'Voetbalfans richten zich op die paar mooie momenten'

ROTTERDAM, 30 juni Gerard Slager, directeur van de FBO, de federatie van betalende voetbalclubs, zegt dat hij niet als Maartje van Weegen, presentatrice van het tv-programma Mondiale, is. 'Die vindt het voetbal allemaal maar niets. Die doet net of het wereldkampioenschap een kinderspelletje is', aldus Slager. 'Ik vind het helemaal niet zo slecht. Ik zie in elke wedstrijd wat aardigs.'

Hij beseft echter ook wel dat het WK door de snelle uitschakeling van Oranje en het meestal oninteressante spel in Italie voor 'het grote publiek' teleurstellend verloopt. Slager verwacht toch niet dat dat een negatief effect op de interesse voor het voetbal in Nederland zal hebben. 'Maar we zullen er wel meer aan moeten doen, dat is duidelijk.' Slager is van mening dat de toename in de afgelopen twee seizoenen van de toeschouwersaantallen in het Nederlandse betaalde voetbal niet is voortgekomen uit het succes van Oranje bij het Europees kampioenschap in Duitsland. 'Ik geloof niet in het effect van een incident, positief of negatief.'

Hans Schraders, marketingspecialist en auteur van vele rapporten over de toekomst van het voetbal, beaamt dat. 'De hogere toeschouwersaantallen zijn volgens mij het gevolg van incidentele gevallen, afgelopen seizoen bijvoorbeeld de wederopstanding van Ajax, het succes van Vitesse, de spanning in de eerste divisie.' Schraders verwacht niet dat het vaak saaie spel bij de WK nare gevolgen voor het voetbal als kijksport zal hebben. Daarvoor heeft deze tak van sport een te grote traditie. 'De mensen gaan gewoon anders naar het voetbal kijken. Als een wedstrijd in zijn totaliteit niet boeit richt men zich op die paar mooie momenten, die van meneer Platt, van Milla, dat fenomeen uit Kameroen en die actie van Maradona.'

Zelfs nu Nederland is uitgeschakeld constateert Schraders enigszins verbaasd dat er bij de WK-wedstrijden op tv toch nog een kijkdichtheid van rondom de twintig procent is. 'Normaal heeft de gemiddelde interland van Oranje er moeite mee om dat cijfer te halen.' Voor Schraders en Slager zijn de hoge kijkcijfers van het WK alleen nog eens een bevestiging van het feit dat er in Nederland 'een enorm grote markt' voor het voetbal is. De FBO-directeur constateert dat er maar betrekkelijk weinig heavy users zijn; mensen die wekelijks of tweewekelijks een wedstrijd bezoeken. 'We moeten dus de slapende markt wakker maken.' Slager zal de profclubs adviseren in hun omgeving een publiciteitscampagne te voeren en daarbij het accent te leggen op de eigen sterke punten. 'Die kunnen varieren van het te bieden comfort in het stadion, de nieuwe aankopen of het aanvallend voetbal dat de betreffende ploeg gaat spelen.'

Hij vindt dat de verenigingen niet moeten wachten op de publiciteit die de pers hen verschaft, maar daar zelf voor moeten zorgen doormiddel van advertenties, folders en promotionele activiteiten in de eigen gemeente. Slager zegt dat alleen Ajax in de afgelopen tijd structureel actief is geweest op dit gebied. De landskampioen uit Amsterdam liet de dag voor elke thuiswedstrijd een advertentie in een paar dagbladen plaatsen.

Karel Jansen, oprichter en bestuurder van de spelersvakbond VVCS, deelt de opvatting van Slager. Hij verwacht niet dat het teleurstellende optreden van Nederland straks toeschouwers zal gaan kosten. 'We hebben toch ons visitekaartje afgegeven', is Jansen van mening. 'Nederland is het enige land in Italie geweest dat in ieder geval echt aanvallend heeft proberen te voetballen. Dat een aantal spelers niet in vorm was is een ander verhaal. Wij hadden gelukkig in tegenstelling tot de andere ploegen nog een echte vleugelspeler, John van 't Schip. En Nederland-Duitsland was ook met afstand de beste WK-wedstrijd tot nu toe.'

Volgens Jansen is het belangrijk dat de clubs straks in de competitie de aanval zullen kiezen. Hij wijst daarbij op trainer Ko Adriaanse, die afgelopen seizoen veel lof oogste door met FC Den Haag zeer offensief te spelen.

De geprezen Adriaanse is niet bang dat collega's de defensieve spelstijl van het WK zullen overnemen. 'De Nederlandse trainer blijft meestal onze eigen typische weg volgen', zegt hij. 'Het zou ook onzin zijn om je als modale trainer te spiegelen aan de topcoaches van het WK. FC Den Haag is geen Brazilie of Italie. Trainers maken een kardinale fout als ze hun ploeg op dezelfde manier willen laten spelen als zo'n topland. Je moet altijd van de mogelijkheden binnen je eigen ploeg uitgaan.'

Adriaanse hoopt dan ook dat de voetballiefhebbers begrijpen dat de ontwikkeling bij het WK niets te maken heeft met de competitie die in augustus weer van start gaat.

Buitenlandse markt

Volgens Karel Jansen van de VVCS is het wel te verwachten dat er in de weken na het WK minder belangstelling voor de Nederlandse spelers uit het buitenland zal zijn dan na het succesvolle EK. Met name vele voetballers uit de brede subtop kregen toen lucratieve aanbiedingen. Jansen denkt dat de interesse zich naar andere landen zal verschuiven. Hij zegt daar niet rouwig om te zijn. 'We kunnen in Nederland wel wat rust gebruiken op de transfermarkt.' Jansen verwacht dat er uit een 'traditioneel' land als Belgie interesse zal blijven bestaan voor de Nederlandse voetballer. Frankrijk staat daarentegen bekend als 'modegevoelig'. Na het EK was de vraag vanuit dat land naar Nederlanders groot. Nu al heeft men de aandacht naar onder anderen Roemenie, Joegoslavie en Tsjechoslowakije verlegd. 'Iedereen loopt met Roemenen te leuren; je wordt er gek van', zegt voetbalmakelaar Bob Maaskant. Hij heeft twee jaar geleden het EK-effect wat betreft de Nederlandse markt heel duidelijk gevoeld. Hij had er zijn handen vol aan. Op dit moment is er volgens hem uit het buitenland 'geen enkele vraag' naar Nederlandse spelers. Dat zou mogelijk een gevolg kunnen zijn van het feit dat het WK nog steeds loopt, maar Maaskant houdt er door de teleurstellende prestatie van Oranje rekening mee dat na 8 juli, de dag van de finale, de belangstelling nauwelijks zal toenemen.