Stormloop op winkels DDR zal maandag uitblijven

BERLIJN, 28 juni Opinieonderzoek in de DDR doet vermoeden dat een van de vele nachtmerries van de economische planners bij de overgang naar de D-mark dit weekeinde, niet zal worden bewaarheid: de gevreesde neiging bij DDR-burgers om hun nieuwe harde munt onmiddellijk in goederen om te zetten, wat tot aanzienlijke inflatie in heel Duitsland zou kunnen leiden.

Slechts een derde van de bezitters van een spaarrekening in de DDR heeft het formulier ingevuld waardoor opname van dit geld al in de eerste dagen na de valuta-wisseling kan worden opgenomen, melden experts van de Dresdner Bank.

Uit een onderzoek van het 'BAT Freizeitforschungsinstitut' blijkt dat slechts 39 procent van de toekomstige DDR-consumenten kan worden gezien als mensen die grif geld uitgeven voor onmidellijke genoegens (de zogenoemde 'Erlebniskonsum'). De rest wil kennelijk blijven sparen en uitgaven uitstellen ('Versorgungskonsum'). Deze instelling verschilt overigens niet veel van de instelling van de Westduitsers.

Eind mei beschikten DDR-burgers over in totaal 182,5 miljard oostduitse mark op hun spaarrekeningen. Omgerekend in D-mark zal over een aanzienlijk, maar nog onbekend deel van dit bedrag weliswaar een halvering plaatshebben (de omwisseling vindt slechts tot leeftijdsafhankelijke maxima tegen de koers 1: 1 plaats), maar toch zouden plotselinge bestedingen van deze omvang naar het oordeel van deskundigen tot aanzienlijke inflatie kunnen leiden.

Wel zou het totale bedrag op de spaarrekeningen in de DDR, de enige vorm van depot waardoor tot zekere maxima de oude oostduitse mark tegen de koers 1: 1 tegen D-mark kan worden omgewisseld, wel eens hoger kunnen uitvallen dan verwacht.

DDR-burgers zijn de afgelopen weken masaal overgegaan tot het afkopen en incasseren van hun levensverzekeringen, nadat duidelijk was geworden dat bij die uitkeringen de koers 2: 1 zou gelden. Met dit geld begeven ze zich per ommegaande naar de spaarbanken, waar drie dagen voor de valuta-wisseling nog steeds lange rijen staan. Van de gemiddeld 11.122 Ostmark die de DDR-burger eind mei op een rekening had staan, bevonden zich 1.087 Ostmark op een levensverzekering- of andere spaarverzekeringsrekening.

Bij de becijfering van de spaartegoeden treedt overigens een tot nu toe onbekende noord-zuid-welvaartstegenstelling aan het licht. In Saksen heeft men per hoofd van de bevolking 12.369 Ostmark gespaard, in Mecklenburg slechts 10.087. Het onderzoek naar consumptiegedrag vertoont dezelfde tegenstelling: 42 procent van de Saksen zijn van plan onder de nieuwe omstandigheden hun geld aan aangename zaken, eerder dan aan sparen uit te geven, tegen slechts 32 procent van de inwoners van Mecklenburg. Het meest spilziek lijken echter de Oostberlijners, misschien onder invloed van het rijke West-Berlijn. In Oost-Berlijn kiest 71 procent van de bevolking voor 'Erlebniskonsum', door de onderzoekers omschreven als 'Plezier hebben en dingen kopen, die het leven mooier maken'.