Anti-semitisme van Raspoetin wekt verzet

MOSKOU, 2 juli In een ingezonden brief in het dagblad Izvestia is geprotesteerd tegen antisemitische uitlatingen van de schrijver Valentin Raspoetin in een interview met New York Times Magazine. Raspoetin verklaarde in het interview dat de joden zich verantwoordelijk moesten voelen voor 'de zonden van de revolutie en de gevolgen die zij heeft gehad'.

Hij doelde op de terreur tijdens en na de revolutie. 'Zij (de joden) speelden hierin een belangrijke rol, en hun schuld is groot. Zowel om de moord op God als hierom', aldus Raspoetin. Onder Russische nationalisten heerst de mening dat de Russische revolutie voornamelijk het werk van de joden is geweest en dat het tijd wordt dat zij daarvoor de schuld op zich nemen.

De beschuldiging dat het gehele joodse volk Christus zou hebben gekruisigd heeft in het verleden gediend als voorwendsel voor massamoord, aldus de zes Leningradse auteurs die in hun brief aan de Izvestija protesteren tegen Raspoetins uitlatingen, maar is door de orthodoxe en katholieke kerk al lang van de hand gewezen. Dat de joden als enigen van de vele volken die aan de revolutie hebben deelgenomen de schuld voor de excessen ervan zouden dragen is door de nazi's als aanleiding gebruikt om miljoenen van hen uit te roeien.

De briefschrijvers wijzen erop dat de beschuldigingen in dit geval niet afkomstig zijn van de antisemitische organisatie Pamjat, maar van een lid van het parlement en zelfs de Presidentiele Raad, het adviesorgaan van president Gorbatsjov. Zij eisen dat de zaak wordt onderzocht door de parlementscommissie voor ethiek en dat de Presidentiele Raad uitleg geeft.