Beeld van leed in Amsterdamse haven

De weegbrug voor treinwagons op het voormalig spoorwegemplacement in het Oostelijk Havengebied van Amsterdam staat er nog, maar er leiden geen rails meer naar toe. Na jaren van plannen maken en onderhandelen is de gemeente Amsterdam nu echt begonnen met de herinrichting van het Oostelijk Havengebied. Rails en bielsen worden gelicht, hijskranen en pakhuizen gesloopt. Er worden woonhuizen en kantoren gebouwd. Toch blijft er iets bewaard van de oude haven. Enkele dinosaurusvormige hijskranen zullen blijven staan, ter herinnering aan de zware arbeid die hier werd verricht.

Die arbeid is onderwerp van twee tentoonstellingen in het gebied. Het Open Haven Museum, vorig jaar geopend in de voormalige passagiersterminal van de Koninklijke Nederlandsche Stoomvaartmaatschappij (KNSM), maakte een expositie over de sociale geschiedenis van de haven tijdens het hoogtepunt van de economische bedrijvigheid tussen 1880 en 1920. In het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, aan de andere uiterste zijde van het havengebied, is een kleine expositie ingericht over de stakingen die begin 1903 in de haven uitbraken.

In het laatste kwart van de vorige eeuw kreeg de Amsterdamse haven een nieuwe impuls door de opening van het Noordzeekanaal in 1876, het Merwedekanaal in 1892 en de aanleg van een spoorlijn naar Duitsland. Er was veel werk in de haven, maar de werkgevers voelden geen enkele verantwoordelijkheid voor het welzijn van de arbeiders. Er werd geinvesteerd in hijskranen, transportbanden en andere machines; goede voorzieningen voor de arbeiders waren er niet.

De verdiensten waren steevast mager en de stuwadoors en de 'krassen', de onderbazen, wisten zelfs daar nog op te beknibbelen, door bij de afrekening uit te gaan van een kleinere lading dan de sjouwers nog in hun ruggen voelden. 'Gekrompen boten' noemde men dat. Hun schamel loon kregen de mannen uitbetaald in de cafes die vaak eigendom waren van dezelfde koppelbazen. Als er om acht uur was afgesproken, zo is in de enqueteverslagen te lezen, dan kwam de baas pas om tien uur binnen. Een deel van hun gage konden de mannen dan meteen weer inleveren. Maar algemeen was bekend: 'De beste zuipers hebben het eerste werk.' De zwaarte van het werk en de eentonigheid ervan, de ellende van de werkers en hun vrouwen is zichtbaar op de vele foto's in het Open Haven Museum, waar de inrichting en het uitzicht op het water de oude havensfeer ook al tastbaar maken. Alles krioelt, draait, stoomt en werkt op deze foto's. Er zijn enkele prachtige platen bij: drie mannen onder een last tabak in een hijskraan, van bovenaf gefotografeerd, of een stoet mannen met steekkarretjes die als mieren in een rij balen tabak een loods inrijden.

Nog levendiger wordt het beeld van het harde arbeidersbestaan voor wie kijkt naar het video-interview met de 96-jarige Riek Volkers. Deze dochter van een havenarbeider die in 1903 de stakers aanvoerde, vertelt met indrukwekkend scherpe herinneringen over de uitsluiting van ieder werk die de oproerkraaiers kregen opgelegd, over baaien kielen en over 'Peroe-zalf' om rauwe schouders mee in te smeren. De inzet van de stakingen in 1903 was de eis dat de werkgevers het lidmaatschap van een vakvereniging voor hun arbeiders verplicht zouden stellen en niet langer zogenaamde 'onderkruipers' in dienst zouden nemen. Met foto's, overdrukken en originelen van het weekblad De Propagandist, later De Havenarbeider, pamfletten en tekeningen van Albert Hahn vertelt de expositie in het IISG het verhaal van de aanvankelijke overwinning voor de arbeiders nadat de stakingen naar het spoorwegpersoneel waren overgeslagen, de 'worgwetten' van Kuyper en de nederlaag van de arbeiders die trachtten de wetten met een tweede stakingsgolf tegen te houden. Van de ene expositie naar de andere wandelt men, met de zwoegende arbeiders nog op het netvlies, langs de onttakelde weegbrug en de werkeloze kranen door de slordige resten van een industrieel monument.foto: Oostelijk Havengebied: 'Het verlaten strijdtoneel', t/m 1 augustus in het Open Haven Museum, Surinamekade 3, wo. t/m zo. 13-17 uur en in het IISG, Cruquiusweg 31, ma. t/m vr. 9.30-17 en za. 9.30-13 uur. Foto NRC Handelsblad/Maurice Boyer