Scholieren krijgen 'kerndoelen' voor veertien vakken

DEN HAAG, 27 juni Iedere leerling in het voortgezet onderwijs moet na drie jaar 'inzicht hebben in de voortplanting van mensen, in de verschillende functies van seksualiteit, in de wijzen waarop zwangerschap kan worden voorkomen'.

Bovendien moeten ze 'kunnen aangeven dat mensen over deze zaken verschillende opvattingen hebben'. Dat is een van de tweehonderd 'kerndoelen' voor de basisvorming in het voortgezet onderwijs die gisteren zijn gepubliceerd. Ze vormen de globale richtlijnen voor de basisvorming, het onderwijs in veertien vakken aan leerlingen van lager beroepsonderwijs tot gymnasium van twaalf tot vijftien jaar. De kennis die in de basisvorming wordt opgedaan, wordt na twee of drie jaar getoetst. Vorig jaar werden soortgelijke richtlijnen ontwikkeld, met de naam 'eindtermen'. Het CDA en het bijzonder onderwijs vonden die echter te gedetailleerd. Daardoor zou de vrijheid van onderwijs in gevaar komen. Ook zouden er veel te weinig lesuren zijn voor deze regels en zouden ze voor veel leerlingen te hoog gegrepen zijn.

Staatsecretaris Wallage (onderwijs) droeg een nieuwe werkgroep op globalere richtlijnen op te stellen. De werkgroep onder leiding van oud-Tweede-Kamerlid M. J. H. den Ouden-Dekkers, moest bovendien mogelijkheden aangeven om bepaalde vakken te integreren tot 'leergebieden', zoals bij natuur- en scheikunde. Daardoor zou het lesrooster efficienter kunnen worden ingedeeld.

Bij de presentatie van de kerndoelen gisteren toonde Wallage zich ingenomen met het resultaat. Hij verwacht dat de kerndoelen scholen genoeg ruimte laten om hun eigen identiteit en onderwijskundige aanpak te profileren. Desalniettemin wil hij de Tweede Kamer, bij de behandeling van zijn nota over de basisvorming in het najaar, laten aangeven voor welke vakken scholen op levensbeschouwelijke of andere gronden ontheffing van de richtlijnen kunnen krijgen. Ook suggereerde hij dat de basisvorming niet in de huidige lessentabel hoeft te worden geperst, zoals het vorige kabinet nog wilde.

De werkgroep stelt met het oog op de rol van de overheid als kwaliteitsbewaker in het onderwijs, ook voor om scholen in hun 'schoolwerkplan' expliciet te laten aangeven hoe zij de richtlijnen interpreteren en in de praktijk vormgeven. De overheid zou de scholen voorbeelden van lesmateriaal in de veertien vakken moeten verstrekken.

De commissie gaat ervan uit dat verreweg de meeste leerlingen de kerndoelen kunnen halen.