Afrikanen willen profiteren van besparingen op defensie

MAASTRICHT, 2 juli Een flink deel van de opbrengst van besparingen op defensie in de rijke landen dient in Afrika terecht te komen. Investeringen in Oost-Europa, de Sovjet-Unie, China en het Zuid-Afrika na de apartheid mogen niet ten koste gaan van Afrika ten zuiden van de Sahara.

Dat zei de president van Botswana, dr. Q. Masire, vanochtend bij de opening van de Afrika Conferentie in Maastricht. Drie dagen lang zoeken politici en experts uit 50 Afrikaanse landen, 20 donorlanden en multinationale organisaties naar een nieuwe aanpak voor ontwikkelingshulp. Het lot van de 450 miljoen inwoners van Afrika ten zuiden van de Sahara is ondanks massale hulpverlening de laatste dertig jaar aanzienlijk verslechterd: levensverwachting, alfabetiseringsgraad, onderwijs en gezondheidszorg zijn de laatste tien jaar alleen maar achteruit gegaan. Het inkomen per hoofd van de bevolking is gedaald.

Masire viel de Westerse regeringen aan voor de zware subsidies die ze aan de landbouw geven. Dat ontneemt de stimulans aan Afrikaanse landen om hun landbouw te verbeteren. Hij vroeg de rijke landen hun grenzen verder te openen voor Afrikaanse produkten en mee te helpen om de prijs van belangrijke exportprodukten als koffie, thee, suiker, cacao, sisal, nikkel en koper te stabiliseren. Van Afrikaanse landen verlangt hij dat ook zij geld voor defensie zullen bestemmen voor ontwikkeling. Daarnaast zullen Afrikaanse regeringen meer aandacht moeten besteden aan de hoge geboortecijfers en aan de uitputting van het milieu. 'Wij kunnen buitenstaanders niet om een lange-termijnvisie vragen als we die zelf niet formuleren en ook uitvoeren', aldus Masire.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking), met de directie van de Wereldbank gastheer van de conferentie, stelde vanochtend vast dat Afrika te weinig betrokken is bij de aanpassingsprogramma's die het continent krijgt opgelegd. Dat wordt veroorzaakt of door effecten van ontwikkelingen elders, waarop het geen greep heeft, of door het dictaat van internationale organisaties die hun eigen ideeen over aanpassing nastreven. Pronk gaf twee oplossingen aan. Afrikaanse regeringsleiders zouden zelf meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor het lot van hun bevolking. Daarnaast zouden zij door een goed beleid een groter deel van hun landgenoten bij de ontwikkelingsplannen moeten betrekken. Door de burgers gelegenheid te geven zich te organiseren en zich te uiten, hun rechten te geven en zo democratie te bevorderen kan de ontwikkeling van Afrika verbeteren.

Pronk kondigde aan de vooravond van de conferentie aan dat de bijdragen van Nederland aan Afrika wil opvoeren. Hij wil anderhalf keer zoveel hulp aan Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara besteden.

Zaterdag bleek op een studiedag die vooraf ging aan de besloten conferentie, dat het Afrikaanse potentieel voor eigen ontwikkeling te weinig wordt gebruikt. Aanpassingsprogramma's moeten worden gevolgd door beleid, waarbij een groter gedeelte van de bevolking, met name vrouwen, zich betrokken voelt. Zowel de donorlanden als de politici in Afrika geven te weinig ruimte aan de eigen bevolking, meent drs. M. van den Berg, die zaterdag namens de vier Nederlandse particuliere ontwikkelingsorganisaties sprak. 'Het openbare leven wordt gedomineerd door de eenpartijstaat en het militaire regime. Er wordt gezegd dat dergelijke bestuursvormen nodig zijn om etnische diversiteit op te heffen. Maar het werkt niet.'

Terwijl de staatsbureaucratie overontwikkeld en ontoegankelijk is, wordt het maatschappelijk initiatief van basisorganisaties als vakbonden, beroepsgroepen en welzijninstellingen stelselmatig genegeerd. Her antwoord daarop is volgens Van den Berg glasnost, participatie van de mensen om wie het uiteindelijk allemaal begonnen is.