. Vermindering van sociale ongelijkheid, zoals Engelsman bepleitte, zou bij talloze verslaafden niets uitmaken. Het gebruik van de meeste drugs begint bij de middenklasse om dan 'af te dalen' naar het proletariaat.

Cocaine was een exclusieve drug, te duur voor de getto's. Het goedkopere derivaat crack vond snel zijn weg in de sloppenwijken. In Nederland is crack nog niet verbreid onder de armsten, die er aanzienlijk beter voorstaan dan in Amerika. Het gebrek aan alternatieven zou de hang van de gettojongeren naar drugs en drugshandel kunnen bevorderen.'Zuiltje'Het is onbewijsbaar dat de stabilisering van het aantal heroineverslaafden en de relatief geringe verslaving aan cocaine in Nederland is te danken aan gericht overheidsbeleid. Wie dat doet, lijkt op de medicijnman die na enkele dansen voorspelt dat het morgen weer licht wordt. Het omgekeerde, zinloosheid van overheidsbeleid, is evenmin bewijsbaar.

Het Nederlandse beleid is een produkt van de Nederlandse 'consensus-cultuur', waarin zelfs junkies nog vertrouwen hebben in de overheid en in staat worden gesteld om een eigen 'junkiezuiltje' op te richten. Daar steekt veel goeds in. Waar deze Nederlandse cultuur een geringere rol speelt zoals bij verslaafde Marokkaanse jongeren verliest de overheid haar greep en krijgt het probleem meer Amerikaanse proporties. Marokkaanse jongeren begrijpen niets van agenten die niet straffen. Het maakt hen alleen overmoediger.

De culturele verschillen bewijzen dat er niet een doeltreffende, mondiale aanpak van het probleem van drugverslaving kan bestaan, niet een 'geneeswijze'. Het Nederlandse beleid heeft geen universele geldigheid. De opvatting van de Amerikaanse topman van het drugsbeleid, Bennett, heeft dat evemin. Vorige week zei hij dat rehabilitatie voor veel drugsverslaafden geen zin had en dat de overheid er dus ook niet voor hoefde te betalen. Hij prefereert de methode van Miami Vice, van spectaculaire politie-operaties tot in Peru toe.

Vreemd genoeg neemt het aantal noodgevallen met cocaine in de ziekenhuizen in de grote steden af. Dat hoeft niet te liggen aan het beleid van Bennett, maar kan ook het gevolg zijn van het feit dat de jongere generatie zich laat afschrikken door de slechte ervaringen van de oudere. De Amerikaanse benadering zou minder op orde-handhaving en meer op begeleiding kunnen steunen. Toch zal een Amerikaans sociaal werker nog vaker met de handen in het haar zitten dan een Nederlandse collega. Amerika is een groot land. Een verslaafde die zich eerst in New York heeft aangemeld kan de week daarop in Los Angeles opduiken.

    • Maarten Huygen