Schaken

Drie ronden voor het einde van het kampioenschap van Nederland stonden Van der Wiel en Piket samen bovenaan. Wie had de beste kans om kampioen te worden? Van der Wiel, dacht ik. Hij had een inhaalactie met succes voltooid. Hij leek steeds beter op dreef te komen. Het belangrijkste was dat je er van op aan kon dat hij geen partij zou verliezen. Prompt verloor Van der Wiel. Twee ronden later nog een keer. Het was Piket die als enige ongeslagen bleef. 21 Jaar oud, de jongste kampioen sinds Euwe, en de score van een bedachtzame routinier: vier gewonnen, zeven remises. Zijn puntentotaal is niet verrassend. Wel de rustige manier waarop het bijeengespeeld werd, want de laatste jaren had Piket zich doen kennen als iemand die heel mooi kon spelen, maar ook zeer kwetsbaar kon zijn. Nu was het alsof hij niets bijzonders hoefde te doen om kampioen te worden. Het laat zien dat hij de afgelopen jaren toch sterker en vaster is geworden, al leek het soms anders te zijn. Soms wordt iemand kampioen door boven zichzelf uit te stijgen. Door een wonder blijft hij ongedeerd in gevaren waar hij geen weet van heeft. Bij Piket had je de indruk dat hij het een week later weer op dezelfde manier zou kunnen doen.

Aan diagram 1 kan de kenner al zien dat Piket deze keer met kleine middelen werkte. Wit Piket-zwart Nijboer.

Een stand voortgekomen uit het Koningsindisch. Vroeger pakte Piket dit heel ambitieus aan. Ineengeschoven pionnenketens, strijd op beide vleugels, iedere uitslag was mogelijk. Nu ruilde hij snel de pionnen in het centrum, vervolgens de dames en daarmee was al na acht zetten een eindspel bereikt dat misschien een beetje saai was, maar het voordeel had dat er slechts twee uitslagen mogelijk waren: winst voor wit of remise. Na 27. a4-a5 had zwart die remise kunnen bereiken met 27... bxa5 of 27... Lxa5. Op het eerste gezicht ziet het er nog een beetje gevaarlijk voor zwart uit, maar in de analyse bleek het erg mee te vallen. Hij speelde 27... b6-b5 Als het paard wijkt vervolgt zwart met a6, waarna hij de remise met de ogen dicht zou kunnen bereiken. Dat het zo gemakkelijk lijkt te zijn had hem tot argwaan moeten manen. 28. Kc2-b3 Lb4-f8 29. a5-a6! Dit stukoffer had zwart niet gezien. 29... Kf7-e6 30. Le3xa7 b5xc4+ 31. Kb3xc4 Ke6-d6. Wat is de grootste vijand van het paard? De randpion. Aldus de schaakcathechismus. Hier kan ook de loper de pion niet tegenhouden. Zwart moet er met zijn koning naar toe, waardoor wit aan de andere kant kan toeslaan. 32. La7-c5+ Kd6-c6 33. Lc5xf8 Pd7xf8 34. a6-a7 Kc6-b7 35. Kc4-d5 f5xe4 36. f3xe4 Pf8-d7 37. Kd5-d6 Pd7-b6 38. Kd6xe5 Kb7xa7. De zwarte strijdkrachten staan zo hulpeloos opgesteld dat wit makkelijk won. Er volgde 39. Kf6 Kb7 40. Kg7 Pc4 41. Kxh7 Pe5 42. Kg7 Kc6 43. Kf6 Pd3 44. Kxg6 Pf4+ 45. Kf7 Kc5 46. h4 Kd4 47. g4 Kxe4 48. h5 Ph3 49. h6 Kf4 50. Kg6 Pg5 51. b4 en zwart gaf op.

Joris Brenninkmeijer kon tevreden zijn met zijn ongedeelde tweede plaats, maar hij was het niet. Het kenmerk van het jonge talent. Aan het einde van het toernooi bedacht hij spijtig dat het maar een halfje scheelde of hij was kampioen geworden, en dat extra halfje had hij onderweg wel ergens op kunnen rapen. Hij wordt steeds sterker. Na ieder toernooi wordt opgemerkt dat hij verrassend goed gespeeld heeft, maar nu hoeft het geen verrassing meer te zijn. Hier de partij uit de tiende ronde, waarin Van der Sterren definitief werd uitgeschakeld in het gevecht om de eerste plaats.

Wit Brenninkmeijer-zwart Van der Sterren1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 c7-c5 3. d4-d5 b7-b5. Opmerkelijk. Van der Sterren is een meester in de behandeling van het solide damegambiet en nu speelt hij opeens het riskante Benko-gambiet, waarmee de resultaten de laatste tijd erg slecht voor zwart zijn. Zelf schreef hij kort geleden een artikel onder het motto: het Benko-gambiet bevindt zich in een crisis. In deze partij bevestigt hij tegen wil en dank zijn eigen opvatting. 'Ik heb gegokt en ik heb verloren', werd na afloop van de partij van hem vernomen. 4. c4xb5 a7-a6 5. e2-e3 a6xb5 6. Lf1xb5 Dd8-a5+ 7. Pb1-c3 Lc8-b7 8. Pg1-e2 Lb7xd5 9. 0-0 Ld5-c6. Dit is bedoeld als verbetering ten opzichte van het bekende 9... Lb7, maar het blijkt tegen de energieke aanpak van Brenninkmeijer toch niet voldoende. 10. a2-a4 g7-g6 11. e3-e4 d7-d6 12. f2-f4 Lc6xb5 13. Pc3xb5 Lf8-g7 14. e4-e5 d6xe5 15. f4xe5 Pf6-g4 16. Lc1-g5 Ta8-a6. Na 16... Pxe5 volgt 17. Lxe7 en de zwarte koning blijft in het midden staan. 17. Pe2-c3 Pg4xe5 18. Pc3-d5 0-0 19. Lg5xe7 Pb8-d7 20. Le7xf8 Lg7xf8 21. Dd1-e2 c5-c4 22. Kg1-h1 Da5-d8 23. Ta1-d1 Lf8-g7 24. Pd5-c3 Dd8-b8 25. Td1-d5 h7-h5 26. h2-h3 Pd7-f8 27. De2-e3 Pf8-e6 28. De3-g3 f7-f5. Diagram 2Wit dreigde met 29. Te1 snel te winnen. Nu zou zwart daarop nog 29... f4 hebben. 29. Td5xe5 Ruilt zijn kwaliteit in voor een pion en een beslissende aanval. 29... Db8xe5 30. Dg3xg6 f5-f4 31. Tf1-d1 De5-g5 32. Dg6-e4 Dg5-c5 33. Pc3-d5 Lg7xb2 34. De4-g6+ Kg8-f8 35. Pd5xf4 Pe6xf4 36. Td1-d8+ Kf8-e7 37. Td8-e8+ Ke7-d7 38. Dg6-f7+ Kd7-c6 39. Te8-c8+ Kc6-b6 40. Tc8xc5 Kb6xc5 41. Df7xf4 Ta6xa4 42. Df4-f5+ Kc5-b4 43. Pb5-d6 Ta4-a1+ 44. Kh1-h2. Zwart gaf op.