'Dat zure, dat cynische, het zit ook in mij'; Mart Smeetsroept bij de kijker altijd iets op

Mart Smeets (44) werkt sinds 1972 bij NOS sport, aanvankelijk als radioverslaggever, vanaf '73 voor de tv. Smeets heeft intussen voor aardig wat opschudding gezorgd. De NOS heeft hem berispt en bijna ontslagen, wielrenner Jan Raas weigerde een jaar met hem te spreken en de KNVB vroeg of de weinig positief verslaggevende Smeets bij het voetballen kon worden geweerd.

Smeets gaat gewoon door met presenteren, met reportages en wedstrijdverslagen. De komende weken ligt zijn werkterrein in Frankrijk, waar hij verslag doet van de Tour de France. 'Mart scoort niet in grijstinten. Het is zwart of het is wit.' Het is niet de meest voor de hand liggende beschrijving van de wijze waarop Mart Smeets verslag doet van sportevenementen. Het is zoals publiek en collega's, voetbalfanaten en wielerfans Smeets zien. Het publiek, dat Smeets met grote frequentie in de huiskamer krijgt, weet het en getuigt in vele brieven van bewondering of walging. Gewoon goed is het nooit. De collega's weten dat en nemen het zoals het is. De sportwereld is iets minder geneigd dat te doen. Kan het niet wat flatteuzer, kan Smeets niet worden geweerd, vroeg de KNVB vorig jaar voor het begin van het seizoen aan de NOS. Ploegleider Jan Raas zegt het aan de vooravond van de Ronde van Frankrijk zo: 'Ook van een minder goede wedstrijd moet je de positieve kanten laten zien. Hij kan soms heel enthousiast zijn, maar ook heel kritisch en heel negatief. Dat vind ik jammer'. Zijn chef, Kees Jansma, zit er niet mee. 'Hij is gewoon goed', zegt Jansma minzaam. 'Mart is in elk geval iemand die iets oproept bij de kijker. Hij komt eigenlijk niet meer aan bod dan de andere presentatoren, maar hij is dominant aanwezig. Hij valt meer op dan de anderen, kan ontzettend veel mensen boeien en ergeren, hij brengt wat teweeg.' Soms brengt Smeets heel veel teweeg. Vorige week zondag meldde hij voor het WK duel tussen Nederland en West-Duitsland vanuit Kerkrade dat er nog niets aan de hand was, al was de sfeer volgens hem wel 'unheimisch'. Toen na de wedstrijd Nederlanders en Duitsers na het uitwisselen van vuile kreten elkaar te lijf gingen, werd Smeets er door burgemeester Mans van Kerkrade van beschuldigd dat hij de rellen had uitgelokt.

'Ik kreeg de indruk dat hij opriep om naar de Nieuwstraat te komen', zei Mans boos. Smeets noemt de beschuldiging 'laf en kinderachtig. Iedereen die in die straat woonde, wist dat er wat ging gebeuren. Om zeven uur hadden wij materiaal verzameld, dat was pas schokkend. Die haat over en weer, het was walgelijk. Die dingen hebben we niet uitgezonden. Ik wist dat ik me in een netelige positie bevond, heb ook gezegd dat ik hoopte dat er alsjeblieft niks zou gebeuren. De mensen waren bang, het was ook waanzinnig, allemaal in een straat. Maar wij hebben dat niet verzonnen. Twee jaar geleden na de EK-wedstrijd gebeurde het ook, en toen was daar geen camera aanwezig'.

Toch was het naief, oordeelt Smeets ten slotte over zijn optreden.

Gefoezeld 'Hij wist niet waaraan hij was begonnen', zegt Jansma.

'Hij kent het voetbalpubliek niet, hij komt nooit in stadions.' Volgens zijn drie jaar jongere broer Peter is Smeets oprecht als hij zegt naief te zijn. 'Hij vindt dat sport eerlijk moet zijn, maar er wordt nogal wat gefoezeld en gejokt. De terecht kritische opmerking daarover mag je in Nederland niet maken. Maar als Mart een kritische mening heeft, heeft hij die ook en geeft hij die ook.'

Mart zelf klinkt wat gelaten als hij in een vraaggesprek opmerkt dat het imago van de sport en de sporters nu eenmaal door de tv wordt gemaakt en veel te maken heeft met gejubel. 'Vaak is alles prachtig, maar soms is het minder prettig door bedrog, zwendel en drugs. Als je daarvan iets laat zien, is het oorlog. Dan gaat er iets werken dat de mensen niet aan kunnen, dan gaat de bijl er in. De tv heeft macht, de tv heeft een magische aantrekkingskracht.'

De verslaggever valt stil. Een beetje verveeld dwalen zijn ogen door het vertrek. Hij negeert het tv-scherm waarop de wedstrijd Engeland-Belgie net is begonnen. 'Wil jij dat zien?' Voetbal was de eerste sport waarmee Mart kennismaakte. Als kind voetbalde hij bij RAP in Amsterdam. Toch werd niet het voetballen of het paardrijden waarmee hij zich van jongsafaan in de manege van zijn oom vertrouwd maakte, de favoriete sport, maar basketbal. 'Het kwam waarschijnlijk door een leraar', meent Peter die dezelfde scholen volgde en aan dezelfde sport verslingerd raakte. Mart was goed en speelde al snel in het nationale basketbalteam, met als gevolg dat hij er wat langer over deed om de HBS af te maken. Peter: 'Zijn sport ging voor alles'. Hoewel vader Smeets in de na-oorlogse jaren sportinstructeur was bij het leger, draaide in het gezin niet alles om sport. Al op zijn zestiende jaar mocht hij met vrienden naar Parijs. 'Ze hadden veel vertrouwen in ons', aldus Mart. Zijn eerste stappen op het journalistieke pad waren verbonden met basketbal. Hij schreef in de krant van zijn club.

Toen door een blessure voortijdig een einde kwam aan zijn sportcarriere, probeerde Smeets het als bedrijfsjournalist, maar dat was toch te ver van de sportwereld dat hij al snel verder ging als stukjesschrijver over basketbal. Hij werd medewerker van toen nog het dagblad De Tijd, dat over een toonaangevende sportredactie beschikte. Hij leerde veel en bouwde zijn passie voor Amerikaanse sporten (football, basketbal, honkbal) uit. 'Als je hem zijn gang liet gaan, schreef hij elke dag een pagina vol over die sporten', zegt M. de Vos, ooit chef sport bij De Tijd en nu directeur van de Topsports Group, een holding waaronder diverse werkmaatschappijen vallen die in de 'driehoek sport, bedrijfsleven en media actief zijn', zoals hij het zelf omschrijft.

De Vos: 'Mart is een enorm talent, van internationaal niveau, maar hij moet oppassen dat hij niet aan veelzijdigheid ten onder gaat. Soms kan hij, geleid door zijn liefde voor de sport en zijn emoties, enorm uit zijn slof schieten. Dan zou er iemand naast hem moeten zitten die roept ho, ho, in je mand jij. Maar dat doet niemand. Aan voetbal overeet hij zich, hij bemoeit zich ermee, terwijl hij nog geen bal kan trappen.' Datzelfde geldt volgens Jan Raas ook voor het wielrennen. Van het eind van de jaren zeventig dateert het conflict tussen Raas en Mart Smeets. In 1979 werd Raas tijdens het wereldkampioenschap door zijn ploeg omhoog 'gehesen', de berg op. 'En dat lieten we zien', zegt Smeets. Raas werd wereldkampioen en weigerde een jaar lang voor de NOS-camera's te verschijnen. Raas had al ruzie met Smeets voor het WK in Valkenburg, omdat de verslaggever Joop Zoetemelk in een kwaad daglicht had gesteld. Van oud zeer is geen sprake. Raas: 'Het is een gedreven man, helemaal bezig met zijn vak. Soms is hij onzeker, wat hij maskeert met arrogantie. Ik kan goed begrijpen waarom hij zo kritisch is, maar het wielrennen heeft hij niet helemaal begrepen. Dat zou meer in het zonnetje moeten worden gezet'. Zowel Raas als De Vos relativeert de kritiek met de opmerking dat het de laatste tijd beter gaat. Jos Kuyer, chef sport bij RTL Veronique, heeft er als oud-collega van Smeets bij Studio Sport een verklaring voor. 'Het ging te gemakkelijk bij Studio Sport. Er werd wel goed gekeken naar wat in het buitenland gebeurde en er was duidelijk een streven dat beter te doen, maar het was een beetje blase.'

Nu de rechten van wedstrijden en de daarmee verbonden kijkdichtheid niet meer vanzelfsprekend aan de NOS toevallen, zijn de NOS-sportredacteuren, inclusief Smeets, van hun toren afgedaald. De slag om de kijkers is menens geworden.

Kuyer: 'Mart heeft ter redactie nooit een dominerende rol opgeeist. Als er nog eens een keer werd gediscussieerd, was Theo Reitsma de norm. Mart is op de redactie niet de meest confronterende figuur. Hij mag dan graag iets vaststellen voor de camera, maar verder is hij vrij eenvoudig tevreden te stellen.'

Smeets draaft als presentator nog wel eens door, vindt Kuyer. 'Dan roept hij demonstratief bah, maar dat was vroeger erger. Toen was hij grilliger.' Smeets is onvoorspelbaar, verrassend en volgens Kees Jansma 'vol gektes'.

Dat laatste slaat op Smeets' enorme kennis van het Amerikaanse basketbal en treinen. Zijn kennis van treinen en treinenloop blijken niet doorslaggevend te zijn geweest om hem als columnist te vragen voor het blad Rails, waarin hij over reizen schrijft. Volgens Rails-redacteur M. van Sinderen wordt hij juist gewaardeerd om zijn 'persoonlijke en originele kijk op de dingen. Hij beschrijft heel goed, is een goed observator'.

Van Sinderen omschrijft Smeets als een ouderwetse journalist die nog op de typemachine werkt en vertelt dat hij zijn laatste bijdrage, over romantische ontmoetingen, toepasselijk op roze papier had getikt.

Balen

Mart Smeets is cooperatief, niet blase, niet alleen maar bezig met sport, getuigt Jean Nelissen, met wie Smeets voor de zoveelste keer een maand achter de Tour de France aan rijdt. En gelukkig maar, constateert Nelissen, want de Tour betekent soms een paar honderd kilometer op een dag in een bloedhete auto tussen miljoenen mensen door laveren. 'Als we balen, balen we samen.'

Over de werkwijze van Smeets zegt Nelissen dat Smeets de meeste zakelijke van de twee is: 'Ik vind dat tv ook onderhoudend moet zijn, Mart is wat zakelijker'. Ja, ze volgen ook wat er in de rest van de wereld gebeurt, onderstreept Nelissen. 'Het leven bestaat niet alleen uit rugnummers en ingevette benen.'

Nee, discussieren over de sportjournalistiek doen ze niet. 'We zijn het er over eens, we mogen de ogen niet sluiten voor misstanden en commercie, voor het feit dat iemand met drugs zijn lichaam oppompt voor het tijdelijke genoegen van een overwinning. Mart kan heel kwaad worden als hij dat soort dingen ziet.'

Nee, Smeets is geen doorzakker. 'Hij drinkt wel eens een glaasje mee, maar is zuinig op zichzelf.'

Nelissen bevestigt het beeld van de workaholic.

Zijn werk is zijn hobby, zegt Smeets zelf. 'Met plezier, daar draait het om in de sport. Als ik de hoofden van het Nederlands elftal zag tijdens het WK, daar sprak geen milimeter levensvreugde uit. Het werd steeds grimmiger, de belangen die op het spel stonden zijn ook heel groot. De commercie heeft keihard ingehaakt op het succes van twee jaar geleden, het zou een oranje zomer worden. Wat een flauwekul.'

En dan, ter correctie: 'Wij Nederlanders zijn eigenlijk allemaal dominees. Dat zure, dat cynische, het zit ook in mij. Terwijl je toch als journalist het beleven van de sport onder woorden moet brengen. Ik moet het voelen, meemaken. Dan gaat de adrenaline pompen en dan voel ik me lekker'. Foto Koos Breukel