GEVANGENIS

In Inside Out geeft een Engelse studente op overtuigende wijze haar gevangeniservaringen weer. Rosie Johnston werd in 1986 aan de Oxford-universiteit samen met andere studenten betrapt op het bezit van heroine, cocaine, amfetaminen en cannabis. Ze kreeg er negen maanden celstraf voor, waarvan ze er zes moest uitzitten. Haar rechtszaak en de tenuitvoerlegging van haar straf werden op de voet gevolgd door de populaire bladen. Rosie Johnston komt namelijk uit de bovenlaag van de Britse samenleving, hetgeen voor de yellow press een onweerstaanbare invalshoek vormt. Haar boek doet nauwkeurig verslag van de benauwend slechte omstandigheden in de drie vrouwengevangenissen waarin ze verbleef. Zonder al te veel zelfmedelijden noteert ze wat het effect is op een gedetineerde van de absurde hygienische omstandigheden, het gedwongen samenleven in cellen of slaapzalen en de beperkte bezoekmogelijkheden. Ze maakt duidelijk waarom sommige gedetineerden er niet meer uit durven, waarom bezoek soms beter uit vreemden kan bestaan dan uit familie of vrienden, waarom een regelmatige dagindeling essentieel is, waarom homoseksuele verhoudingen ontstaan, hoe spanningen oplopen en grote ruzies over niks kunnen gaan. Hoe belangrijk de bejegening door de bewaking is. Over Rosie Johnston zelf komt de lezer niet veel te weten. Goed, ze raakt soms gedeprimeerd en kan zich dan - tussen het po's legen en stiekem sigaretten roken door - moeilijk concentreren op de boeken die ze van thuis heeft laten opsturen: Homerus, Flaubert, Balzac, Van der Post en Jung. Maar hoe ze terugkijkt op haar eigen misdrijf en waar het nu precies om ging blijft onduidelijk. Gelukkig kijkt ze ook van buiten naar binnen. De scene waarin haar ouders, te vroeg voor het bezoekuur, op het gras voor de gevangenis a la Henley met een picknick van koude kip en witte wijn de tijd doden, illustreert hoe ze van het ene wereldvreemde milieu in het andere is terechtgekomen.

In Inside Out passeert een deerniswekkende stoet mede-gedetineerden. Niet alleen de beroepswinkeldieven en prostituees waar de lezer op rekent, maar ook de onnozelen, de junks en de impulsdaders die zich een keer niet konden beheersen. Het is zo'n rijke varieteit aan meer en minder schuldigen dat zij niet zonder reden concludeert dat het overbevolkte Britse gevangenissysteem een sociale vuilnisbelt is. Het argument dat de celstraf de samenleving soms meer schade berokkent dan de daad, wint door dit boek aan kracht.