Computers, ijsjes en prikkeldraad op het 'slagveld'

STROE, 28 juni Nederlandse legereenheden hebben vanmorgen om tien uur de tegenaanval ingezet op de vijandelijke strijdmacht die eerder deze week de Duitse rivier de Aller is overgestoken althans in de gesimuleerde oorlog per computer die het eerste legerkorps sinds vrijdag vanaf de Veluwe voert.

Het Nederlandse leger oefent voor het eerst op grote schaal oorlogshandelingen met behulp van computer-simulatie. De op de beeldschermen actieve soldaten en de granaten waarmee zij worden bestookt zijn niet echt. Wel echt zijn de rollen prikkeldraad en de uzi-pistoolmitrailleurs van de wachtposten en de zweetdruppels op de voorhoofden van de oefenende officieren. En de ijsjes, die zij tussendoor vanuit de mess laten aanrukken.

Oefenen per computer is een uitkomst in een tijd dat burgers als gevolg van de politieke veranderingen in Oost-Europa minder bereid zijn dure en milieu-onvriendelijke manoeuvres te tolereren, verklaart voorlichter overste A. I. V. van Nieuwburg. Belangrijker nog vindt de legertop dat computer-simulatie de mogelijkheid biedt een echte strijd na te bootsen. Van Nieuwburg: 'Voorheen werd altijd geoefend aan de hand van een gedetailleerd draaiboek waaraan iedereen, ook de tegenstander, zich moest houden. Anders werd het in het veld een chaos en zouden honderden scheidsrechters nodig zijn om de uitslag van een gevecht te bepalen.'

Gecamoufleerd

Doel van de oefening second warrior is het testen van de besluitvorming van de staven. De legerkorpsstaf is bijeengebracht in gecamoufleerde commandowagens op het terrein van de generaal-majoor Kootkazerne in Stroe. De tegenstanders, gespeeld door leden van de inlichtingendienst van het leger, zitten op het US Warrior Preparation Center in het Duitse Einsiedlerhof. Daar heeft de Amerikaanse luchtmacht het oorlogsspel per computer in 1982 geintroduceerd.

Kort samengevat gebeurt deze week het volgende. De korpsleiding in Stroe is geconfronteerd met een aanval en geeft instructies voor de verdediging aan de staven van Nederlandse divisies. Die hebben verspreid op de Veluwe commandoposten ingericht en zetten van daaruit hun soldaten in. Dit laatste gebeurt door de gegevens van de ingezette eenheden en hun doelen in de computer in te voeren. De tegenstander in Einsiedlerhof kan dat op zijn beeldscherm waarnemen, reageert, enzovoort.

Meer dan honderd commandanten van de in te zetten legereenheden hebben zich in een grote tent met houten vlonders en bruine tapijttegels op de grond geschaard rondom enkele tientallen beeldschermen. Aan de muur en op de tafels de kaarten van het oorlogsgebied, voor elke eenheid een vlaggetje. Onder de tafels liggen helmen, koppels en veldflessen; het is de laatste dagen onder het zijldoek veel te benauwd om ze te dragen. Af en toe wordt er een bevel door de tent geschreeuwd, maar wat overheerst is het geluid van vingers op toestenborden en het wapperen van papier. Overste A. J. de Jong is voor de gelegenheid brigade-commandant van drie brigades. Om hem heen zitten officieren van de genie en de artillerie. Een van zijn pantserinfanterie-compagnies is in moeilijkheden, zo blijkt als het nummer van de compagnie wordt ingetikt. De compagnie wordt aangevallen, heeft al vier tanks verloren en is nog maar op 46 procent van haar oorspronkelijke sterkte. De Jong kijkt bezorgd naar de vele vijandelijke vlaggetjes op de voor hem liggende kaart. 'Als hij teveel slijt: terugtrekken', beslist hij over de compagnie. Dat gaat simpel: de operatie-officier toetst de gewenste richting in en de computer berekent hoe lang het terugtrekken duurt. Als de tegenstander op de route een brug opblaast laat de computer de compagnie niet verder gaan en overlegt de brigade-commandant met de genie of hij een eenheid stuurt om een noodbrug te bouwen.

Vent 'In het begin van de week zag ik het helemaal niet zitten, maar nu blijkt dat je heel goed kunt oefenen zonder een vent in het veld', constateert De Jong. Er doen nog geen 3000 militairen aan de oefening mee, maar het lijkt alsof zij vechten met twee legers van in totaal 300.000 man. Om de computer-simulatie realistisch te maken moesten elke straat en sloot in het oefengebied in de software worden geprogrammeerd. Daarom vindt de strijd plaats op voor het Nederlandse leger bekend terrein, de Noordduitse laagvlakte.

Wel zijn de traditionele rollen omgedraaid. Het eerste legerkorps wordt niet vanuit het oosten maar vanuit het westen aangevallen. De krijgsmacht heeft hiermee willen inspoelen op de nieuwe onzekere internationale situatie, verklaart voorlichter Van Nieuwburg. Nederland moet zijn voorbereid op dreiging van alle kanten.

Daarvoor is veel oefening nodig. 'We hebben de afgelopen veertig jaar zo vaak getraind op een aanval van het Warschaupact dat officieren met een koffer vol bekende plannen onder hun arm naar de oefening vertrokken. Nu moeten we een heel nieuwe kant opvechten en dat is goed om de bevelstructuur te oefenen.' De computer-simulatie is nog niet volmaakt. Niet alleen kan het de fysieke training van soldaten te velde nooit vervangen, ook kunnen onvolkomenheden in de software leiden tot flinke verstoringen in de gesimuleerde krachtverhoudingen. Zo was de oorlog deze week al na twee dagen verloren. Het slagveld is in de computer namelijk verdeeld in zeshoeken van elk 3,2 kilometer doorsnee, en een eenheid die zich in zo'n zeshoek bevindt wordt automatisch in het midden ervan gelokaliseerd. Elke ingeslagen artilleriegranaat ook. De Nederlandse troepen werden zo in luttele uren gedecimeerd. De commandant van het eerste legerkorps, luitenant-generaal J. Tjassens, besloot zondag tot wijziging van de software en zette de oorlog even stil. Sinds maandagmorgen woedt hij weer in alle hevigheid.