Brunswijk wil 'massale' hulp van Nederland

DEN HAAG, 29 juni De leider van het Surinaamse Junglecommando, Ronnie Brunswijk, heeft gisteren de Tweede-Kamercommissie van Buitenlandse Zaken opgeroepen tot massale hulpverlening aan de boslandbewoners van Oost-Suriname.

Brunswijk hield in een besloten zitting van de Kamercommissie een klemmend betoog. Hij schetste een beeld van honger en ontwrichting en vroeg de Kamerleden de Nederlandse regering op het hart te drukken het vredesproces in Suriname samen met Frankrijk en de Verenigde Staten weer op gang te brengen.

Na het gesprek van een uur gaf Brunswijk een handtekening weg en verdween in een snelle auto. Brunswijk toonde zich tevreden over zijn missie naar het Binnenhof: 'Ik heb alle ruimte gekregen van de Kamerleden om mijn boodschap uit te dragen. Het is begrepen.' Zijn toehoorders haastten zich direct na zijn vertrek toch vooral de oprechtheid van Brunswijk te omschrijven, zijn humor en zijn engagement. Het leek of zijn betrouwbaarheid hen oprecht had verbaasd. F. Weisglas (VVD), die zich had ingespannen om de commandant van het Surinaamse Junglecommando naar Den Haag te krijgen, wil dat Ontwikkelingssamenwerking onderzoekt of de humanitaire hulp voor het binnenland van Suriname kan worden opgevoerd.

Op dit moment wordt hulp voor de bosnegers en de indianen via particuliere organisaties gedistribueerd. Het Zeister Zendings Genootschap zegt dat slechts een deel van de boslandbevolking slecht af is. Regelmatig worden vanuit Frans-Guyana voedselhulp en medicijnen gestuurd. De afgelopen jaren heeft Nederland zes mijoen gulden noodhulp per jaar voor de 35.000 bewoners van het bosland beschikbaar gesteld. Minister Pronk heeft ook hulp in het vooruitzicht gesteld voor terugkerende vluchtelingen ui Frans-Guyana.