Achterhoek klaagt nood over verzuring door mest

DOETINCHEM, 28 juni Een eigentijds beeld uit de Achterhoek: in de buurtschap Kotten achter Winterswijk staat een moderne varkensmesterij aan de rand van een fraai perceel loofbos. Bakstenen schuren, voedersilo's en een grote betonnen kuip, waarin de drijfmest van vele honderden dieren wordt opgeslagen tot het spul per gierkar over de akkers kan worden verspreid. Het bedrijf is er een uit een reeks die ook hier haar stempel op het landschap drukt: de intensieve veehouderij of bio-industrie, tevens bron van boven- en ondergrondse vervuiling, waar de hele regio onder te lijden heeft.

Juist in de Achterhoek begint het de spuigaten uit te lopen en dat is de reden waarom zeventien gemeenten in deze streek recent hun nood hebben geklaagd. Dat gebeurde via het Samenwerkingsverband Oost-Gelderland (SOG), waarin ze hun krachten bundelen en dat in Doetinchem over een eigen kantoor beschikt. Mevrouw J. Emaus, algemeen coordinator milieu en afval, vat er de treurige stand van zaken bondig samen: 'Na de Peel zijn we het meest verzuurde gebied van Nederland. We kunnen niet langer wachten op maatregelen, zo alarmerend is de toestand'. Er moet nog wat over vergaderd worden, maar nu al staat vrijwel vast dat de zeventien de zogeheten ROM-status voor de Achterhoek zullen aanvragen. Die status, die voortkomt uit de vierde nota ruimtelijke ordening en met financiele steun van het ministerie van VROM gepaard gaat, werd eerder opgelegd aan tien belaste gebieden in Nederland, waaronder de Peel en Gelderse Vallei. Nu zou het departement voor het eerst een verzoek tot aanwijzing te behandelen krijgen.

Ammoniak

Hieraan ligt een inventarisatie van de problemen ten grondslag, waarvan de uitslag zojuist is verschenen onder de titel Verzuring en Vermesting, twee verschijnselen die nauw met elkaar samenhangen en beide verwijzen naar de overheersende rol die drijfmest van de bio-industrie speelt. De verraderlijke cocktail van verzurende stoffen bestaat hier in de Achterhoek voor driekwart uit ammoniak, dat vrijkomt bij de ontleding van dierlijke mest en anders dan bijvoorbeeld zwaveldioxyde van plaatselijke bronnen afkomstig is. Een bij het SOG-rapport gevoegde kaart leert dat de varkenshouderijen en melkveebedrijven in deze streek samen per jaar ruim 20.000 ton ammoniak in de lucht spuiten. Bovendien dringen fosfaten en nitraten (stikstofverbindingen) uit diezelfde drijfmest en ook kunstmest op grote schaal de bodem in. Van alle gronden in de Achterhoek is naar schatting de helft met fosfaat verzadigd, terwijl nitraten de drinkwatervoorziening bedreigen. Bij de waterwinning in Montferland moet al worden bijgemengd met vloeistof van elders om onder de voorgeschreven norm van vijftig milligram nitraat per liter te blijven. Water uit particuliere putten, in Oost-Gelderland nog ruimschoots benut, zit daar vaak ver boven.

Verzuring brengt schade toe aan het bosbestand. Vooral bosschages van de inlandse eik, die hier veelvuldig voorkomt, dragen her en der de sporen van het kwaad, maar ook kleine, karakteristieke landschapselementen als houtwallen en lanen ondervinden nadelen van de zure neerslag. Zeldzame plantesoorten worden verdrongen door algemene, stikstofminnende soorten, waardoor de bosbes al praktisch is verdwenen ten gunste van braam en brandnetel. Ook de laatste restanten heideveld slinken zienderogen door het fenomeen van de 'vergrassing'. Mevrouw Emaus, mede-opsteller van het SOG-rapport: 'Als we niet snel ingrijpen, verandert de Achterhoek in een saai en monotoon landschap en zullen nog meer waardevolle natuurelementen verdwijnen'. Ook cultuurgewassen lopen schade op door verzuring en vermesting. De oogstvermindering als gevolg van luchtvervuiling wordt in de Achterhoek op vijf procent geschat, zodat de boerenstand met zijn ammoniak-, nitraat- en fosfaatlozingen ook lichtelijk in eigen vlees snijdt. In vennen en andere stilstaande wateren is sprake van overmatige algenbloei. De algen verbruiken veel zuurstof en verduisteren het water, wat een funeste invloed heeft op andere planten en dieren. Bij amfibieen en reptielen worden eieren en vroege levensstadia aangetast. Dat is onder meer het geval bij de hei- en de boomkikker, soorten waarvan de Achterhoek in nationaal opzicht een belangrijke vindplaats is.

Extra bescherming

In het naargeestige totaalbeeld van verval en vervlakking verdienen volgens mevrouw Emaus, sprekend namens de betrokken gemeenten, drie gebieden extra aandacht en bescherming. Dat zijn de streek rond Winterswijk, de centrale Graafschap met zijn kastelen en landgoederen en het heuvelachtige Montferland onder Doetinchem. Die keus is tot stand gekomen door vier factoren te combineren: de ecologische waarden van die gebieden, hun gevoeligheid voor verzuring en vermesting, hun recreatieve waarden en de uitstoot van schadelijke stoffen. In die volgorde. 'De ecologie weegt dus zwaarder dan de recreatie', aldus mevrouw Emaus.

In de sfeer van maatregelen is de strijd tegen de overvloedige ammoniak-emissies als 'speerpunt' gekozen'. Wat kunnen de Achterhoekse gemeenten, al dan met financiele steun van rijk en provincie, in dat opzicht toevoegen aan de, overigens gebrekkige, nationale regelgeving? Emaus: 'We willen eerst in kaart brengen welke bedrijven de meeste ammoniak uitstoten, dan kijken we of de bestaande Hinderwetvergunningen nog wel toereikend zijn en vervolgens proberen we met de rundvee- en varkenshouders tot afspraken te komen om de emissies te beperken. Bijvoorbeeld door veevoer in te kopen dat het milieu minder schade berokkent, want wat er bij de koeien en varkens ingaat, komt er ook weer uit. Dat heet een objectgericht beleid. We gaan naar de bronnen van het kwaad'. In zo'n beleid past wellicht ook een actie om het aantal ammoniakproducerende dieren te verkleinen, maar over dit politiek zo gevoelige onderwerp laat de coordinator milieu en afval zich niet uit. De voorzitter van het Oostgelderse samenwerkingsverband, burgemeester J. Fokkens van Doetinchem, zou dat wel kunnen doen, in positieve zin. Hij is immers ook voorzitter van de Stichting Natuur en Milieu, die bij herhaling heeft gepleit voor een drastische inkrimping van de Nederlandse veestapel.