Eerste fase EMU begint morgen

BRUSSEL, 30 juni Zonder dat er uiterlijk iets van zal zijn te merken onder de 320 miljoen inwoners van de twaalf lidstaten begint de Europese Gemeenschap morgen aan een nieuw, spannend en verstrekkend hoofdstuk in haar geschiedenis. Dan begint namelijk de eerste fase van de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarvoor Commissievoorzitter Jacques Delors het concept ontwierp. Delors' plan vormt de noodzakelijke begeleiding van de steeds nauwere integratie van de Europese Gemeenschap, die wordt nagestreefd met het programma voor de interne markt dat eind 1992 moet zijn voltooid.

Vorig jaar spraken de regeringsleiders van de EG op hun topconferentie in Madrid af dat die eerste fase op 1 juli 1990 zou beginnen en voortduren totdat de benodigde verdragswijzigingen zijn uitgewerkt. Die wijzigingen moeten het de lidstaten mogelijk maken nationale bevoegdheden op het gebied van de economische en monetaire politiek aan 'Brussel' over te dragen. Over die verdragswijzigingen zal worden onderhandeld op de Intergouvernementele Conferentie (IGC) die in december in Rome wordt gehouden.

De eerste fase zal van groot belang zijn voor het succes van het hele proces dat tot de EMU moet leiden. Doel van de eerste fase is om het economische optreden van de lidstaten binnen het bestaande institutionele kader van de Gemeenschap (dus zolang er nog geen centrale bank is) dichter bij elkaar te brengen door versterking van de coordinatie van de economische en monetaire politiek.

Tegelijkertijd moet de samenhang van die politiek worden gegarandeerd en het gebruik van de Europese rekeneenheid (ECU) worden bevorderd. Volgens Henning Christophersen, de Europese Commissaris voor economie en financien, zijn de voorbereidingen al flink gevorderd en zijn veel van de voorwaarden voor het functioneren ervan al gerealiseerd.

Zo hebben Frankrijk en Italie al eerder dan strikt noodzakelijk was hun kapitaalverkeer geliberaliseerd, waardoor er geen controle meer is op kapitaalbewegingen. Alleen in Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland bestaan nog beperkingen, maar dat is in verband met de zwakte van hun economie. Uit die landen mogen dus nog niet ongelimiteerd peseta's, escudo's, drachmes en ponden worden uitgevoerd.

Verder is een systeem van 'multilaterale surveillance' opgezet om de economische politiek van de lidstaten efficienter te coordineren. Tijdens de recente raad van ministers van financien in Luxemburg is die surveillance voor het eerst in praktijk gebracht: daar werd geconstateerd dat de eerste fase van de EMU ingaat in een periode van gunstige economische omstandigheden, ook al is de convergentie op het gebied van inflatie en begrotingstekorten nog lang niet optimaal.

Pas als dat het geval is kan immers gesproken worden van een interne markt waar vergelijkbare economische omstandigheden heersen. Een voorbeeld van de manier waarop het multilaterale toezicht werkt is de passage over Griekenland in de conclusies van de Europese top van begin deze week in Dublin. Daarin spreken de regeringsleiders hun voldoening uit over de maatregelen die de (nieuwe) Griekse regering heeft genomen voor de verbetering van de Griekse economie. Die uitspraak volgt op een waarschuwing, begin dit jaar, van Delors, dat het met de economie in dat land volkomen verkeerd liep.

Ook het comite van bankpresidenten is versterkt, waardoor de coordinatie van de monetaire politiek is verbeterd. De presidenten van de centrale banken in Bazel besloten onlangs dat hun comite voortaan zal worden bijgestaan door een aantal vervangers die zich zullen bezighouden met wisselkoerspolitiek, monetaire politiek en banktoezicht. Het secretariaat van het comite wordt uitgebreid met een 'economische eenheid' van vijf experts uit verschillende lidstaten. Zij moeten het comite 'analytische hulp' bieden, overigens in volledige onafhankelijkheid van de banken waartoe ze behoren.

Het Europese Monetaire systeem (EMS) is volgens Christophersen geconsolideerd doordat de gemeenschappelijke regels ervan zijn uitgebreid tot de Italiaanse lire en de Belgische frank. Het succes van het EMS blijkt uit het feit dat de wisselkoersen al drieeneenhalf jaar stabiel zijn gebleven. Christopherson is overigens optimistisch gestemd over spoedige volledige deelneming van de Britten aan het EMS. De eerste fase moet volgens de Commissaris niet te lang duren: de tweede helft van 1991 lijkt een uiterste termijn, omdat voor eind 1992 de ratificatieprocedure van de nieuwe verdragsbepalingen moet zijn afgerond. Christophersen: 'Er is een horizon vastgelegd in de tijd. We beginnen nu met een proces dat leidt tot een enkele munteenheid voor de Gemeenschap en tot nauwe coordinatie van monetaire en economische politiek.' Alle lidstaten op een na zijn het daarover eens. Alleen de Britten lijken in de EMU tot dusver nog steeds niets anders te willen zien dan die wat zielige Australische struisvogel emu, die nooit zal kunnen vliegen... Rennen kan hij daarentegen als de beste.