Competitie tussen festivals leidt tot invasie jazzmusici

DEN HAAG, 29 juni Het North Sea Jazz Festival dat de familie Acket dit jaar voor de vijftiende keer in Den Haag organiseert, is al jaren de toonaangevende jazzgebeurtenis van de maand juli, maar als het aan de voormalige handelaar in textiel Hans Loonstijn ligt komt daarin snel verandering. Hij organiseert samen met zijn vrouw een week voor het festijn in Den Haag het eerste Drum International Jazz Festival Amsterdam. De relatie tussen beide organiserende families is inmiddels ernstig verstoord.

Het aantal bekende en minder bekende jazzmusici dat de komende maand Nederland bezoekt is nu indrukwekkender dan ooit. Van donderdag 5 juli tot en met dinsdag 10 juli staan verspreid over acht podia in Amsterdam naar verwachting 90 groepen, waaronder die van Mel Torme, Astor Piazolla en Nina Simone. Van donderdag 12 juli tot en met zondag 15 juli spelen er op veertien podia in het Congresgebouw in Den Haag meer dan 150 groepen, waaronder die van Dizzy Gillespie, Stan Getz en Al Jarreau.

Loonstijn (43) gaf een twintigjarige carriere in de verkoop van t-shirts en truien op toen hij in mei 1985 trouwde met de eigenaresse van de twee Jazz Inn-platenwinkels. Hij deelt met haar een voorliefde voor jazzmuziek en winstgevende transacties. Samen hebben zij zich op het organiseren van concerten gestort. Dat begon al op hun bruiloft, waar het jonge paar Johnny Griffin, Slide Hampton en Monty Alexander liet optreden. 'Monty en Slide hebben toen een week bij ons gelogeerd en zeiden: als je dit al van je eigen feest kunt maken, waarom organiseer je dan niet eens een jazz-party?'

Loonstijn reisde naar Denver om daar de kunst af te kijken en Hemelvaartsdag 1986 was het zover. Het echtpaar verzamelde ruim dertig Amerikaanse muzikanten in hotel Huis ter Duin in Noordwijk en vierhonderd gasten betaalden 400 gulden per persoon voor een weekeinde onderdak, muziek en muzikanten. 'Milt Jackson was dat eerste jaar onze mystery guest', herinnert Loonstijn zich. 'Zijn komst was geheim. Tegen middernacht staken we een groot vuurwerk boven zee af en om precies twaalf uur verscheen daar in vuurpijlen de naam van Milt. Toen kwam hij op, het was fantastisch!' Op 29 oktober 1988 organiseerde Loonstijn voor het eerst een nachtconcert in Amsterdams bekendste bioscoop, het Tuschinski-theater. Er zijn er inmiddels tien geweest, met jazz-artiesten van naam als Tania Maria en Wynton Marsalis, en elke keer was de art deco-zaal met 1200 bezoekers uitverkocht. Nu vinden de Loonstijns het tijd voor een festival. 'Ik kom uit de zakenbranche en vind die jazz-wereld van een ongelooflijke knulligheid getuigen. Grote artiesten reizen altijd om Nederland heen en dat is geen wonder, want je kunt Oscar Peterson nu eenmaal niet in het Bimhuis neerzetten. Je moet een gat in de markt vinden, iets nieuws verzinnen, en dan blijkt er genoeg publiek voor jazz te zijn.' Dit laatste bedacht de Hagenaar Paul Acket, toen onbetwist de belangrijkste concert-organisator van Nederland, al halverwege de jaren zeventig.

Toen leek de popmuziek de jazz voorgoed van het podium te verdringen. Acket bezocht jazz-festivals in het buitenland, bekeek het Congresgebouw en bedacht dat alleen concerten van veel artiesten tegelijk gedurende enkele dagen in verschillende zalen van een gebouw, het publiek voor jazz kon terug winnen. Het eerste festival in 1976 werd door 9.000 mensen bezocht en bejubeld in de pers, al was het financieel een fiasco. Het jaar daarop was het bezoekersaantal verdrievoudigd. Vorig jaar kwamen 55.000 mensen naar 'North Sea', dat zich nu het grootste overdekte jazz-festival ter wereld kan noemen. Behalve Acket zelf verdienen inmiddels ook zijn vrouw en zijn twee dochters hun inkomen bij de organisatie. Zijn schoonzoon is betrokken bij het ontwerpen van de festivalposter.

Madelon Acket, sinds kort festival-directeur, stelt dat het succes onder meer is te danken aan de mogelijkheid om tijdens North Sea niet alleen bekende artiesten te zien maar ook onbekende interessante groepen te ontdekken. De bezoeker kan bijna elke zaal vrij in en uit lopen. Als die zalen ten minste niet overvol zijn. In 1988 waren er veel problemen omdat toen de grote nieuwe Statenzaal voor het eerst in gebruik werd genomen, erkent Acket. Toen concerten daar te laat begonnen, stroomden er ineens 10.000 mensen naar de rest van het gebouw. Maar vorig jaar, toen er al weer meer bezoekers kwamen dan het jaar daarvoor en de kaartverkoop zelfs moest worden stopgezet, zijn de pauzes tussen de verschillende concerten in deze grootste zaal kort gehouden. En dit jaar is besloten het festival niet drie maar vier dagen te laten duren. Het publiek blijft komen: de zaterdag is al bijna uitverkocht.

Mensenmassa

Het North Sea is te hectisch geworden om nog echt naar de muziek te kunnen luisteren, vindt Hans Loonstijn. Zijn Amsterdamse festival bestaat dan ook uit afzonderlijke serietjes concerten in aparte zalen, waaronder het Concertgebouw en theater Carre. De bezoeker koopt per avond per zaal een kaartje. 'Een fan van toetsenspeler Joe Zawinul wil voor of na het optreden van zijn held nog wel andere fusion groepen zien, maar niet de violist Stephane Grappelli. Dat is ook een heel ander publiek, en dat moet je dus niet mengen.' Ook de muzikanten op North Sea zouden volgens hem een hekel hebben aan de heen en weer dringende mensenmassa. Loonstijn zelf zegt zijn muzikanten als gasten te behandelen: 'Dan werken ze niet, dan spelen ze.' Van het slagen van zijn rol als gastheer moeten de foto's-met-opdracht aan zijn muur getuigen: 'Hans and Annette, all the best' (Benny Carter), 'two very dear people' (Mel Torme), en zelfs 'the finest people on the planet' (Jimmy Heath). In 1986 was Paul Acket nog eregast bij Loonstijns jazz-party in Noordwijk, maar daarna is hun relatie snel slechter geworden. Het kraampje van de Jazz Inn-platenwinkels, dat altijd op North Sea had gestaan, mocht in 1988 niet meer terugkomen omdat de winkel zich niet aan de regels zou houden. Loonstijn spande een kort geding aan, verloor en deelde voor de ingang van het Congresgebouw pamfletten uit.

Over zijn relatie met Acket wil Loonstijn niets zeggen behalve dat de Haagse organisator 'een dictator' is die niet tegen concurrentie kan. De datum van Loonstijns nieuwe Amsterdamse festival, zo pal voor North Sea, is niet gekozen om daar publiek weg te trekken maar is gewoon commercieel verstandig gezien de aanwezigheid van toeristen en muzikanten in Europa, betoogt hij. Loonstijn zegt dat Acket artiesten bij hem heeft weggekocht.

Madelon Acket ontkent dit laatste met klem. Wel heeft zij bedongen dat haar artiesten niet elders in de Benelux optreden, maar dat is niet abnormaal. Zij wil liever helemaal niet op de zaak ingaan, maar vindt wel dat het tijdstip van het festival in Amsterdam verwarring zaait en dat Loonstijn een lastercampagne tegen Acket voert.

Het gekibbel bereikte een hoogtepunt met ingezonden brieven aan De Volkskrant toen eerder dit jaar zangeres Sarah Vaughan overleed. Zij zou het openingsconcert van het Amsterdamse festival geven, maar het ANP berichtte in april dat 'de organisatie van het North Sea Jazz Festival' haar dood bekend had gemaakt. Madelon Acket: 'Ik kleurde er van toen ik het op de radio hoorde, maar het persbureau had ons opgebeld, dat gebeurt wel vaker bij het overlijden van een bekende artiest. ' Hans Loonstijn: 'Ik krijg er een vieze smaak van in mijn mond. Wij waren heel close met Sarah.' Trots haalt Loonstijn een gedenkplaat van glas te voorschijn, waarop een foto van de zangeres is geetst. Deze week uit Amerika ontvangen van haar manager. De begeleidende brief: 'Omdat ik weet hoe veel Sarah voor jou betekende. Er zijn maar drie andere exemplaren van: een op Sarah's schoorsteenmantel, een op de piano van Quincy Jones en de derde is in het huis van Ronald en Nancy Reagan.' Zie ook Cultureel Supplement