Nederlandse bedrijfsleven ingehouden optimistisch over kansen Duitse eenheid; Nederland kijkt kat uit de boom

ROTTERDAM, 29 juni Het Nederlandse bedrijfsleven is ingehouden optimistisch over de kansen die de Oostduitse economie na de 'Wende' van maandag zal bieden. Op de lange termijn zal de transformatie van de gesloten planeconomie in de DDR naar een stelsel van vrije, ondernemingsgewijze produktie de economische dynamiek vergroten.

Het door grote geldzorgen getroffen land zal een gigantische inhaalmanoeuvre moeten uitvoeren om een volwaardig deel van Duitsland te worden: infrastructureel is het land aftands, de 16 miljoen consumenten van het relatief rijke 'Oostblokland' willen welvaart naar Westerse maatstaven en de ecologische ruine die het communisme heeft achtergelaten noopt tot een Marshall-achtige hersteloperatie. De potenties van de markt zijn groot, de geldmiddelen zeer beperkt. De Nederlandse bedrijven volgen de ontwikkelingen in het Oostblok en vooral in de DDR als meest kansrijke markt met grote belangstelling, maar hoeden zich voor opzichtige transacties. Handelsnatie Nederland kiest vooral voor berekende distantie.

Volgens kenners van de markt is het onverstandig om overhaast te werk te gaan. De pelgrimage van het internationale bedrijfsleven vooral de Westduitsers en de Fransen zijn actief hebben de Nederlandse bedrijven aan zich voorbij laten gaan. Het handelshuis Peja Holding in Arnhem, dat al jaren nauwe zakenrelaties met het Oostblok onderhoudt, probeerde begin van dit jaar tevergeefs een zware ondernemersmissie naar de DDR op poten te zetten. 'De grote bedrijven voelden er niets voor om op het niveau van de raad van bestuur naar de DDR te gaan', aldus mr. G. van der Weert, algemeen directeur van Peja Holding. 'Het argument was dat het geen zin had om met mensen te praten die na de verkiezingen waarschijnlijk verdwenen zouden zijn. Men heeft de symbolische waarde van zo'n bezoek toen te laag geschat.' Volgens Van der Weert is het onzin om te veronderstellen dat Nederland de slag om de DDR aan het verliezen is. 'De DDR biedt ons goede mogelijkheden voor machinebouw, agrarische produkten en consumentenprodukten.'

Enige terughoudendheid is volgens de Peja-directeur niet onverstandig, zeker wanneer het gaat om samenwerkingsverbanden met Oostduitse bedrijven. 'Men verwijt ons in de DDR dat we achterlopen met joint ventures. Maar het is terecht dat we de kat uit de boom kijken.'

Een groot probleem is de taxatie van eventuele partners. Wat is de waarde van grond, gebouwen en activa? Stoffelijke overblijfselen van een stelsel dat geen kostprijsberekening of afschrijvingen kende.

Het arbeidsmoreel van werknemers zal na de introductie van de vrije-markteconomie wel groter worden, profeteren de kenners. 'Maar hoe schop je het overtollig personeel van een overgenomen bedrijf op straat', vroeg een managing-director van de Nederlandse vestiging van een Amerikaans concern zich onlangs af op een DDR-seminar. En sociaal beleid is voor Nederland juist een exportartikel voor het vroegere Oostblok: werkgevers, vakbeweging en universiteiten hebben deze week een stichting opgericht, onder voorzitterschap van de arbeidssocioloog en oud-minister van sociale zaken dr. W. Albeda, die de Nederlandse kennis van arbeidsverhoudingen wil overdragen aan de Oosteuropeanen.

Een van de bedrijven die perspectieven zien in de DDR-markt ('Het wordt gewoon oostelijk Duitsland') is Verenigde Machinefabrieken Stork. De onderneming heeft al jaren als leverancier van kapitaalgoederen slachthuizen, voedselprocessing, elektrotechnische installaties en produktiesystemen voor de textielindustrie een nauwe zakenrelatie met de DDR. Van de totale omzet van 195 miljoen gulden die VMF Stork vorig jaar in Oost-Europa behaalde kwam 40 miljoen gulden uit de DDR. 'Structureel zal de behoefte aan onze produkten toenemen', zegt dr. J. C. M. Hovers, voorzitter van de raad van bestuur van VMF Stork. 'In potentie is de DDR een groei-economie. Het land heeft natuurlijk de krachtigste sponsor van heel Oost-Europa. De hele infrastructuur moet worden opgeknapt. Er is geen leiding die niet vernieuwd moet worden.' Stork orienteert zich op mogelijkheden om de DDR-markt te exploreren. Eventuele allianties met Oostduitse bedrijven zullen vanuit Stork-bedrijven in West-Duitsland worden opgezet, zoals Hirsch (industriele dienstverlening). Hovers voorziet op de korte termijn geen geleidelijke groei van de handel met Oost-Duitsland. 'We rekenen op veel 'hectiek', met pieken en dalen in de omzet.' In kringen van bankanalisten heerst terughoudendheid. 'De voor Nederland relevante wereldhandel zal door de Duitse eenwording toenemen', luidt de analyse van drs. P. M. Feenstra, hoofd van het economisch bureau binnenland van de Amro Bank. 'Het psychologische effect is vooral van belang: nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden.'

Volgens Feenstra zit er voor Nederland een jaarlijkse groei van 'een half procentje' van het bruto nationaal produkt (in 1989: 475 miljard gulden) wel in.

Daar staan weer ongunstige effecten van de eenwording tegenover. De Westduitse economie, die nu al op volle toeren draait de produktiecapaciteit van de Westduitse industrie is nagenoeg volledig bezet dreigt door de additionele vraag uit de DDR oververhit te raken. Daardoor kan de inflatie worden aangewakkerd; in de Westduitse industrie zijn de loonsverhogingen toch al relatief hoog. De Bundesbank zou kunnen besluiten om monetair aan de rem te trekken, met een hogere rente als onvermijdelijk gevolg.

Ook het Nederlandse bedrijfsleven, dat toch al de nadelige gevolgen ondervindt van de relatief zwakkere dollar, zal daarvan de gevolgen merken. 'Per saldo een beperkte vooruitgang. We zijn voorlopig niet overdreven enthousiast', aldus Feenstra. Kansen liggen er in ieder geval voor investeringsgoederen, het transport en ook de zakelijke dienstverlening (banken en verzekeringen). 'Die additionele vraag uit de DDR moet natuurlijk deels worden opgevangen door aanvullende import, onder andere uit Nederland. Ons bedrijfsleven heeft kansen als toeleverancier voor Westduitse producenten.'

De Nederlandse export naar de DDR bedraagt nu ongeveer een half miljard gulden.

Het transportconcern Nedlloyd heeft met het oog op de ontwikkelingen in Midden- en Oost-Europa het Nedlloyd Oostblok Comite opgericht. Het comite fungeert als denktank voor de uit te stippelen strategie. Nedlloyd heeft nog geen specifiek beleid voor de DDR. De dochterondernemingen Gerlach en Nedlloyd Road Cargo zullen binnenkort een vestiging in Sofia (Bulgarije) openen. Nedlloyd Districenters is bezig met de ontwikkeling van een 'gateway'-model: de kern daarvan is landen in Midden- en Oost-Europa te bedienen vanuit distributiecentra aan de rand van het gebied, bijvoorbeeld vanuit Wenen, Helsinki, Berlijn.

De multinationals zullen de Oostduitse markt zoveel mogelijk vanuit hun vestigingen in West-Duitsland proberen te bewerken. Philips heeft inmiddels een verkooppunt voor consumentenelektronica in Dresden gevestigd en heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Oostduitse computerfirma Robotron. Akzo verwacht op korte termijn een terugval van de omzet door de onvermijdelijke aanpassingsproblemen van de Oostduitse economie. Het chemie- en farmacieconcern heeft al een sterke positie in West-Duitsland, waar 22 procent van het geinvesteerde vermogen is geconcentreerd. Akzo heeft belangstelling voor samenwerking en joint ventures met DDR-partners. Een zegsman: 'We kunnen nog niet zoveel doen. De wetgeving is nog onvoldoende aangepast. Je mag nog geen meerderheidsbelang in een Oostduits bedrijf opbouwen. De DDR loopt wat dat betreft achter bij een land als Hongarije.'